Commissie beveelt bezuinigingen aan Haagse kunstwereld verkeert in nood

De Haagse kunstwereld maakt onrustige tijden door. De laatste bezuinigingsronde deed veel stof opwaaien, een nieuwe korting van bijna twee miljoen ligt in het verschiet en daarmee lijkt het nog niet afgelopen....

AUKJE VAN ROESSEL

Van onze verslaggeefster

Aukje van Roessel

DEN HAAG

'Vlaggeschip in nood' is de titel die de onafhankelijke commissie onder voorzitterschap van dramaturg Carel Alphenaar aan haar advies meegaf. Het vorige meerjarenbeleidsplan heette nog 'Sterren aan het firmament'. Schrijnender kan de situatie in de Haagse kunstwereld bijna niet worden weergegeven.

De Haagse wethouder voor Cultuur, L. Engering, had woensdag de hele plaatselijke kunstwereld uitgenodigd om te discussiëren over het advies - om draagvlak te creëren en suggesties te horen voor haar toekomstige keuzes, heet dat. Maar menigeen in het wereldje zelf ziet het advies als gebrek aan eigen visie en een legitimatie voor pijnlijke keuzes.

Carel Alphenaar heeft zich ter dege gerealiseerd dat hij zou worden gezien als 'burgemeester in oorlogstijd' toen hij de opdracht accepteerde. Hoogste ambtenaar bij de dienst Kunst en Cultuur in Den Haag, A. Harkes, kreeg dat verwijt ook naar het hoofd geslingerd. Oud-minister J. de Ruiter, en voormalig voorzitter van de Raad voor de Kunst, kent dat mechanisme.

Op de bijeenkomst in het stadhuis stak De Ruiter de wethouder een hart onder de riem met een verwijt aan zijn gehoor: 'De kunst redeneert altijd eenvoudig: geef ons het geld en wij leveren wel een produkt. Maar zo werkt het niet. De kunstwereld stikt van de belangentegenstellingen. Er zal toch één instantie moeten zijn die een overall-visie heeft.'

De commissie-Alphenaar heeft geprobeerd lijnen uit te zetten voor zo'n visie. Maar niet na eerst te hebben geconstateerd dat 'het eigenlijk op dit financiële niveau niet verder meer kan, althans niet met de ambities die een grote (cultuur)stad passen'. En vervolgens gaat het mes erin. Want de commissie heeft zich wel aan het beschikbare budget van ruwweg negentig miljoen gulden gehouden.

Wat veel koudwatervrees oproept is het begrip marketing dat opdoemt in het advies. Volgens Alphenaar gaat het om een attitude, van zowel de kunstenaar als de koffiejuffrouw, die erop gericht moet zijn het publiek zo goed mogelijk bij de produktie te betrekken. Artistiek leider van het Nationale Toneel, Ger Thijs, verwoordde de angst met zijn opmerking dat 'cultuur als instrument wordt gezien voor een etentje en een avondje in een hotel'. Het mag volgens Thijs toch niet zo zijn dat de Stichting Promotie Den Haag aan het Nationaal Toneel komt vragen nog eens Couperus te spelen, omdat daar omheen zo'n leuk arrangement valt te regelen.

Directeur J. Tieleman van die stichting sloeg onmiddellijk terug: 'Volgend jaar houdt het Residentie Orkest een Brahms-festival. Het ideetje kwam van ons. Het orkest zag daar de artistieke waarde van in en vult ook verder het programma in. Het gaat niet om oorlog, maar om samenwerking.'

Wat kwaad bloed heeft gezet, is de keuze van de commissie voor een aantal 'sterke troeven'. In het vorige Kunstenplan was daar ook sprake van, alleen was het aantal sterren aan het firmament toen talrijker. Zo horen Toneelgroep De Appel en het Residentie-Orkest daar nu niet meer bij.

Het orkest moet het teveel hebben van één man, dirigent Svetlanov, hetgeen een bedrijfsrisico inhoudt, De Appel krijgt het verwijt geen visie te hebben. Aus Greidanus en Aram Adriaanse zouden teveel de traditie voortzetten van de vertrekkende man, Erik Vos, en te weinig een eigen artistieke aanpak hebben.

Greidanus vindt het verwijt niet terecht. Hij vraagt zich af wat nu eigenlijk wordt verstaan onder vernieuwing. En het ergert hem dat de volle zalen zich nu tegen De Appel keren. Het noemen van sterke troeven roept sowieso de nooit verstommende discussie op over de vraag: moet je het al bestaande, de publiekstrekker subsidiëren of juist het jonge kasplantje waaruit een mooie bloem kan groeien.

Artistiek leider van het Nationaal Toneel, Ger Thijs, ziet in het advies een tendens die hij waarneemt in de hele maatschappij: 'Het gaat overal om het grote. Dat kun je exporteren, dat heeft glamour. Het is de survival of the fittest, ten koste van het kleine.'

Thijs keert zich dan ook tegen het korten van de subsidie op het kleine, literaire theater Branoul, zoals de commissie-Alphenaar adviseert. Kunnen de voorstellingen van Branoul niet in een ander theater worden gehouden, is wat de commissie zich afvraagt. Maar over dit soort suggesties, waardoor geld vrijkomt al is het bedrag gering, valt met de Haagse kunstwereld niet te praten.

De Haagse dichter Bart Chabot had een kaasschaaf en een botte bijl meegenomen, als symbolen voor methoden van bezuinigen. Maar zowel het hanteren van de kaasschaaf als de bijl zijn pijnlijk. Als de wethouder de eerste pakt, krijgt ze het verwijt geen keuzes te maken, gebruikt ze de bijl dan is het ook oorlog. Engering verzucht wel eens: 'ze verwijten mij een gebrek aan bevlogenheid en visie, maar als ik een pot met geld neer zou zetten hoor je ze daar niet over'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden