Comeback van Pierre Cardin-marxist

Oud-president Denis Sassou Nguesso van Congo Brazzaville vocht zich terug naar de macht met een privé-legertje. Zijn oude vriendschap met het bewind in Angola en de Franse oliemaatschappij Elf Aquitaine kwamen goed van pas....

DENIS SASSOU NGUESSO was ooit een marxistische president die geen bezwaar zag in een hecht verbond met de Franse oliemaatschappij Elf Aquitaine. Op conferenties van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid presenteerde hij zijn land graag als een bolwerk tegen het imperialisme, zonder dat hem dat ervan weerhield te leven in grote weelde, betaald uit de recettes van de multinational. Het deerde hem niet dat hij een 'Pierre Cardin-marxist' werd genoemd.

Hij was ook niet de enige Afrikaanse leider die zich prettig voelde bij die voor buitenstaanders tegenstrijdige levenshouding. In de jaren tachtig was het zelfs de mode bij - wat doorging voor - het linkse blok onder de Afrikaanse staten. Neem zijn vriend en geestverwant José Eduardo dos Santos, president van, toen nog de volksrepubliek, Angola.

Diens bewind dreef op de overmakingen van de oliemultinationals. Met dat kapitalistische geld kocht hij het Sovjet-wapentuig waarmee hij oorlog voerde tegen de rechtse rebellen van Savimbi's Unita. Dos Santos' elite-eenheden hielpen Sassou Nguesso deze week met de verovering van de oliestad Pointe Noire en brachten hem zo de overwinning op president Lissouba.

'Elf leidt de dans in Congo en Sassou Nguesso is de man van Elf en de Fransen', zei een olie-expert deze week tegen het Franse persbureau AFP. Dat is één kant van het verhaal. Sassou Nguesso zal eerder zeggen dat hij Elf opnieuw voor zijn karretje heeft weten te spannen. Zoals hij dat ook had gedaan tijdens de dertien jaar dat hij alleenheerser was (1979-'92).

Generaal Sassou Nguesso kwam met een paleiscoup aan de macht. In 1977 was de jonge, charismatische president Marien Ngouabi onder mysterieuze omstandigheden vermoord, net in een tijd dat het arme Congo begon te profiteren van de enorme olievondsten voor de kust. Sassou Nguesso was de vertrouweling van Ngouabi, die in 1968 een staatsgreep had gepleegd. Hij was een van de oprichters van de Congolese Arbeiderspartij (PCT), de marxistische eenheidspartij die de basis vormde voor de volksrepubliek, en was het hoofd van de veiligheidsdienst en minister van Defensie.

Sassou Nguesso (geboren in 1943 in een dorp in het afgelegen noorden van het land) was in die tijd een prototype van een nieuwe generatie leiders in Afrika, jonge militairen die hun landen met strakke hand uit de chaos wilden leiden en steun zochten bij de Sovjet-Unie.

Maar vrijwel al die leiders sloten weldra akkoorden met westerse bedrijven, toen bleek dat er uit het Oostblok slechts morele steun was te verwachten en er voor Sovjet-wapens moest worden betaald. Elf Aquitaine begreep snel dat de marxistische retoriek weinig om het lijf had.

Zodra Sassou Nguesso aan de macht was, vervaagden de idealen. Congo verschilde eigenlijk weinig van het buurland Zaïre onder Mobutu, ook al leidde die een éénpartijstaat in naam van het kapitalisme in plaats van het marxisme. Een kleine elite verrijkte zich gestaag met de overmakingen van de oliemaatschappij, die 60 procent van de staatsbegroting dekte.

Toen de Koude Oorlog voorbij was verklaard en de Franse president Mitterrand de 'paristrojka' voor Afrika had afkondigd, waren de Congolezen de eersten die de straat opgingen om democratie te eisen. Sassou Nguesso gaf toe en liet een nationale conferentie organiseren. In 1992 werden er vrije verkiezingen gehouden.

Al in de eerste ronde viel hij af. Hij gaf een stemadvies op Lissouba, die Sassou Nguesso's vroegere eenheidspartij belangrijke ministersposten als dank had beloofd. Lissouba won, maar al gauw bleek de beloofde coalitieregering geen kans te maken. Sassou Nguesso zon op wraak. Uit de trouwste elite-eenheden van het regeringsleger vormde hij een privé-legertje, de Cobra's.

Lissouba, die in de eerste, democratische jaren na de onafhankelijkheid minister en premier was geweest, had geen prettige herinneringen aan Sassou Nguesso. Vlak na de moord op Ngouabi werd Lissouba opgepakt en wegens medeplichtigheid aan de moord ter dood veroordeeld. Sassou Nguesso was een van zijn ondervragers.

W+aarschijnlijk is de president door de legertop (wellicht met medeweten van Sassou Nguesso) uit de weg geruimd. De straf werd omgezet in levenslang, en zodra Sassou Nguesso zelf de macht had gegrepen liet hij Lissouba vrij, met het dringende advies om in ballingschap te gaan. Dat deed Lissouba.

Na de verkiezingen wachtte Sassou Nguesso zijn kans af. Lissouba's bewind was een ramp. In 1993-'94 verkeerde Brazzaville in een staat van oorlog. Lissouba's leger en milities (de Zoulous) maakten jacht op oppositieleiders. Het politieke conflict was een oorlog tussen etnische milities geworden.

Lissouba maakte ruzie met Elf Aquitaine door het Amerikaanse bedrijf Occidental Petroleum binnen te halen. De ruzie werd bijgelegd en Elf deed een forse gift aan Lissouba's verkiezingsfonds, maar vriendschap werd het niet.

In juli hadden verkiezingen moeten worden gehouden. Sassou Nguesso kwam begin dit jaar na een jaar ballingschap terug. Hij geloofde dat hij de verkiezingen zou winnen. In juni openden Lissouba's strijders de aanval op de zwaarbewaakte villa van Sassou Nguesso. Brazzaville werd een spookstad. Sassou Nguesso werd Afrika's eerste oud-dictator die de macht herovert met een privé-leger.

Wim Bossema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden