Column

Zes debutanten treden dit weekend aan op de manifestatie Manuscripta in Amsterdam, de opening van het boekenseizoen. Ik mag met hen in gesprek, en daar verheug ik me op: getuige te zijn van de aftrap van een schrijverschap. Onbezwaard nog door reputaties of verwachtingen van derden zullen ze zich presenteren: Maurits de Bruijn, Marjolijn van Heemstra, Amber-Helena Reisig, Shira Keller, Stefan van Dierendonck en Özkan Akyol. Ze hebben doorgaans maar een paar literaire vrienden, en er is geen vijand te bekennen. Dat moet allemaal nog beginnen.


Ze zitten ook niet aan een rol vast. Die onbeschrevenheid maakt hen benijdenswaardig. In het Vlaamse blad Zuurvrij las ik laatst een bijdrage van Willem Otterspeer. Als aspirant-biograaf van de schrijver en polemist Willem Frederik Hermans (1921-1995) bezocht Otterspeer jaren terug de kunstcriticus en radioproducer Freddy de Vree (1939-2004). Die was meer dan dertig jaar bevriend geweest met de gevreesde Hermans, en publiceerde over hem De aardigste man ter wereld (2002), vol foto's waarop je Freddy en 'Wim' hoogst amicaal ziet borrelen en lachen.


Destijds heb ik De Vree geïnterviewd bij de presentatie van zijn boek in Den Haag. Ik herinner me zijn achterdocht: nadat ik een velletje met mijn vragen op tafel had gelegd, pakte De Vree er een taperecorder bij en zette die aan. Opdat ik later niet met zijn woorden 'aan de haal kon gaan'.


Alsof ik dat van plan was.


Wat was de eerste vraag die De Vree aan Otterspeer stelde? Of Willem Frederik Hermans 'in zijn brieven aan andere vrienden dezelfde lullige opmerkingen over hem maakte als hij aan hem deed over die vrienden'. Die vraag overviel Otterspeer - en niet omdat het antwoord 'ja' moest zijn, 'maar omdat er blijkbaar mensen zijn die er een definitie van vriendschap op na houden die zoiets gedoogt.'


Het beeld klopt weer. De titel De aardigste man ter wereld léék al zo provocatief, en de innigheid van die vriendschap haast onwaarschijnlijk. De aanstaande biografie van Otterspeer gaat bevestigen dat Hermans consequent aan zijn reputatie beantwoordde. Tientallen jaren nadat uitgever Wim Schouten had voorgesteld dat Hermans zijn roman De tranen der acacia's zou inkorten, werd hem gevraagd of hij nog steeds boos op hem was. Hermans: 'Schouten kan het liegen niet laten. Ik ben niet boos op hem, maar sluit geen vriendschap met elk varken dat mijn pad kruist.' Erg grappig, maar ook: het moet geen pretje geweest zijn om zo in elkaar te zitten als Hermans.


Deze zomer was er nog zo'n moment waarop we een glimp kregen van een reputatie die geheel bleek te kloppen. Een Haags antiquariaat bood 39 'unieke auteurs- en opdrachtexemplaren' te koop aan uit de bibliotheek van Hella S. Haasse (1918-2011). Een paar dagen. Toen hadden de erfgenamen de vergissing in de gaten die een tussenhandelaar had gemaakt; de boeken werden teruggenomen en aan het Letterkundig Museum geschonken.


Er zat een mooie dankbetuiging bij van de burgemeester van Toronto, 'presented to Hella Hasse'. Veel lieve blijken van waardering, alles in het hoffelijke, en ik heb helaas niet meer kunnen bieden op het auteursexemplaar van Oeroeg (1948, met de omslagtekening van Eppo Doeve), met de opdracht 'Voor Mams en Paps van Hel'. Zo begon de carrière van Haasse.


In een briefje bij een essay over Jan Wolkers dat ze in 1963 voor De Gids maakte, schreef Haasse: 'Als er iets uit moet, kom ik wel langs om ter plaatse te schrappen.' Die zin, laat staan de erin voorgestelde daad, zou bij Hermans ondenkbaar zijn.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden