Commentaar: slavernijverleden verdient aandacht, maar nationale feestdag is niet de manier

Het slavernijverleden wordt niet meer genegeerd. Maar het is nog lang geen nationaal thema.

Een kranslegging bij het Nationaal Monument Slavernijverleden tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Oosterpark.Beeld anp

Waarover ging het in de Nederlandse kranten van 1 juli 1963? Over onmin tussen Russen en Chinezen. En over de inhuldiging van paus Paulus VI. Maar niet over de afschaffing van de slavernij, precies honderd jaar eerder. De slavernij was geen thema in het Nederland van die dagen - dat met smaak de vruchten van de wederopbouw consumeerde en dat zelfs aan de Duitse bezetting, twintig jaar eerder, slechts mondjesmaat aandacht besteedde.

Inmiddels is er - sinds 1 juli 2002 - een Nationaal Monument Slavernijverleden, waar jaarlijks een herdenking plaatsvindt. Het Rijksmuseum bereidt een grote tentoonstelling voor over de slavernij. En elke school wordt geacht leerlingen over deze duistere episode te informeren. Dat is winst ten opzichte van de totale desinteresse die het thema in 1963 omgaf.

Toch laten de meeste Nederlanders zich nog goeddeels onbetuigd bij de herdenking van ons slavernijverleden. Dat steekt de mensen voor wie slavernij onderdeel is van het collectief geheugen - en soms nog steeds een open wond. Waarom is 1 juli geen nationale herdenkingsdag, vragen zij zich af, vergelijkbaar met 4 mei?

Hun behoefte aan zo'n blijk van erkenning is heel begrijpelijk. De vraag is echter of een herdenkingsdag het nagestreefde doel zou dienen. De Nationale Dodenherdenking is niet in het leven geroepen om de Nederlanders te herinneren aan een episode die ze anders zouden vergeten, ze geeft juist uitdrukking aan de breed gedeelde behoefte om te herdenken. Met betrekking tot het slavernijverleden is die behoefte minder algemeen. Dat mag moeilijk verteerbaar zijn voor degenen die jaarlijks Keti Koti - het feest van de verbroken ketenen - vieren, je verandert daar niets aan met de invoering van een nationale herdenking die niet nationaal wordt beleefd.

Gelukkig wordt het slavernijverleden niet meer genegeerd. Nu is het zaak om het nog meer zichtbaar te maken voor nog meer Nederlanders. In het onderwijs, met de tentoonstelling in het Rijksmuseum of met de vestiging van een Slavernijmuseum. Het Tropenmuseum in Amsterdam zou daarvoor een passende locatie kunnen zijn.

Einde slavernij gevierd met veel lawaai, 'maar waarom is dit nog geen nationale herdenking?'
Hoe feestelijk mag een slavernijherdenking zijn? Bezoekers zijn het er niet over eens. Sommigen staan demonstratief afzijdig: 'Ik zie dit als lol maken over de rug van onze voorouders.'

Waarom is er nog altijd geen (apart) slavernijmuseum?
Zaterdag is het Keti Koti: de jaarlijkse slavernijherdenking. Er is steeds wel wat onenigheid, maar de grootste onvrede is het gebrek aan aandacht in de rest van het jaar. Waarom is er nog altijd geen apart museum?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden