Commentaar

Commentaar: vruchten van globalisering moeten beter worden verdeeld

Het ruime monetaire beleid en de globalisering zorgen voor groei, maar ook voor grotere ongelijkheid.

Mario Draghi van de ECB Beeld reuters

Voor de Nederlandse economie was 2016 een topjaar. De groei komt uit op 2,4 procent, de hoogste groei sinds 2008, de werkloosheid blijft maar dalen, de koopkracht stijgt en het begrotingstekort verdwijnt als sneeuw voor de zon.

De groei wordt grotendeels gedreven door de opleving van de huizenmarkt. De huizenprijzen stijgen vooral door de lage rente. En dat is weer vooral te danken aan Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank, die miljarden in de economie pompt.

Onheilspredikers kregen in 2016 vooral ongelijk. De Brexit leidt vooralsnog niet tot een ineenstorting van de Britse economie, waarvoor alom werd gewaarschuwd. Het 'nee' bij het Italiaans referendum leidde niet tot een nieuwe eurocrisis waarvoor werd gevreesd. En de verkiezing van Trump, waarnaar met angst en beven werd uitgekeken vanwege zijn protectionistische neigingen, leidde op de beurzen tot een hosannastemming.

Het ruimhartige beleid van de centrale banken smoort elke financiële crisis in de kiem. Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, waarschuwt al jaren voor de gevaren. Het is zeker voor een calvinist moeilijk te geloven dat een economie straffeloos geld kan bijdrukken, maar voorlopig krijgt hij ongelijk. Het voordeel van een grote munt als de euro, is dat hij robuust is.

Niettemin draagt het ruimhartige monetaire beleid risico's in zich. Door de lage rente is iedereen op zoek naar rendabele investeringen. Hierdoor dreigen zeepbellen te ontstaan, die op enig moment kunnen klappen.

Zorgelijker nog is dat de vruchten van het monetaire beleid niet gelijkmatig over de bevolking worden verdeeld. Het zijn vooral de huizen- en aandelenbezitters die profiteren. Veel anderen profiteren niet mee. Zij krijgen vooral te horen dat ze flexibel moeten werken, dat ze later met pensioen moeten en dat de zorg op termijn onbetaalbaar wordt. De trend die werd geschetst door Piketty (de vermogenden worden steeds vermogender ten koste van de werkenden) wordt door het monetaire beleid versterkt.

De ongelijkheid groeit verder doordat niet iedereen in dezelfde mate van de globalisering profiteert. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt, waar men met Oost-Europa en China moet concurreren, worden de arbeidsvoorwaarden uitgehold, aan de bovenkant van de arbeidsmarkt waar men met Londen en New York concurreert, nemen de verdiensten juist toe. Hoger opgeleiden lijken gemakkelijker te kunnen omgaan met de onzekerheid die gepaard gaat met globalisering.

De stelling dat globalisering uiteindelijk goed is voor iedereen, is te gemakkelijk. Ja, het bruto nationaal product stijgt. Maar als dat gepaard gaat met toenemende onzekerheid zal dat lang niet door iedereen als vooruitgang worden ervaren. De vraag moet niet zijn of de globalisering moet doorzetten, maar wel hoe en vooral ook hoe snel.

Het is aan de politiek om ervoor te zorgen dat iedereen in gelijke mate profiteert van de aantrekkende economie. De vruchten van de globalisering moeten via belastingen worden herverdeeld. Als dat niet lukt, zullen partijen die voor protectionisme pleiten, aan het langste eind trekken. De geschiedenis leert dat dat niet alleen slecht is voor de economie, maar ook voor de onderlinge verhoudingen in de wereld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.