Componist Alphons Diepenbrock

Hij was een eeuw geleden net zo beroemd als zijn vriend Gustav Mahler. 'Maar zijn muziek is zo verdraaid moeilijk!', klaagde dirigent Willem Mengelberg. Eerherstel voor een subtiel genie.

Leo Samama: Alphons Diepenbrock - componist van het vocale

Amsterdam University Press; 321 pagina's; € 29,50.


Op 12 september 1912 leidde Willem Mengelberg het Concertgebouworkest in een feestconcert dat geheel gewijd was aan de muziek van Alphons Diepenbrock. Als soliste trad de beroemde sopraan Aaltje Noordewier op en de acteur Willem Royaards droeg voor uit Vondels Gijsbrecht.


Aanleiding was de 50ste verjaardag van Diepenbrock, die op dat moment beschouwd werd als de grootste Nederlandse componist sinds Sweelinck. Na afloop van het concert ontving de jarige een staande ovatie en een bloemenhulde. Er was een feestelijk souper met toespraken bij Oestersalon Van Laar in de Kalverstraat en uiteindelijk belandde er een klein gezelschap ('De Mengelbergs, de Royaards, de Doppers') bij de componist thuis in de Johannnes Verhulststraat, waar 'in de beste stemming' nog drie flessen champagne werden leeggedronken tot het al licht was.


Dit alles en nog eindeloos veel meer uit Diepenbrocks leven kunnen wij zo gedetailleerd weten dankzij de musicoloog Eduard Reeser (1908 - 2002). Als voorbereiding op een gedroomde grote Diepenbrockbiografie bezorgde hij tussen 1962 en 1998 tien kloeke, tot op het bot geannoteerde delen Brieven en documenten. Een unicum in ons culturele erfgoed, en een onuitputtelijke bron voor iedere geïnteresseerde in het maatschappelijke, culturele en muzikale leven tussen 1870 en 1920. Maar ook een vaak aangrijpend en intiem kijkje in het dagelijks leven van een complexe en intrigerende persoonlijkheid, in een minstens zo roerige en dynamische tijd als de onze.


Voor mij, sinds mijn geboorte verklaard liefhebber van Diepenbrocks muziek, vooral van zijn magistrale orkestlied Im grossen Schweigen, was het verschijnen van elk nieuw deel een gebeurtenis. Voor mijn roman Het grote zwijgen, die tijdens de laatste tien dramatische levensjaren van Diepenbrock speelt, heb ik de B&D dan ook dankbaar geplunderd.


Reesers oorspronkelijke droom van een grote biografie heeft hij na het volbrengen van zijn titanische voorwerk helaas niet meer kunnen verwezenlijken. Die fakkel is overgenomen door Leo Samama die, ter gelegenheid van Diepenbrocks 150ste geboortejaar en voortbouwend op het immense fundament van zijn leermeester, een monografie publiceerde waarin hij Diepenbrocks leven én werk beknopt maar diepgaand onder de loep neemt.


Als romanschrijver heb ik geprobeerd mijn personage tot leven te brengen door de feiten naar mijn hand te zetten en in te kleuren, om zodoende iets van een achterliggende waarheid aan het licht te krijgen. Een wetenschapper als Samama beperkt zich tot de kale feiten en trekt daar voorzichtig conclusies uit. Ik was dan ook benieuwd of onze 'onderzoeksresultaten' een beetje overeenkwamen. En ja hoor! Het maakt kennelijk niets uit of je wetenschap bedrijft of fabuleert...


Trefzeker schetst Samama de feiten van Diepenbrocks leven: van zijn Amsterdamse jeugd in de kringen van Alberdingk Thijms Katholieke Reveil en zijn vriendschap met medeclassici zoals de Tachtigers Herman Gorter en Willem Kloos, tot zijn levenslange haat-liefdeverhouding met Nietzsche, zijn conservatisme en afkeer van het socialisme, zijn felle anti-Duitse houding in de Eerste Wereldoorlog en zijn moeizame huwelijk met een vrijgevochten, protestantse vrouw die hem zijn ontvankelijkheid voor de avances van jonge bewonderaarsters niet in dank afnam.


De centrale vraag die Samama zich zowel in de levensbeschrijving als bij de analyse van de muziek stelt, is dezelfde als die mij vaak bij lezingen over mijn roman gesteld wordt. Waarom is een componist die zo beroemd was, zulke schitterende muziek schreef en door tijdgenoten als zijn vriend Gustav Mahler als gelijke werd beschouwd, nooit echt doorgebroken naar een groot internationaal publiek?


Omdat hij vrijwel alleen voor zangstem geschreven heeft, zegt Samama, en omdat zijn polyfone stemmenweefsels inspanning van de luisteraar vergen. 'Diepenbrock is een genie', schijnt Mengelberg ooit uitgeroepen te hebben, 'Maar zijn muziek is zo verdraaid moeilijk!'


Daarnaast was Diepenbrock te tobberig, te introvert, te compromisloos-idealistisch en te weinig pragmatisch. Als vrijzinnig maar overtuigd katholiek schreef hij veel muziek voor de eredienst, die door de kerk echter als te modern werd beschouwd en daardoor tot Diepenbrocks verbittering soms jaren onuitgevoerd op de plank bleef liggen. Door zijn literaire achtergrond als Tachtiger en classicus schreef hij veel liederen en muziek bij toneelstukken, zoals Vondels Gijsbrecht en Sophocles' Electra- muziek die na de succesvolle opvoeringen in het theater niet zomaar zijn weg naar het concertpodium vond. Aan genres als de symfonie of het strijkkwartet heeft hij zich niet gewaagd.


Zoals al bleek uit de hoorcolleges die Samama voor de Home Academy opnam over onder anderen Debussy en Beethoven, is hij een vaardig en smakelijk verteller en verliest hij zich niet in musicologische scherpslijperij. Daardoor is zijn boek ook voor gewone muziekliefhebbers als ik een lust om te lezen. In kort bestek weet hij een genuanceerd en overtuigend beeld van Diepenbrocks ingewikkelde, klagerige persoonlijkheid en subtiele muziek op te roepen.


De voorwaarden lijken nu toch vervuld om Eduard Reesers droom te verwezenlijken: 'in breder kring het besef te doen doordringen van wat Alphons Diepenbrock als mens, kunstenaar en als denker heeft betekend'.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden