Competentiestrijd staat oplossing Zaïre in de weg

Als oorlog stelt het conflict in Oost-Zaïre weinig voor. In droge termen gaat het om de strijd tussen rebellen en het ongemotiveerde, ongedisciplineerde Zaïrese leger....

FRED DE VRIES

Van onze verslaggever

KIGALI

Maar achter het marginale karakter van deze oorlog schuilen twee kwesties die op korte en lange termijn enorme gevolgen kunnen hebben. In de eerste plaats dreigt een humanitaire ramp omdat ruim een miljoen vluchtelingen zonder voedsel, water en medische voorzieningen rondzwerven in Oost-Zaïre. Ten tweede is de kans groot dat de oorlog aan de grens met Rwanda het sein is voor de totale desintegratie van Zaïre.

Mocht dit allebei gebeuren, en op het moment is er weinig reden voor optimisme, dan zal de internationale gemeenschap zich dit aantrekken. Vooral omdat ze er nooit in is geslaagd een politieke oplossing te vinden voor het probleem van de een miljoen vluchtelingen in Oost-Zaïre. En ook nu, met een naderende ramp, blijven de grootmachten in gebreke. Ze blijven steken in pendeldiplomatie, competentiestrijd en het zenden van speciale gezanten.

Gedurende hun tweejarige aanwezigheid in Oost-Zaïre hebben de Hutu-vluchtelingen, waaronder een geschatte 30 duizend bewapende ex-leden van het verdreven Rwandese leger en tienduizenden eveneens bewapende leden van de Interahamwe milities, alle gelegenheid gekregen om de onvoltooide uitroeiing van de Rwandese Tutsi's vanaf de andere kant van de grens voort te zetten. Ook Zaïrese Tutsi's vielen vanaf begin dit jaar ten prooi aan de kapmessen.

De VN-vluchtelingenorganisatie Unhcr, verantwoordelijk voor de kampen, heeft nooit ontwapening van de Hutu-extremisten als voorwaarde gesteld voor hulp. Evenmin heeft ze het kaf van het koren willen of kunnen scheiden. Sterker nog: de Hutu-extremisten die verantwoordelijk waren voor de genocide van 1994 zijn in de kampen verder bewapend - volgens diplomaten 'vrijwel zeker' door Frankrijk. Bovendien bevonden de kampen zich veel dichter bij Rwanda dan bij internationale afspraken overeen was gekomen, zodat penetratie in Rwanda eenvoudig was.

Rwanda, dat na vier jaar burgeroorlog zijn pogingen tot wederopbouw volledig gefrustreerd zag door de constante Hutu-aanvallen vanuit Zaïre, heeft zijn kans gegrepen toen de 'Tutsi-broeders' in Oost-Zaïre vanaf begin dit jaar werden uitgemoord door de Hutu-extremisten en het Zaïrese leger. Dat de Zaïrese president Mobutu Sese Seko bovendien langdurig in Zwisterland verbleef, was een aardige bijkomstigheid omdat het centrale gezag in Zaïre daarmee geheel weg was.

Rwanda steunde de Banyamulenge-Tutsi's, die in korte tijd alle belangrijke steden in Oost-Zaïre veroverden, en bij wie zich andere obscure lokale rebellenbewegingen hebben aangesloten. Zo kreeg de strijd in Zaïre gaandeweg een separatistisch karakter, dat over dreigt te slaan naar andere delen van een onbestuurbaar geworden land. De politieke toekomst van Zaïre heeft daarmee een geheel eigen momentum gekregen, dat losstaat van wat er met de Rwandese vluchtelingen gebeurt.

Het meest urgente probleem is nu het lot van die een miljoen Hutu-vluchtelingen. Hier moet onderscheid worden gemaakt tussen vluchtelingen en voortvluchtigen, oftewel tussen de humanitaire en de politieke kwestie. Voor het eerst lijkt een menselijke corridor naar Rwanda de meest voor de hand liggende oplossing. De hulporganisaties hebben voldoende middelen om de vluchtelingen in Rwanda op te vangen. Rwanda wil de vluchtelingen accepteren, maar alleen als zij gescheiden worden van de voortvluchtigen.

Maar het is nog steeds onduidelijk hoe de angstige vluchtelingen naar Rwanda moeten worden 'gelokt'. En binnen de Verenigde Naties is een competentiestrijd losgebarsten. Het Departement voor Humanitaire Steun (DHA) heeft onlangs een speciale gezant benoemd voor Oost-Zaïre. En zowel DHA als de VN-vluchtelingenorganisatie Unhcr, dat zich wil revancheren voor gemaakte fouten, wil nu het voortouw nemen bij het komen tot een oplossing van de vluchtelingenkwestie. De Unhcr-bazin Sedako Ogata verzet zich hevig tegen de DHA-bemoeienissen.

De politieke kant van de zaak ligt nog ingewikkelder. In Nairobi vond dinsdag een regionale Afrikaanse top plaats, waar Zaïre niet naar toe wilde komen. Hiervan valt dus voorlopig weinig te verwachten. Op diplomatiek niveau staat de visie van Frankrijk en België lijnrecht tegenover die van de Verenigde Staten, Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië.

Frankrijk en België hebben beide de Hutu's gesteund en zijn dit blijven doen, Frankrijk zelfs tijdens de genocide. Het is daarom niet vreemd dat het land dinsdag pleitte voor herstel van de vluchtelingenkampen langs de grens, hetgeen neerkomt op handhaving van de status quo van voor de strijd in Oost-Zaïre. Frankrijk wil kortom geen politieke oplossing voor de kwestie van de Hutu-extremisten, en is nu de grote dwarsligger.

Maar Rwanda is als de grote winnaar uit de marginale oorlog tevoorschijn gekomen. Het land beheerst indirect twee Zaïrese provincies, en de Hutu-extremisten zijn nu op heel veilige afstand. De Rwandese regering en de keiharde Rwandese militairen zullen daarom veel meer bij de onderhandelingen betrokken moeten worden, erkennen diplomaten in Kigali. Anders komt er geen duurzame politieke oplossing.

Fred de Vries

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden