Commissie van wijzen kan onderste steen boven krijgen in Irakonderzoek

Eerder werd zo de lucht geklaard in heikele kwesties...

DEN HAAG De oppositiepartijen in de Tweede Kamer schamperen nu al over het onderzoek van de commissie-Davids naar de besluitvorming over de Irakoorlog. Femke Halsema (GroenLinks) verzuchtte maandag: ‘Too little, too late’. Volgens de oppositie kan alleen een parlementaire enquête met verhoren onder ede de onderste steen boven krijgen over wat het kabinet bezielde om de inval in Irak te steunen.

Toch zijn er in het verleden wel degelijk ‘commissies van wijzen’ geweest die de lucht klaarden in heikele kwesties – de commissie-Donner in de Lockheedzaak in 1976, de commissie-Beel die in 1956 de angel uit de Hofmans-affaire trok.

Volgens Carla van Baalen, hoogleraar Parlementaire Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, is het ook geen onwrikbaar feit dat een parlementaire enquête meer informatie naar boven haalt dan een onafhankelijke onderzoekscommissie. ‘Juist omdat getuigen voor het oog van de camera en onder ede worden gehoord, zijn ze eerder geneigd te roepen: ik weet het niet meer. In een vertrouwelijke omgeving kun je waarschijnlijk meer uit gesprekken halen. Als die gegevens geanonimiseerd in het verslag terechtkomen, zijn ze niet controleerbaar, maar dat doet aan de uiteindelijke conclusie niet zoveel af.’

Juist die oncontroleerbaarheid doet parlementariërs vrezen dat informatie wordt achtergehouden. Berucht is het onderzoek van Jos van Kemenade in 1998, die in opdracht van de regering moest uitzoeken of er sprake was van een doofpot bij de afhandeling van de affaire-Srebrenica.

Na zes weken kwam hij met de conclusie dat de krijgsmacht in de nasleep van Srebrenica niet doelbewust informatie had achtergehouden. Een NIOD-rapport maakte vier jaar later gehakt van zijn bevindingen, het kabinet-Kok trad vervroegd af en het clubje rondom Van Kemenade ging de boeken in als de ‘doofpotcommissie’.

Niet terecht, houdt Van Kemenade ook nu nog vol. ‘Het was geen verkeerd rapport, maar er heersten onjuiste verwachtingen. De beoordeling van de kwaliteit van een onderzoek wordt gekleurd door de opvattingen die men bij voorbaat heeft. In het geval Srebrenica was de aanname dat het wel een grote bende zou zijn bij Defensie. Mijn rapport bevestigde dat niet, dus deugde vervolgens ook mijn onderzoek niet.’

Philip van Praag, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam, vindt het niet juist dat iemand met een uitgesproken politiek profiel zoals Van Kemenade – PvdA’er en destijds commissaris van de koningin – zo’n onderzoek leidt. ‘Je hebt iemand nodig die zich niet door de politiek als loopjongen laat gebruiken. Het liefst types uit de rechterlijke macht, de Rekenkamer of een kritische hoogleraar.’ Met Willibrord Davids, van wie nauwelijks meer bekend is dan dat hij oud-president is van de Hoge Raad, zit het wat neutraliteit betreft wel snor.

Dus zijn ook dit keer de verwachtingen hooggespannen. Uitgelekte geheime documenten wekten de indruk dat er nog een beerput is open te trekken over Irak. Als het rapport niet aan die verwachtingen beantwoordt, blijven er vragen. Hoogleraar Van Baalen: ‘Dus het kan best dat straks wordt gezegd: prachtig rapport, maar het is niet uitputtend. Dan komt er alsnog een parlementaire enquête.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden