Column - Wat blijft er van Baudet over als hij gewoon kritisch ondervraagd wordt?

In een aankondiging van een artikel werden Thierry Baudet en zijn Forum voor Democratie door de Volkskrant onlangs 'fris' genoemd. Ik viel over dat woord, dat wil ik best vertellen. Nepnieuws verspreiden, dacht ik, leugens en racisme verkopen, een beetje bij de resten van de MH17 de loftrompet van Poetin steken, was dat fris?

Ik merkte al snel dat het een ongelukje was geweest, het woord fris, maar toen had ik mijn ergernis al op Twitter gedeeld. Er had een ander woord moeten staan dan fris. Een woord dat het punt van het artikel beter ondersteunde, namelijk dat de PVV een versleten indruk wekte en de nieuwrechtse toekomstmuziek voortaan bij Thierry klonk.

Ongelukjes zaten in kleine hoekjes, ik wist er alles van. Maar eerlijk gezegd bleef ik me nog wel afvragen of het hier een geïsoleerd ongelukje betrof of dat het misschien toch meer een ongeïsoleerd ongelukje was, een symptoom ergens van, kramp misschien, de angst voor links te worden versleten, een posttraumatisch Fortuynsyndroom.

Het zat hem misschien ook wel in de hoeveelheid aandacht voor de man en zijn twee Kamerzetels. We wilden elke dag wel iets over hem lezen, ik ook, en anders schreef ik wel iets over hem. Aan welke zakjes ruikt hij het liefst? Naar welke Bourgogne gaat zijn voorkeur uit? Die sjaal, is dat kasjmier?

In een profiel van Yernaz Ramautarsing, tweede op de FvD-kandidatenlijst in Amsterdam, werden zijn inzichten 'verrassend' genoemd. En zo kun je ze misschien wel noemen, hij denkt bijvoorbeeld dat wetenschappelijk is aangetoond dat zwarte mensen minder slim zijn dan witte. Maar ik had zelf voor iets anders gekozen.

Was dit ook een ongelukje? Ik wist het niet, ik vroeg het me af. In een stukje over Baudet schreef de auteur van het profiel deze week dat ergens over schrijven niet hetzelfde was als instemmen. En dat was ook zo, maar wij maakten ons geen zorgen over zijn opvattingen, maar vroegen ons af waarom rampzalige racisten soms zo luchtig aan het woord werden gelaten.

In het kerstnummer stond een groot interview met Baudet. Er werden daarin geen kritische vragen gesteld. Andere vragen wel. Zoals, bijvoorbeeld, - Thierry was net even uitgeweid over de aanstaande Ondergang -, 'Heb je ook een vriendin?'

Er kwam veel kritiek op het stuk, maar de hoofdredacteur vond die niet helemaal terecht. Het doel was geweest om Baudet te laten zien zoals hij echt was, een poseur, en zo was hij er dan ook precies uit naar voren gekomen. Bovendien had het geen zin om vragen te stellen als: 'Bent u een racist?' Want dat leverde toch niks op.

Een beetje flauwe verdediging, want zo deed je alsof er maar twee soorten van interviewen bestaan: geen vragen stellen of heel stomme. En dat Baudet een poseur is, hoef je niet te laten zien, omdat het kenmerk van poseurs nu juist is dat ze zelf zo graag doen. We hadden het dan ook allang gezien, de eerste keer al, en daarna nog heel vaak. Zo vaak dat we nieuwsgierig zijn geworden naar wat er van de politicus en zijn verhalen zal overblijven als hij een normale journalistieke behandeling krijgt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.