Commissie gelijke behandeling schept valse verwachtingen

De Commissie gelijke behandeling vergist zich als zij denkt dat alle leraren voortaan voor hetzelfde werk gelijk moeten worden beloond....

ONDER leraren is het al even langer bekend, zij worden voor hetzelfde werk verschillend beloond. Oorzaak hiervan is de herstructurering onderwijssalarissen (HOS) van vijftien jaar geleden. De Commissie gelijke behandeling heeft met haar uitspraak (de Volkskrant, 20 januari) dat de HOS met name vrouwen treft en daarom in strijd is met Europese regelgeving, een tijdbom onder het loongebouw in het onderwijs gelegd. Helaas zal deze bom nooit afgaan.

Ik weet het nog goed, het was midden jaren tachtig, ik had mijn sollicitatiegesprek en stelde de vraag wat ik zou gaan verdienen? De rector wist het niet, want de onderwijssalarissen waren net geherstructureerd, maar met twintig uur zou ik een gezin kunnen onderhouden.

Opgelucht haalde ik adem, ik ging zevenentwintig lessen geven, mijn vriendin kon haar beurs opzeggen en dan nog zouden we geld overhouden. Dit bleek een naïeve misrekening. Op mijn eerste loonstrookje eind september stond een netto bedrag van 1670 gulden. Wel moest ik me nog particulier verzekeren, waardoor we op een inkomen onder bijstandsniveau uitkwamen. Een sick joke die ik aan de toenmalige minister Deetman te wijten had, hij was dit aanvangsalaris met de bonden overeengekomen.

Uitgangspunt bij dit akkoord was duidelijk: zittend personeel beschermen en nieuwkomers betalen de rekening. Hierdoor kunnen twee personen die hetzelfde werk doen verschillend beloond worden. Dit lijkt een aanslag op elk gezond rechtsgevoel, maar is het niet. Omstandigheden veranderen nu eenmaal. Menig werknemer tussen de 55 en 60 zou graag vervroegd uittreden, maar krijgt daar vanwege toenemende vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt de kans niet toe.

Gelijksoortige argumenten lagen ten grondslag aan de HOS. De onderwijsbegroting bestond grotendeels uit salarissen, de economische situatie was beroerd en dan heeft een minister weinig keus.

De recente uitspraak van de Commissie gelijke behandeling lijkt echter ruim vijftien jaar later het HOS-akkoord met terugwerkende kracht aan het wankelen te brengen. Een mevrouw in Limburg diende een klacht in. Naar haar mening verdienen mannen meer dan zij. Uitgesmeerd over een carrière schat zij 230 duizend gulden te zijn misgelopen. De klacht is gehonoreerd, maar daar blijft het niet bij.

Een commissielid verklaarde tegenover de media dat deze uitspraak grote gevolgen zal hebben. Alle 'na-hossers' dienen gecompenseerd te worden voor het opgelopen inkomensverlies. Ten grondslag aan deze stelling ligt de volgende redenering: het HOS-akkoord is legitiem en discrimineert niet direct op sekse. Wel is het zo dat sindsdien het aantal tot het onderwijs toegetreden vrouwen tweeënhalf keer zo hoog ligt als mannen, waardoor het negatieve effect van de maatregel vooral bij hen terechtkomt. Doorslaggevend is dus niet de kwaliteit van het akkoord, maar het aantal dat er nadeel van ondervindt.

Voor ingewijden is het beeld van onderbetaalde vrouwen overigens zeer herkenbaar. Zo zijn mijn vrouw en ik beide werkzaam in het onderwijs. We doen hetzelfde werk, zijn academisch geschoold en geven les in de bovenbouw. Toch verdien ik in drie dagen bijna net zoveel als zij in een hele werkweek. De oorzaak voor dit verschil heeft echter niks met sekse te maken, maar alles met de beloningssystematiek.

Kernpunt is dat leraren niet worden betaald op grond van hun opleiding maar van hun functie. Bovendien is bij de HOS een budgettering van hoge schalen overeengekomen, onder de voorwaarde dat rechten van 'voor-hosser' gerespecteerd worden. Het gevolg is dat goed betaalde functies alleen vrijkomen als een oudere docent vertrekt. Wie de baan vervolgens krijgt is volstrekt ondoorzichtig. Mijn vrouw geeft geschiedenis en zal er altijd naast grijpen, voor haar tien anderen. Ik geef een schaarstevak en dat verklaart ons inkomensverschil.

Onrechtvaardig? Misschien, maar wel binnen een democratisch overeen gekomen beloningssystematiek. De enige reden waarom de mevrouw uit Limburg 2000 gulden minder verdient dan haar oudere collegae is dat ze in haar functie blijft hangen. Deze ongelijke behandeling is een gevolg van het beleid van haar directie. De minister heeft hier niks mee te maken en de uitspraak heeft voor hem dan ook geen enkele consequentie.

Maar er is meer. Wat opvalt is het gebrekkig historisch besef van de commissie. Onderwijsbeleid hield niet op bij Deetman. Direct na het HOS-akkoord vormden leraren een actiegroep met maar één doel; repareren van de aanvangsalarissen. Het was minister Ritzen die aan de verlangens tegemoetkwam met een verhoging van beginsalarissen van leraren met 60 procent, het na 1985 in dienst getreden personeel kreeg een compensatie. De systematiek achter de HOS bleef gehandhaafd.

Eigenlijk heeft iedereen zijn deel al gehad. Na deze constatering wordt de zaak bizar. De Commissie Gelijke Behandeling suggereert een salariscompensatie voor alle na-hossers, maar dat is niet aannemelijk.

De hierdoor ontstane verwarring is uiterst pijnlijk, want juist onder deze groep leraren heerst een gevoel van frustratie door structurele onderwaardering. Zij hebben expertise, bevinden zich in de kracht van hun leven, trekken de kar bij moeilijk uitvoerbare vernieuwingen zoals studiehuis en basisvorming, en juist zij krijgen daar binnen het huidige systeem beduidend minder voor terug dan collegae die hun laatste jaren tot het pensioen dik betaald uitzitten.

Dat is de fout van de HOS en vanwege deze ongelijke behandeling zou minister Hermans, geplaagd door lerarentekort en begrotingsmeevallers, zich verplicht mogen voelen de beurs te trekken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden