Compleet beeld van het omgaan met illegale drugs

In Kralingen werd flink geblowd. Oom agent keek toe in niet al te bizarre, 'zogenaamde popkleding'. Officieel was het beleid nog niet zo tolerant....

STAATSSECRETARIS R. Kruisinga van Volksgezondheid wist het precies in 1970 en hij zei het dan ook op de televisie. Journalisten en deskundigen doen niet anders dan drugsgebruik goedpraten, met name het roken van hasj en marihuana. De tolerantie in Nederland, doceerde de bewindsman, creëert proselieten.

Half Nederland greep naar de Van Dale na deze uitspraak. Zo vernam het volk wat bijbelvaste landgenoten al wisten: een proseliet is een (nieuwe) bekeerling. Aan almaar verse drugsgebruikers - en er kwamen veel blowers bij in die dagen - heeft het vaderland geen behoefte, ook niet als het cannabis betreft. Want, aldus de staatssecretaris, dat is gevaarlijk spul: het voert naar de afgrond van de hard-drugsverslaving.

Kruisinga's uitlatingen waren geruchtmakend, omdat hennepdrugs destijds in Nederland al wijd en zijd waren geaccepteerd. In hetzelfde jaar 1970 bijvoorbeeld, werden op het popfestival van Kralingen grote hoeveelheden cannabis (en andere illegale drugs) geconsumeerd onder het toeziend oog van oom agent, 'gekleed in zogenaamde popkleding zonder daarbij al te bizar te zijn uitgedost'. Paradiso en Fantasio in Amsterdam waren door de overheid gesubsidieerde drugtempels. Koos Zwart las op de radio de prijzen van hasj en wiet voor.

Deze tolerantie liep vooruit op het beleid van de regering, die bleef aarzelen, hoewel vele politici en adviseurs, ook van confessionelen huize, onomwonden voor een soepeler regulering van hasj en marihuana pleitten. In Tussen patiënt en delinquent - Geschiedenis van het Nederlandse drugsbeleid, het proefschrift waarop hij eind vorig jaar promoveerde, geeft de historicus Marcel de Kort het moment aan waarop de officiële omslag kwam: de komst van het kabinet-Den Uyl met Irene Vorrink, Koos Zwart's moeder, als minister van Volksgezondheid.

Nou ja, omslag. In feite was de nieuwe Opiumwet van 1976 niet zo baanbrekend als velen destijds hoopten, schrijft De Kort. Cannabis bleef in de strafwet, al werd het bezit van minder dan dertig gram een overtreding. Maar toch: Nederland maakte een wettelijk onderscheid tussen soft en hard drugs. Tot op heden wordt daarvan gegruwd in vele landen, officieel althans.

De vraag naar de oorsprong van de relatief onbekrompen Nederlandse houding houdt vooral de laatste jaren onderzoekers bezig. Wie bij zo'n studie het gedrag van de overheid onder de loep neemt, stuit onontkoombaar op steeds terugkerende discussies over meer of minder repressie. Dit debat loopt dan ook als een rode draad door De Kort's boek.

Het gebruik van andere drugs dan drank was aan het begin van deze eeuw nauwelijks aan de orde. Er waren opium schuivende Chinezen op Katendrecht, maar hun verslaving werd als een Aziatisch verschijnsel gezien en telde dus niet mee. Verder waren er prostituées die cocaïne gebruikten en wat morfinisten. Volgens een telling uit 1930 waren er 45 drugsverslaafden in Nederland.

Opium werd pas verboden in 1919 toen de eerste Opiumwet werd aangenomen onder druk van de Verenigde Staten. De Amerikanen hadden drugs de oorlog verklaard - mede om de macht van de koloniale landen aan te tasten - en drongen voortdurend aan op repressie. Formeel stemde Nederland daarmee in, maar de bevoegde autoriteiten liepen niet erg hard. Binnenlands was er nauwelijks een verslaafdenprobleem, zo werd gesteld, en buitenlands (in Indië) was er de handel in opium en coca, waaraan het vaderland schatten verdiende.

Bovendien: vanaf het begin had de medische stand een dikke vinger in de pap en een sterke lobby in het Staatstoezicht op de Volksgezondheid. Voor deze belangengroep waren drugsgebruikers patiënten die behandeling door medici behoefden. Hoe dat moest was een zaak van de dokter, niet van de overheid en zeker niet van de politie, want streng optreden van die kant zou de zaak alleen maar erger maken.

Deze visie speelde een voorname rol in de talrijke interdepartementale discussies over het beleid, waarbij voorstanders van meer repressie (Justitie) het moesten opnemen tegen de 'medici', al dan niet gesteund door Buitenlandse Zaken, Koloniën en door het 'eigen' ministerie van Arbeid, dat ook de belangen van de legale binnenlandse drugsproducenten behartigde.

Niet dat de politie stilzat. Vooral door toedoen van de Rotterdamse hoofdcommissaris, de Chinezenhater A. Sirks, werd in de jaren twintig een professioneel bestrijdingsapparaat opgezet dat menig succes wist te boeken tegen drugshandelaren. Steevast werd daarbij - what else is new - geklaagd over de ongelijke strijd die dienders moesten voeren tegen goed uitgeruste smokkelaars, een gevecht van 'de dienstfiets tegen de sportwagen'.

Toch bleef de Nederlandse aanpak tot de jaren zestig in hoofdzaak gericht op behandeling van verslaafden, op het voorkomen van hun criminalisering en marginalisering. Zo werd de basis gelegd voor de relatieve tolerantie. Door de opkomst van de heroïne, direct na de cannabisdiscussie, werd die verdraagzaamheid zwaar op de proef gesteld. Maar die periode valt grotendeels buiten het bestek van De Kort's boek.

De auteur is erin geslaagd een compleet beeld te geven van de omgang van de Nederlandse autoriteiten met illegale drugs tussen 1919 en 1976. Zijn vlot leesbare stijl maakt het taaie onderwerp goed toegankelijk. Spijtig is dat door zijn hang naar volledigheid passages elkaar nogal eens overlappen. Jammer is ook dat analyses van het drankbeleid ontbreken: die hadden het verhaal meer reliëf kunnen verschaffen.

De Kort's boek is rijk aan feiten en arm aan loodzware theorievorming, die andere studies op dit terrein nogal eens belast. De schrijver trekt wel conclusies en die stemmen niet vrolijk. Hoewel Nederland altijd heeft gepoogd drugsverslaafden buiten de sfeer van de misdaad te houden, pendelen junks in deze tijd steeds tussen justitiële sector en hulpverlening. Ze zijn zowel delinquent als patiënt geworden. Het is tragisch, besluit De Kort, dat Nederland ondanks de goede bedoelingen is opgezadeld met een bijna onoverkomelijk probleem.

Eric Hendriks

Marcel de Kort: Tussen patiënt en delinquent - Geschiedenis van het Nederlandse drugsbeleid.

Verloren; ¿ 58,-.

ISBN 90 6550 420 6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden