Compulsieve gangmaker

Publiekslieveling Robin Williams kon zowel de clown uithangen als ontroeren. Maar zijn zware depressie werd hem fataal. Maandagavond overleed hij.

Beeld Foto AP

Hij kon zo'n groot aantal woorden in een zin stoppen, in zo'n hoog tempo uitgesproken, dat het leek of hij een mitrailleursalvo afvuurde. Binnen dezelfde zin wisselde hij moeiteloos van onderwerp en zette hij telkens verschillende stemmen op - rare accenten, imitaties van alles en iedereen. Zijn mimiek was al net zo onvoorspelbaar en veelzijdig.

Robin Williams was een komiek met een onnavolgbaar improvisatievermogen. In zijn hoofd moest het soms een gekkenhuis zijn, vol vreemde gedachtesprongen en om voorrang strijdende typetjes. In zijn beste filmrollen gaf hij die kakofonie alle vrijheid of was hij juist het tegenovergestelde: kalm en beheerst, alsof hij plotseling de uitschakelaar had gevonden. Tussen beide polen - de manische grappenmaker en de serieuze, soms sombere of griezelige binnenvetter - wist hij een carrière lang te schakelen.

In de jaren tachtig trad Robin Williams als stand-up comedian regelmatig op in The Laugh Factory in Los Angeles, een comedytheater met een lange geschiedenis. Het theater nam dinsdag afscheid van Williams met de geveltekst: 'Rust in vrede. Laat God lachen.'Beeld Getty Images

Hard werken

Maandagavond overleed Williams op 63-jarige leeftijd in zijn woning in een voorstad van San Francisco. Hij laat een vrouw en drie kinderen na. Zelfmoord door verstikking is de waarschijnlijke doodsoorzaak, liet de politie weten. Volgens een verklaring van zijn woordvoerster leed Williams aan een zware depressie. Het nieuws kwam als een schok en de vele reacties maakten onmiddellijk duidelijk hoe geliefd hij was: vrijwel iedereen heeft goede herinneringen aan zijn films. Velen groeiden met hem op.

Robin Williams werd op 21 juli 1951 geboren in Chicago en kende een onbezorgde jeugd als enig kind in een welvarend, stabiel gezin. Hij was een wat eenzaam, onbegrepen jongetje, zei hij later, maar dat hij komisch talent had, moet al jong duidelijk zijn geweest. Na een gedegen acteeropleiding aan de prestigieuze Juilliard School in New York maakte hij naam als stand-up comedian.

Tussen 1978 en 1982 won hij het grote publiek voor zich met zijn rol als Mork, een alien van de planeet Ork, in de televisieserie Mork & Mindy. Mork was in eerste instantie een bijfiguur in de succesvolle serie Happy Days. Volgens producent Jerry Paris was het moeilijk een geschikte acteur te vinden, omdat de meesten geen idee hadden hoe ze een alien moesten spelen. Williams leek de juiste persoon toen hij bij zijn auditie, gevraagd of hij kon gaan zitten als een buitenaards wezen, op zijn hoofd plaatsnam. Mork werd al gauw zo populair dat hij een eigen show kreeg. De andere acteurs werden geselecteerd op hun vermogen zich niet door Williams' improvisaties uit het veld te laten slaan.

In die eerste jaren omschreef Jack Rollins, zijn manager, Robin Williams als een jongen met 'oneindig veel talent, nul discipline'. Later kreeg hij wel degelijk die discipline. Williams behoorde tot de hardst werkende acteurs van zijn generatie. In sommige jaren verschenen er wel vier films waaraan hij meedeed. In totaal maakte hij er bijna honderd. Daarnaast bleef hij actief als stand-up comedian en deed hij televisie- en liefdadigheidswerk.

Vanaf de jaren tachtig kwam zijn filmcarrière goed op stoom. Williams reeg de sterke rollen aan elkaar. Hij was Popeye in de gelijknamige film van Robert Altman (1980), Garp in de John Irving-verfilming The World According To Garp (George Roy Hill, 1982), een Russische muzikant in Moscow on the Hudson (Paul Mazursky, 1984) en - misschien wel zijn allerbeste optreden - de radio-dj Adrian Cronauer in Good Morning, Vietnam (Barry Levinson, 1987). Het was een rol die hem op het lijf was geschreven: als opstandige discjockey tijdens de Vietnamoorlog kon hij zich vrij uitleven in wilde monologen.

Beeld -
Beeld -

Eerste Oscarnominatie

Good Morning, Vietnam leverde hem een eerste Oscarnominatie op. Er zouden er nog drie volgen, waarvan er eentje werd verzilverd, voor de beste mannelijke bijrol in Good Will Hunting (Gus Van Sant, 1997). Volgens velen had hij de Oscar al moeten winnen voor zijn hoofdrol als docent Engels in Dead Poets Society (Peter Weir, 1989), een drama dat een hele generatie jonge filmkijkers wist te inspireren. Williams' oproep aan zijn studenten om iets van hun leven te maken, raakte een gevoelige snaar: 'Carpe diem. Pluk de dag, jongens, want voor je het weet, zijn we voer voor de wormen.'

Zijn veelzijdigheid toonde Williams ook in The Fisher King (1991), een intrigerend drama van Terry Gilliam, waarin hij een zwerver speelde.

In de jaren erna ontpopte hij zich meer en meer tot publiekslieveling. Hij maakte zich bijzonder populair met zijn stemwerk voor de Disney-animatiefilm Aladdin (1992), waarin hij de geest speelde, een rol die speciaal voor hem werd geschreven. Kort daarna scoorde hij een grote hit met Mrs. Doubtfire (Chris Columbus, 1993). Als gescheiden vader die zich verkleedt als vrouw om dichter bij zijn kinderen te kunnen zijn, kon Williams zowel de clown uithangen als op ontroering mikken. Het was een combinatie die hem goed beviel. Vanaf de jaren negentig koos hij steeds vaker voor rollen in sentimentele drama's als Patch Adams (1998) of zoete familiefilms als Flubber (1997) en Jumanji (1995).

Fans van het eerste uur, liefhebbers van zijn anarchistische stand-upshows, konden die voorkeur moeilijk begrijpen. Ook filmcritici vonden het steeds lastiger iets positiefs te schrijven over Williams wanneer hij zich weer presenteerde als zoetsappige, malle mafkees met een goed hart. De stembuigingen, de hyperactieve mimiek - het leek steeds meer een kunstje. Dat niet al zijn films even goed waren, wist hij zelf ook: 'Ze betalen de rekeningen', zei hij erover in een openhartig interview in de Britse krant The Guardian.

In datzelfde interview uit 2010 vertelde hij over de strijd tegen zijn verslavingen. Hij gaf al eerder toe dat hij in de jaren zeventig en tachtig te veel cocaïne gebruikte. 'Een geweldige drug', grapte hij daarover. 'Paranoia en impotentie, geef me meer daarvan.' Maar daarmee was hij gestopt, net als met de drank. 'Alcohol is vooral gevaarlijk voor mensen zoals ik: alcoholisten.' In het interview vertelde hij dat hij sinds 2003, na twintig jaar onthouding, weer was gaan drinken - niet om een specifieke reden, maar uit angst en onzekerheid. Hij was ook weer opgehouden, zei hij.

Maar volgens Amerikaanse media liet de acteur zich een maand geleden opnemen in een afkickkliniek. Zijn laatste stand-up comedyshow heette wrang genoeg: Weapons of Self-Destruction. Ook daarin ging het, naast veel andere onderwerpen, over drank en drugs. 'Een alcoholist', zei hij, 'is iemand die zijn morele grenzen sneller overschrijdt dan hij ze kan verleggen.'

Het leek tegenstrijdig dat een man die zowel op het filmdoek als daarbuiten zo'n charmante, geestige indruk maakte, worstelde met depressie en verslaving. In interviews voerde hij altijd een show op, vaak op het geforceerde af - alsof hij de grappen, minstens drie per zin, niet kon onderdrukken. Maar achter die compulsieve gangmakerij was hij soms ook zichtbaar somber.

Misschien was dat wel de reden dat zijn serieuze rollen zo veel indruk maakten. Wanneer Williams zijn clowngedrag uitschakelde, zijn gezicht verstrakte en zijn stem monotoon werd, kon het goed eng worden. Zoals in de veelgeprezen thriller One Hour Photo (Mark Romanek, 2002), waarin hij een eenzame man speelt die geobsedeerd raakt door een gelukkig gezin, van wie hij in zijn fotolab de familiekiekjes ontwikkelt. Een net zo geslaagde, naargeestige rol had hij in Christopher Nolans ijzige thriller Insomnia (2002). Gekte en somberheid leek hem als acteur goed te liggen. Misschien liet hij er ook wel meer van zichzelf in zien dan hem lief was. Ondanks de lovende kritieken voor zijn sobere werk greep hij in de laatste jaren toch weer terug naar komische rolletjes in minder geslaagde films.

Williams was de laatste tijd te zien in drama's als The Butler (als president Eisenhower) en The Face of Love. Ook sprak hij verschillende pinguïnstemmen in voor de animatiefilms Happy Feet en Happy Feet 2. Na een hartoperatie in 2009 liet de acteur weten dat hij het rustiger aan zou doen. Maar hij behield zijn werkdrang: in het afgelopen jaar werkte hij mee aan liefst vijf films, waarvan de meeste nog niet zijn uitgebracht. Een vervolg op Mrs. Doubtfire, waar hij naar verluidt aan werkte, zal er niet meer komen.

Beeld -
Beeld -
Beeld -
Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden