Commandanten huilen niet

Een dag nadat Peter van Uhm was aangetreden als Commandant der Strijdkrachten sneuvelde zijn zoon in Afghanistan. Een gesprek over het leger en het vaderschap, nu zijn leven te boek is gesteld.

Beeld Ivo van der Bent

Viersterrengeneraal was hij, hoogste militair van het land, baas van het leger, de grote Van Uhm. Hij is een stuk kleiner dan gedacht. Niet dat hij in het echt ondermaats is, maar de rijzige gestalte die je voor je geestesoog zag, blijkt als burger, als gepensioneerde militair niet een man om in letterlijke zin tegenop te zien.

De mensen trappen erin, zegt hij. Ze realiseren zich niet dat uniformen zijn gemaakt om indruk te maken. 'Als je op het slagveld door je uitdossing de tegenstander onder druk zet, sta je al met 1-0 voor. Is er nog niks gebeurd. Het is niks anders dan imponeren.'

Voelt dat ook zo?
'Ik moet zeggen, als ik mijn uniform aantrek, ga ik anders lopen. Inge, mijn vrouw, zegt het ook altijd: in je uniform is dat gebogen lopen van je, weg. Dat uniform, het doet iets met je.'

Peter van Uhm (59) heeft zijn leven laten opschrijven, door journalist Sander Koenen. Ik koos het wapen luidt de titel.

Hij was het eigenlijk niet van plan. Hij kan een boel, schrijven kan hij niet. Dat om te beginnen.

En op aandacht, onvermijdelijke aandacht voor het sneuvelen van zoon Dennis van Uhm, 23 jaar, op vrijdag 18 april 2008, op missie in Uruzgan, Afghanistan, nota bene een dag nadat vader Peter van Uhm was aangetreden als Commandant der Strijdkrachten, zat hij eigenlijk niet te wachten.

Van de andere kant: hij en zijn vrouw Inge, hun dochter Lotje, Dennis zijn vriendin Lieneke, ze zijn niet de enigen die zo zwaar zijn getroffen. Misschien, veronderstelt hij, misschien kan zijn relaas anderen een beetje tot steun zijn.

Afghanistan moest stabiel worden en democratisch. Dat was de opdracht. Is Dennis niet voor niets gestorven?
'Nee, zeker niet. Het klinkt misschien klinisch, maar je haalt je winst al doordat je de lokale bevolking helpt. Tarin Kowt, de hoofdstad van Uruzgan, zag je groeien. Mensen kwamen erop af, er was veiligheid te halen, economische groei.'

We hebben er in 2010 een strik omheen gedaan, we zijn afgetaaid, succes ermee. Dus waarom moest uw zoon nu eigenlijk sterven?
'Omdat er scholing is. Omdat er irrigatie is in de landbouw. Omdat er betere ziekenhuizen zijn. Als je daar bent, help je de lokale bevolking.

Inderdaad, zolang je daar bent. Inmiddels pleegt de Taliban steeds meer aanslagen op de eigen lokale bevolking.
'Dat wil ik niet ontkennen. Maar als je een land uit oud-testamentische omstandigheden wilt halen, kost dat jaren. We hebben een hele generatie kinderen de kans gegeven naar school te gaan, ook meisjes. Die jeugd heeft ervaren hoe het is om in relatieve zin vrij te zijn en veilig. Dat zit in de hoofden van die jeugd. Dat kan geen Taliban er meer uit halen.'

U was in 2006 de baas van de landmacht; u nam mede het besluit naar Uruzgan te gaan. Geeft dat in retrospectief een gevoel van schuld?
'Nee, althans niet in rationele zin. Er zijn momenten waarop ik mij schuldig voel, emotioneel schuldig jegens de slachtoffers. Ook jegens Dennis. Natuurlijk. Maar ik ben eruit. Ik ben realist. Door mijn verdriet heen besef ik dat sommige dingen zo gaan. Het heeft wel een tijd lopen sudderen, hoor.'

U schrijft: 'Ik zoek naar iets van nut. Ik wil het gevoel hebben dat het ergens toe dient.' En?
'Ik ga terug naar hoe ik gevormd ben, naar de verhalen van mijn vader over de Tweede Wereldoorlog. Als de geallieerden hadden gezegd: we geloven het wel, hadden wij hier nu Duits gesproken. Ik vind dat we een verantwoordelijkheid naar de wereld hebben. Je moet als rijk land je verantwoordelijkheid nemen.'

Waar ziet u in het geval van Afghanistan het nut?
'Afghanistan heeft grote stappen vooruit gezet in het proces van democratie. Mensen staan er uren in de rij om te kunnen stemmen. Zou je eens in Nederland moeten proberen.'

U hebt uw zoon aangemoedigd om uitgezonden te worden naar Uruzgan...
'Uitzendingen horen bij het vak van de militair.'

Ik wilde vragen: is het een taak van een vader zijn zoon naar de oorlog te sturen?
'In beginsel niet. Maar als je in het leven staat zoals ik en mijn zoon het was zijn keuze, hij koos heel bewust. Militairen verschillen niet veel van topsporters. Je hebt de wedstrijd nodig om te ervaren of je het ook kunt. Mijn zoon had echt met zijn volle verstand voor dat vak gekozen.'

Deed hij het niet voor zijn vader?
'Daar heb ik natuurlijk veel met hem over gesproken. Ik zag in mijn eigen opleidingstijd jongens rondlopen die het inderdaad voor hun vader deden. Die hielden het niet lang vol. Mijn zoon heeft zijn besluit genomen in zijn puberteit. We hadden veel met hem te stellen. Steeds zei hij: maar over één ding hoeven jullie je geen zorgen te maken. Ik ga mijn eindexamen halen om naar de KMA te kunnen.

'Ik vroeg: waarom wil je militair worden? Omdat, zei hij dan, mijn vader iedere dag met een glimlach op zijn gezicht thuiskomt. Waarom zou ik dat niet mogen? Dan ben je gewoon uitgemanoeuvreerd door je eigen zoon.

'Het gaat weer goed met ons. We houden als gezin elkaar bij de hand, we kunnen de blik vooruit zetten. Maar toch. Altijd zeiden we tegen elkaar: we zijn voor het geluk geboren. Dat zeggen we niet meer.'

Hebt u ooit gedacht: dat klote leger?
'Op de avond zelf, toen we het hoorden. Toen heb ik de hele wereld vervloekt, inclusief het leger. Zoek het maar uit, dacht ik, ik gooi het bijltje erbij neer. Maar daar was ik vrij snel overheen.'

Hij ging na vier dagen alweer naar het ministerie. De wereld moest zien dat hij in functie was en dat hij zijn functie aan kon. Arnold Karskens, oorlogsverslaggever, verlangde in Pauw & Witteman dat Van Uhm zou aftreden; zijn positie was onmogelijk geworden. Alles wat hij vanaf nu verordonneerde zou door de Afghanen geïnterpreteerd kunnen worden als een wraakactie. Van Uhm: 'Ik zei tegen mezelf: dit gaat niet gebeuren.'

Waarom liet u zich opnaaien?
'Nou ja, daar ben ik Karskens nog steeds dankbaar voor. Hij dwong me te schakelen vanuit mijn trieste emoties. Ik was verantwoordelijk. Een baas is ervoor om rust in een organisatie te brengen, niet om de zaak in verwarring te brengen.'

Ging uw functie boven alles?
'Het moest wel kunnen met mijn gezin. Ik heb tegen mijn vrouw gezegd: ik wil door. Ik wist niet of het zou lukken.'

Was het niet normaal geweest als u de gordijnen had dichtgetrokken?
'Was de makkelijke weg geweest. Wij kregen een brief van een psycholoog of psychiater en die schreef: u moet een jaar lang niets doen. Jaja, kom zeg, past helemaal niet in het systeem-Van Uhm.'

Maar uw zoon was overhoop geblazen.
'Ik had er graag meer tijd voor genomen, voor mijn gezin en mijzelf. Maar die tijd heb ik mijzelf niet gegund. En dus ook mijn familie niet. '

Is dat gezond?
'Laat ik aan anderen over. Ik denk dat een heleboel mensen er niks van begrijpen.'

U had zichzelf één ding beloofd: niet janken. 'Commandanten huilen niet', staat er. Is dat waar?
'In het openbaar huilt de Commandant der Strijdkrachten niet. Je moet vertrouwen uitstralen, standvastigheid, kracht.'

Peter van Uhm is zoon van een bakker uit Nijmegen-Oost. 17 was hij toen hij naar de KMA ging, de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Hij wilde buitenspelen, alsjeblieft geen kantoorbaan. 'En ik was van één ding overtuigd: dat communisme, dat moet hier niet komen.' Het was 1972.

Hij vertelt over de omgangsvormen in het leger. Dat wat van buiten formeel lijkt van binnen niet zo wordt ervaren. Officieren worden met hun rang aangesproken, opdat iedereen weet: die is de baas. Uiteindelijk is het best informeel, zegt hij. Het is een organisatie die over leven en dood gaat. Elke commandant beseft dat het daarom belangrijk is dat hij de kennis van al zijn mensen gebruikt alvorens een besluit te nemen.

Bekt men elkaar af?
'Ja, dat gebeurt, natuurlijk gebeurt het. Ik heb het ook gedaan.'

U schrijft dat u de vaardigheid bezat om een soldaat 'tot aan zijn enkels af te branden'. Waarom deed u dat?
'Omdat ik dacht dat het normaal was. Ik was een opgewonden standje. Je moest je in die tijd op de KMA overeind houden, het was een internaatsituatie. Ik leerde al heel snel dat ik me redelijk kon handhaven als ik me goed gebekt toonde.'

U deed het later, lang na de academie, nog steeds.
'Juist. Dus ik heb daar iets meegekregen dat ik zelf als normaal ben gaan percipiëren.'

Er was een generaal-majoor die u met kaarten en dossiers hard in uw gezicht sloeg. Een volwassen man die een andere volwassen man slaat. Hoort dat erbij?
'De man was super gedreven, zeer vakbekwaam, soms ging hij te ver. Hij sloeg me omdat ik over de grens was gegaan. Over de grens van betamelijkheid. Ik had hem niet twee keer, maar wel tien keer geïrriteerd over een besluit dat hij had genomen. Hij had mij niet mogen slaan, maar ik begreep heel goed dat ik te ver was gegaan.'

U schrijft over uw vaardigheid tot afbranden: 'Het was een bijna moorddadig venijn.' Zit dat in het systeem van het leger?
'Nee, dat zat in Peter van Uhm. Al moet ik zeggen: het kwam meer voor. Dus voor een deel zat het ook in het systeem, ja. Maar laten we eerlijk zijn: hoe dacht u dat een commandant reageert als op zijn groep geschoten wordt? Denkt u werkelijk dat de commandant dan zegt: kom jongens, laten we een theekransje maken.'

Later komt het onderwerp zijdelings terug: 'Ik heb geprobeerd het macho-achtige uit de krijgsmacht te krijgen.'

Er is uit militair oogpunt een goede reden voor: 'Mensen in het leger die stoer doen, zijn mensen die niet naar hun angsten luisteren. Uiteindelijk zal je zien dat ze te grote risico's nemen en een gevaar vormen voor zichzelf en hun maten. Daarom probeerde ik het aan te pakken. Maar ik geef toe, het is moeilijk.'

Beeld Ivo van der Bent

Sander Koenen: Peter van Uhm
Ik koos het wapen

Atlas Contact;
352 pagina's;
euro 19,99.

Vanaf 2 oktober in de winkel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.