Column

Complimenten opeisen, anders blijven ze maar in de lucht hangen

Absurd - wat is absurd?

Wim Helsen Beeld anp

Ooit zat ik in de Kleine Komedie naast een vrouw. Ze had geen programmaboekje. Ik wel, en ik bladerde er tevreden in.

John Le Carré vindt dit geen verhaal. 'The cat sat on the mat is no story', zegt hij ergens. 'The cat sat on the dog's mat is.'

Kalm aan, ouwe, ik was nog niet klaar. De vrouw wilde namelijk óók een programmaboekje. Strak voor zich uit kijkend, greep ze het mijne bij de zijkant vast en begon er aan te trekken. Eerst zachtjes, en toen ik niet meegaf harder. Pas toen het bijna scheurde, gaf ze op.

Ik vond dit absurd en ook wel confronterend. Daarvoor ga je naar het theater!

Wie ook absurd is, is Wim Helsen. Dus ging ik naar Er wordt naar u geluisterd, zijn nieuwe cabaretvoorstelling. John Le Carré zal het wel weer afkeuren; die vindt waarschijnlijk dat absurde confrontaties op het toneel niet absurd zijn in de pure zin, omdat er een afspraak bestaat tussen publiek en...

Kop houwen. Ik was nog niet klaar. Toevallig heb ik twee weken in een literaire revue gestaan met Wim Helsen, dus ik weet dat hij ook absurde trekjes vertoont naast het podium, bijvoorbeeld toen we met de hele revue een biertje zaten te drinken. Het was een hoge gelagzaal, met fraaie fresco's van zuipende engeltjes. De hele revue zweeg. 'Mooi plafond', zei ik daarom.

'Dank u', hoorde ik naast me. Het klonk blij, vereerd en tegelijk bescheiden. Toen ik opzij keek, zag ik Helsens hoofd, hij keek me dankbaar aan. Hij had besloten, legde hij uit, om algemene, aan niemand in het bijzonder gerichte complimenten op te eisen, anders bleven ze maar in de lucht hangen, wat hij zonde vond.

Dus daar zat ik, in de Leidse Schouwburg, een gewaarschuwd man. Een week eerder had ik Helsen een mailtje gestuurd, dat ik kwam kijken, en of er achteraf misschien tijd was om 'hallo' te zeggen. Het antwoord, zeg ik met poëzie, blies een tijdje in de wind. Sorry, schreef Helsen toen, dat ik zo laat reageer, mijn vader is plotseling gestorven.

Ik betuigde mijn leedwezen. Wim antwoordde dat het een mooie, verdrietige uitvaart was, met pistolets op het einde. Zijn voorstellingen gingen evenwel door.

Dus ik zat daar, zoals gezegd, programmaboekje stevig in de knuistjes, klaar voor 'den Wim', om wie ik me natuurlijk een beetje zorgen maakte.

Wat wil: de hele show bleek een zogenaamde begrafenis! Helsen kwam op als een invaller die de plechtigheden leidt, wij in de zaal waren de nabestaanden. John Le Carré zou er wel een verhaal in zien. Ik ook. Zozeer zelfs dat ik gaandeweg begon te betwijfelen of Wims vader wel écht dood was.

Echt dood ja, zei Helsen tijdens het even 'hallo' zeggen.

Oké, zei ik.

Een grote blonde kerel kwam ook even wat zeggen. 'Ik vond je vorige show beter', zei hij.

'Dank u', zei ik.

De reus bekeek me. 'Ik vrees dat Wim daar niks aan heeft', zei ik.

Toen de man vertrokken was, bespraken we het boek van een Vlaamse schrijver. Helsen was ontevreden. Hij declameerde de eerste alinea. In een brief wilde hij de schrijver vertellen wat daaraan mankeerde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden