Collega's

Een huisarts meldt de inspectie voor volksgezondheid dat zijn collega manisch depressief is en niet naar behoren functioneert. De collega reageert furieus....

Huisarts S. in Den Bosch klaagt zijn collega K. aan bij het Regionaal Tuchtcollege in Eindhoven. Deze collega, die tevens voorzitter is van de huisartsengroep waarin beiden werken, heeft achter de rug van S. om de inspectie voor de volksgezondheid benaderd. S. zou disfunctioneren.

De voorzitter heeft de huisartsengroep al gepolst over de verslechterde gezondheid van de arts, die geen visites meer aflegde en nog twee ochtenden in de week werkte.

Vier artsen in de groep vonden het de verantwoordelijkheid van S. zelf conclusies te trekken. Ze wilden zich er niet in mengen.

Korte tijd later - zonder de huisartsengroep erin te kennen - stapte K. naar de inspectie voor de volksgezondheid. Daar meldde hij dat S. manisch depressief was en zijn werk niet meer naar behoren kon doen.

De inspectie kon echter weinig beginnen met de aantijging en wilde een onderbouwing van de feiten, liefst nauwkeurig gedocumenteerd. Toen K. die niet kon leveren, schoof de inspectie de klacht terzijde.

Daarna stelde de inspectie S. op de hoogte over het optreden van K. Maar daarmee was voor S. de kous niet af. Hij wilde de kwestie ook publiekelijk bij de medische tuchtrechter aankaarten. Zeer tegen de zin van K., die vond dat hij niet twee keer voor hetzelfde kon worden veroordeeld. Maar daar trok het tuchtcollege zich niets van aan: de instelling dient het algemeen belang.

Bij het medisch tuchtcollege legt S. drie klachten voor: de melding bij de inspectie, de uitspraak dat hij manisch depressief zou zijn en de feiten waarop dit was gebaseerd. 'Ik had geen arts-patiëntrelatie met K. Dus waarop baseerde hij dat ik manisch depressief was?', vraagt S. tijdens de zitting.

Het tuchtcollege vindt het gedrag van K. raadselachtig. Waarom heeft hij eerst de huisartsengroep geraadpleegd als klankbord en begon hij daarna ineens zo'n soloactie bij de inspectie?

De aangeklaagde: 'S. heeft een zeer eigenzinnig karakter. Hij blijft altijd bij zijn eigen mening. Dan ontstaat een patstelling. Dus is het geen zinvolle optie om hem op andere gedachten te brengen. Bovendien, als er problemen zouden komen met patiënten dan zou men verwijten kunnen maken dat er nooit eerder actie was ondernomen.'

Maar waarom dan geen toestemming gevraagd bij de huisartsengroep voor uw gang naar de inspectie, vraagt het college nogmaals. 'De andere huisartsen wilden het aan S. zelf overlaten om conclusies te trekken en ik wist dat juist dat tot niets zou leiden.'

Minstens zo onbegrijpelijk vindt het tuchtcollege dat K. bij de inspectie de manische depressiviteit van S aanvoerde. 'U moest met feiten komen, maar in plaats daarvan droeg u een conclusie aan. Ziet u dan niet dat uw collega daarover zo boos is?'

K. vind dat hij integer en zorgvuldig is geweest. 'Ik had niet de bedoeling hem te beschadigen.' Deze kwestie speelde al sinds 1997, legt de aangeklaagde uit. 'Zijn echtgenote - ook arts in de huisartsengroep - belde me en zocht steun bij mij om hem met de praktijk te laten stoppen. Hij was al langer ziek, had een aandoening aan de schildklier en het zou onverantwoord zijn als hij bleef doorwerken. Maar het is haar niet gelukt hem te laten stoppen.'

'Toen kwamen er nieuwe feiten, neurologische problemen. S. had minder kracht in een been, kon minder goed zien en lopen en kon daarom geen visites afleggen. Bovendien had hij problemen met zijn geheugen. Dat speelde eind 1998 begin 1999.'

S. heeft nooit klachten gehoord van zijn patiënten. 'K. heeft twee jaar aan de zijlijn gestaan om ons te zien verzuipen', zegt de huisarts . 'De zaak achtervolgde mij in steeds grotere mate. Ook voor mijn vrouw was het moeilijk, uiteindelijk konden wij het niet meer volhouden. Vorig jaar zijn we gestopt. '

Als dit niet was gebeurd, zou u dan nog gefunctioneerd hebben als huisarts, vraagt de voorzitter. 'Ik kan het niet bewijzen. We hebben een slopend bestaan gekregen door het onrecht dat ons is aangedaan.'

Vorig jaar is bij S. een tumor in de hypofyse, een klier in de hersenen, geconstateerd. 'Of de tumor nu losstaat van de rest of dat stress een rol heeft gespeeld, kan ik niet bewijzen. Deze zaak heeft mij kapot gemaakt.'

Het tuchtcollege oordeelt dat de huisarts zwaar is beschadigd. Een lichte maatregel als berisping of waarschuwing is niet passend. Het college legt een boete op van 2250 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden