Collega's pesten haar. Caroline kan er niet meer tegen

Lerares biologie schrijft in afscheidsbrief over behandeling door collega's.

Beeld Familiefoto

Het is maandagnacht, half twee. Caroline Dijkman klikt voor de laatste keer op 'verzenden'. Daar gaat haar lange mail. Nu kan ze niet meer terug.

'Als je dit leest', schrijft ze, 'dan ben ik er niet meer.'

Ze staat op, loopt naar de keuken en pakt het glas.

Daarin zitten planten. Met een blender heeft ze die fijngemalen en er een drankje van gemaakt. Als biologielerares weet ze in welke concentratie het dodelijk zal zijn.

Ze heeft de kattenbrokjes neergezet, de hondenbrokken aangevuld. Het voer voor de haan ligt in de bak. Het huis is keurig opgeruimd.

Als ze even later haar oude rode Volvo start, staat het drankje naast haar. Afgedekt en in een plastic zak.

In een halfuur rijdt ze naar het Eyserbos. Hier wandelde ze zo vaak met haar man Steven. Nu is het er zwart en stil. Ze stuurt haar auto de verlaten parkeerplaats op.

Van tevoren heeft ze alles precies uitgedacht. Ze pakt het mengsel dat ze heeft geprepareerd. Ze stapt uit, gaat met de beker en het drankje op de achterbank zitten. Het portier laat ze open.

Op dinsdag 11 augustus 2015 opent Steven Schoevaart

om zeven uur 's ochtends op zijn werk zijn mail. Een bericht van Caroline. Om half twee 's nachts verstuurd.

'Je vindt me niet in huis, niet in het tuinhuis, niet in de tuin', staat er. 'Ze vinden me ergens onderweg.'

'Dit is foute boel', schiet er door zijn hoofd.

Hij belt de politie. Er is nog geen uur verstreken als hij thuis in Kerkrade het slechte nieuws te horen krijgt. Een hardloper heeft een vrouw in een auto zien liggen. Dood.

Verdoofd zit Steven in zijn huiskamer. Wat heeft hij over het hoofd gezien? Had hij iets kunnen doen?

In haar mail leest hij hoe ze hem bedankt voor alles wat hij voor haar deed. Er zit ook een lijst instructies bij. Wat hij moet doen met de dieren. Welke tekst er op de rouwkaart moet.

Caroline verzoekt hem ook twee brieven te posten die ze ondertekend heeft klaargelegd. Een voor de Volkskrant, de ander voor De Limburger.

'Dag redactie van de Volkskrant', staat er. 'In 2011/2012 werd ik in een kleine sectie biologie/verzorging van het Sint Maartenscollege havo/vwo/gymnasium in Maastricht georganiseerd gepest door vier collega's.'

Het is 2008 als Caroline Dijkman besluit

haar leven een nieuwe wending te geven: ze gaat het onderwijs in. Als lerares biologie, het vak waarin ze is opgeleid. Ze is dan 44. Jarenlang werkte ze als zelfstandig communicatieadviseur, maar ze mist collega's.

Bij haar sollicitatie op het Sint Maartenscollege zegt ze dat ze vindt dat kinderen te weinig in contact staan met de natuur. Daar wil ze iets aan doen. Het lukt: ze krijgt een contract voor twee dagen per week.

Caroline is een ambitieuze, serieuze vrouw. Vrolijk en energiek. Wilskrachtig. Vroeger deed ze aan wielrennen, en kwart triathlons.

Ze kan zichzelf afbeulen, ook in haar werk. 'Ze wilde', zegt haar man Steven Schoevaart, 'de dingen graag heel goed doen. Maar dat maakte haar ook onzeker. Ze vroeg zich voortdurend af: doe ik het wel goed genoeg?'

Beeld Mike Roelofs / de Volkskrant

'Caroline was gedreven', zegt schooldirecteur Henny de Vries. 'Een goede docent. Ze investeerde veel tijd in de voorbereiding van lessen, nam dingen mee uit de natuur. Ze was betrokken bij leerlingen. Een lief mens.'

Door de biologieleraren op school wordt ze enthousiast onthaald. Schoevaart: 'Ze dachten: hé wat leuk, een frisse collega met veel ideeën.'

Maar het enthousiasme bij haar collega's verandert sluipenderwijs in afkeuring. Althans, zo voelt Caroline het.

Het begint met kleine dingen. 'Wanneer ze er voor het eerst over vertelde, weet ik niet meer', zegt Schoevaart. 'Maar ik herinner me problemen met elektronisch lesmateriaal dat Caroline maakte. Dat plaatste ze voor de leerlingen op de elektronische leeromgeving. Maar een collega kraakte in het openbaar af wat ze had gemaakt, haalde het stiekem weg, veranderde wat dingetjes en zette het onder eigen naam terug.'

(Tekst loopt door onder foto)

Beeld Mike Roelofs / de Volkskrant

Caroline heeft een groot hart voor dieren.

In het asiel kiest ze dieren uit die niemand wil hebben.

Een kat met één oog. Een haan met een scheef pootje. Een kat met astma.

Dieren waarvan ze weet dat ze worden afgemaakt als zij ze niet meeneemt. Ze heeft twee katten, twee honden, kippen en een haan. Als een dier ziek wordt, is ze dag en nacht bezig met hun verzorging. Voor de haan creëert ze een in huis een slaapkamertje omdat het buiten te koud is.

Collega's spotten soms met haar dierenliefde, zegt Schoevaart. 'Haar collega's hielden van snijproeven. Dan zei iemand op zo'n toontje: 'Voor het laboratorium gaan we ratten bestellen. Nou, dan weet je wel waar die voor zijn hè, Caroline, dat weet jij wel hè?'

Dat kun je afdoen als plagerij, zegt Schoevaart, als het één keer gebeurt en een beetje speels. 'Maar over een langere periode steeds van dit soort gedragingen, dat is pesten. Je weet wat haar zwakke punt is en gaat daar gewoon keihard op zitten duwen. Bewust.'

Bij biologie ontstaan ruzies over vergaderingen.

'Die verplaatsten ze steeds op een manier dat Caroline er niet bij kon zijn', zegt hij. 'Bijvoorbeeld naar een dag waarop zij niet werkte. Als Caroline dan alles zo had verzet dat ze toch kon komen, verplaatsten ze het op het laatste moment weer naar een andere dag.'

Dat gebeurde stelselmatig, zegt Schoevaart. 'Daar kun je als individu alleen tegenop als je stevig bent en meteen tegengas geeft. Maar niet iedereen is zo sterk. Nederland kent honderdduizenden mensen die avond aan avond kapot thuiskomen, omdat ze op deze manier met pesterijen te maken hebben.'

Er zijn uitbarstingen. 'Caroline wilde altijd efficiënt vergaderen, maar haar collega's bereidden bijna nooit iets voor', zegt Schoevaart. 'Toen Caroline een keer om vijf uur zei dat ze wilde vertrekken, ontploften er twee. Een riep: hoe dúrf jij weg te gaan terwijl we nog niet klaar zijn? Ze hebben staan tieren en schreeuwen.'

Directeur De Vries bevestigt dat er twee of drie incidenten waren. 'De afstemming van vergaderingen verliep niet vlekkeloos, met name door de vele parttimers. Probleem was wel dat Caroline ver weg woonde en dat plannen met haar daardoor moeilijker was.'

'Het liep niet goed binnen het team', erkent bestuursvoorzitter André Postema van de overkoepelende scholenstichting LVO. 'Er waren conflicten.'

Over simpele opmerkingen ontstaan grote aanvaringen, zegt Schoevaart. Caroline voelt zich alleen. Ze vertelt haar man dat lesstof te laat aan haar wordt doorgegeven. Dat mensen achter hun rug om belachelijk worden gemaakt. Maar ze vindt het lastig er iets van te zeggen, omdat ze bang is dat het daardoor alleen maar erger wordt.

De directie voert individuele gesprekken met leraren om de problemen helder te krijgen. Daarin is volgens De Vries het woord pesten niet gevallen. 'En voor zover ik het heb gezien, was pesten ook absoluut niet aan de orde. Maar Caroline was gevoelig. Ze trok zich veel dingen aan.'

'We geloven wel dat zij het als pesten erváren heeft', zegt bestuursvoorzitter Postema. 'Het is heel erg, dat dit bij haar zo is overgekomen.'

Caroline heeft steeds vaker hoofdpijn.

Ze slaapt slecht. Ze is bang. Elke dag heeft ze het gevoel dat er iets ergs kan gebeuren. Een keer komt ze huilend bij de directeur terecht, nadat een andere docent in de pauze tegen haar uitvalt.

'Ze kwam bij mij', zegt directeur De Vries. 'Maar ze was zo overstuur dat ik haar niet goed kon verstaan. Toen heb ik gezegd dat het me niet verstandig leek die dag nog les te geven.'

In april 2012 meldt Caroline zich ziek. 'Het was een glijdend proces', zegt Schoevaart. 'Maar ze kon niet meer.'

Niet lang daarna nodigt de directie haar uit voor een gesprek. Iedereen zal er zijn: twee directieleden en haar zes collega's van biologie.

Het gesprek verloopt rampzalig, zegt voormalig docentenbegeleider Gerard Peters, die haar na afloop opvangt.

Beeld .

'Wat daar gebeurde', zegt Schoevaart, 'was een soort tribunaal.'

Peters: 'Ze zei dat mensen daar allemaal spuiden wat ze tegen haar hadden. Er werd haar verweten dat ze niet op vergaderingen kwam. Niemand had het lef het voor haar op te nemen.'

Caroline vertelt haar man dat twee docenten toen tegen haar zeiden: we willen niet meer met jou samenwerken. Schoevaart: 'De directie greep niet in, maar dat hadden ze wel moeten doen. Ze hadden moeten zeggen dat dit niet in orde was.'

Directeur De Vries, die erbij zat, kan zich dit niet herinneren. 'Maar het gesprek was fel', erkent ze. 'Pittig. Mensen waren duidelijk naar elkaar, dat wilde ik ook. Het ging niet alleen om Caroline. Er leefde veel. Het werd duidelijk dat dit team begeleiding nodig had.

Overstuur komt Caroline naar buiten.

'Ze kwam eruit als iemand die voor het vuurpeloton had gestaan', herinnert Peters zich. 'De schoolleiding had zich daar tegen haar gekeerd. Ze hebben één persoon aangepakt, tot zondebok gemaakt en geïsoleerd. Het idee was: als die persoon is verwijderd, is het probleem opgelost. Ze is daar echt geknakt.'

Peters zegt dat hij lang op Caroline moet inpraten voordat ze kalm genoeg is om terug naar huis te rijden.

Het verhaal van Caroline komt Peters bekend voor.

Hij kent het Sint Maartenscollege goed: als docentenbegeleider en zorgcoördinator werkte hij er veertig jaar. Caroline leerde hij kennen toen ze net in dienst kwam. Vlak daarna ging hij met pensioen. Toen ze ziek werd nam ze weer contact op.

Dit is eerder gebeurd in dezelfde biologiesectie, zegt hij. 'Ik heb uitvoerig contact gehad met twee docenten die hetzelfde overkomen is wat Caroline heeft meegemaakt', schrijft hij later in een brief aan de schoolleiding.

'Op school hing een sfeer van: zoals het altijd gedaan wordt, is het goed', vertelt hij. 'Caroline had creatieve ideeën, maar mensen vonden dat zij zich moest conformeren. Ze werd geregeld tot de orde geroepen op een niet zo prettige manier.'

Zo ging het ook bij de twee eerdere pestsituaties, aldus Peters. 'Ook toen legden de langstzittende docenten vergaande eisen op over hoe er gewerkt diende te worden. Het probleem verdween doordat de betrokken docenten ook een lesbevoegdheid hadden in een ander vak. Ze stapten over.'

'Ik heb de rector destijds gewaarschuwd dat er bij biologie sprake was van een structureel pestprobleem', zegt Peters. 'Maar er is niks gedaan om herhaling te voorkomen. En zoals je dat ook ziet bij pesten onder jongeren: als het ene slachtoffer wegvalt, wordt een nieuwe zondebok gezocht.'

'Ik ben bang', zegt hij, 'dat de pesters zelf eigenlijk niet doorhadden wat ze aanrichtten.'

De directie, toen nog niet in functie, zegt dat navraag bij oud-directieleden leert dat de melding niet bekend is.

Nog geen twee maanden nadat caroline ziek thuis

zit, ontvangt ze een brief: de school verklaart haar boventallig. Ze moet eruit. Bij Caroline leidt dit tot enorme stress.

'De directie heeft snel een scenario gecreëerd waar ze niet meer in paste', zegt Peters. Maar de school zegt dat er minder leerlingen waren in het nieuwe schooljaar. 'Dan geldt: last in, first out', zegt Postema. 'We hebben de regels gevolgd. Het was natuurlijk dramatisch. Maar moeten we haar dan alleen maar laten blijven omdat ze ziek is? En iemand anders wegsturen?'

De school zegt er alles aan te hebben gedaan om mogelijk te maken dat ze weer aan de slag kon op een van de andere LVO-scholen: intern onderzoek, inzet van de vertrouwenspersoon, aanbod van mediation, reïntegratieplannen. Dat gaat volgens De Vries moeizaam omdat Caroline zo ziek is en ze alleen terug wil naar het Sint Maartenscollege.

Beeld Mike Roelofs / de Volkskrant

Uitkeringsinstantie UWV is niet onder de indruk van de inspanningen van de LVO. Normaal moet een werkgever bij ziekte maximaal twee jaar salaris doorbetalen. Maar omdat de school nooit met reïntegratie is begonnen, legt het UWV een straf op: ze moeten een extra jaar betalen.

Volgens de school is dit louter een 'technisch oordeel'. 'UWV verwijt ons eigenlijk dat we te lang hebben geprobeerd er samen uit te komen.'

Caroline stapt naar de klachtencommissie.

Schoevaart en Peters zitten bij de zaak. 'Het werd voorgezeten door een oud-rechter', zegt Schoevaart. 'Caroline zat te huilen en probeerde uit haar woorden te komen. Wij zagen die man kijken: waar gaat dit over? Hij liet merken dat hem dit nooit zou zijn overkomen. Hij vroeg: maar waarom heeft u daar dan niks aan gedaan, mevrouw? Waarom laat u dit gebeuren? Hij zat vol onbegrip.'

De uitspraak is een klap in haar gezicht: 'De commissie heeft geconcludeerd dat er geen aantoonbare bewijzen zijn voor het vermeende pesten.'

Dan wordt psychiater Dirk Corstens door het UWV gevraagd naar haar te kijken. Hij heeft een beroepsgeheim, maar omdat Caroline hem schriftelijk toestemming gaf, wil hij enkele vragen beantwoorden.

Hij ziet haar vier keer en constateert een ernstige depressie en een posttraumatische stress stoornis.

'Pesten wordt doorgaans verbonden aan kinderen, maar in de hulpverlening is inmiddels genoegzaam bekend dat het ook op de werkvloer onder volwassenen vaak voorkomt', zegt hij. 'Daar is haar zaak een voorbeeld van.'

In Carolines karakter zit één eigenschap

die haar genezing niet lijkt te helpen: vasthoudendheid.

'Ze kwam er niet los van', zegt Corstens. 'Ik kan me wel voorstellen dat een behandelaar op gegeven moment twijfelt door de hardnekkige manier waarop ze aan dat gegeven van het pesten bleef vasthouden. Om verder te komen in een behandeling moet je soms ergens overheen stappen.'

Caroline voelt zich daardoor eenzaam. Corstens: 'Ze had het gevoel dat hulpverleners haar verhaal met een korreltje zout namen.'

Beeld Mike Roelofs / de Volkskrant

Onophoudelijk blijft ze zich richten op het pesten. Als haar man voorstelt zich te laten uitkopen en elders werk te zoeken, wil ze daar niets van weten.

'Zo zat ze niet in elkaar', zegt Schoevaart. 'Ze vergeleek het met een automobilist die na een ongeluk weer moet rijden. Ze wilde het verwerken op de plek waar het was gebeurd.'

Ook weigert ze antidepressiva. 'Ze was een natuurmens', zegt Schoevaart. Er viel niet over te praten. 'We hebben veel strijd gehad over dingen die ik anders wilde. Ik heb haar altijd met alles geholpen, maar dat was niet altijd een genoegen. Ze was kritisch.'

Ondertussen gaat het slechter.

Caroline slaapt nauwelijks meer, heeft nachtmerries en angsten.

'Ze was constant bang', zegt Schoevaart. 'Bang dat het opnieuw zou gebeuren. Ze had het idee dat mensen aan haar zouden kunnen merken dat ze gepest was, net zoals dieren aanvoelen als een ander dier zwak is. Ze raakte geïsoleerd.'

Op een winteravond als Schoevaart uit zijn werk komt, vindt hij Caroline in natte kleren in de tuin, hopend op een dodelijke longontsteking. Een tijd laat ze zich vrijwillig opnemen. Maar zonder resultaat.

In het voorjaar van 2015 houdt Schoevaart het zelf niet meer vol. 'Ik zeg het eerlijk: ik trok het niet meer. Caroline was bezig met zelfdestructie en dat voelde ik aan alles. Ik zei: jij wilt het ravijn in, maar ik ga niet met je mee. Ik wil leven.'

Ze hebben twee huizen. Schoevaart gaat apart wonen in één daarvan.

In mei 2015 heeft Steven Schoevaart

Caroline aan de telefoon. Ze zegt dat het van haar allemaal niet meer hoeft als hij niet bij haar terugkomt. Dan wil ze liever dood. 'Ik weet al wanneer ik het ga doen', zegt Caroline. 'En hoe en waar.'

Dan hangt ze op.

In paniek belt Schoevaart de politie. Die gaat bij haar langs in Kerkrade, maar Caroline doet of er niets aan de hand is. 'Waar heeft u het over?', zegt ze tegen de agenten.

Ondertussen stellen hulpverleners Schoevaart gerust. Mensen die dreigen met zelfmoord, doen het niet, vertellen ze. Het zijn juist de stillen.

In de maanden daarna gaat het beter. Ze komt weer buiten, maakt boswandelingen. Maar die laatste maanden, zegt Schoevaart nu, zijn een toneelstukje geweest.

In de afscheidsbrief aan de Volkskrant schrijft ze liefdevol en vol spijt over hem. 'Mijn man heeft me enorm geholpen, zoals geen andere partner ooit zou doen. Ik heb hem verbruikt.'

'Ik heb mezelf en alles om me heen verloren', schrijft ze. 'Ik heb niet meer het recht op deze wereld te zijn.'

Beeld Mike Roelofs / de Volkskrant

Het is 11 augustus 2015 als Steven in Maastricht

het lichaam van zijn vrouw onder ogen krijgt. Hij bevestigt dat zij het is. Daarna moet hij zelf de Volvo uit het bos gaan halen. Alles ligt er nog in. Haar rugzakje, de plastic tas, het glas. Resten van het drankje zitten op het stuur.

Psychiater Corstens weet dat de school ervan overtuigd is dat er nooit is gepest. Dat ze denken dat Caroline het vooral zo heeft ervaren.

'Maar ik heb persoonlijk niet aan haar verhaal getwijfeld', zegt hij. 'Het kwam mij authentiek over en zij kon daar minutieus en consistent over vertellen. Ze heeft me dingen laten lezen, alles was zeer nauwgezet gedocumenteerd.'

'Er waren meerdere factoren die bijdroegen aan haar ziekte', zegt hij. 'Ik kan daar vanwege mijn beroepsgeheim niet tot in detail op ingaan. Maar de hoofdoorzaak moet worden gezocht in dat pesten. Daar kun je van uitgaan - dat was de belangrijkste factor.'

Onderzoek: Kwart van de werknemers is ooit tijdens zijn loopbaan gepest

Pesten is een moeilijk probleem om aan te kaarten op het werk, zegt gezondheidszorgpsycholoog Cokkie Verschuren, bezig met een promotieonderzoek op het gebied van sociale veiligheid. 'Bijna altijd gebeurt het subtiel. Pesten gaat vaak ook om de dingen die mensen níét doen. Iemand niet uitnodigen voor een vergadering of borrel, niet met iemand praten tijdens de lunch. Probeer dat maar eens hard te maken.'

In een enquête van het ministerie van Sociale Zaken zegt 26 procent van de werknemers 'ooit' in zijn loopbaan te zijn gepest. In de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van onderzoeksbureau TNO werd in 2014 aan 38.000 werkenden gevraagd of zij het afgelopen jaar werden gepest door leidinggevenden of collega's. 'Ja, een enkele keer', zei 6,6 procent van de ondervraagden. Bij 0,8 procent gebeurde het vaak.

Volgens Verschuren komt pestgedrag vaak voort uit een situatie waarin mensen een bepaalde onrechtvaardigheid ervaren. 'Mensen willen de dingen graag eerlijk verdeeld zien. Is dat voor hun gevoel niet zo - ik verdien veel minder, ik krijg altijd de moeilijkste klas - dan is een reactie daarop om dat af te reageren op een collega.'

Pesters zijn doorgaans niet bewust bezig een ander te beschadigen, zegt Verschuren. 'Ze hebben vooral oog voor het bereiken van hun eigen doel. Ze willen bijvoorbeeld belangrijker lijken in de groep. Intussen hebben ze niet door wat hun gedrag voor het slachtoffer betekent.'

Persoonskenmerken

Er zijn bepaalde persoonskenmerken die bij slachtoffers en daders van pesten vaker voorkomen. 'Het interessante is dat zowel daders als slachtoffers meer dan gemiddeld angstig zijn', zegt Verschuren. Ook lijken er in onderzoek aanwijzingen dat pestslachtoffers doorgaans cognitief vaardiger en zorgvuldiger zijn. Volgens de Canadese pestonderzoeker Sandy Hershcovis duidt dat erop dat pesten mogelijk een manier is om goed presterende collega's te straffen, om hen zo te dwingen de lat voor de rest minder hoog te leggen.

Maar meer dan door persoonskenmerken, wordt pestgedrag bepaald door een ongunstige organisatiecultuur, zegt Verschuren. Ze krijgt daarin bijval van Marius Rietdijk, wetenschappelijk directeur bij Adriba, een onderzoeksinstituut van de Vrije Universiteit op het gebied van gedragsverandering.

'Je ziet dat pesten vooral voorkomt in werksituaties waarin de cultuur is gericht op straffen in plaats van belonen. Ook wordt meer gepest als werknemers het gevoel hebben dat ze weinig controle hebben over hun omgeving of hun werkzaamheden, bijvoorbeeld omdat er veel regeltjes zijn en er weinig ruimte is voor eigen initiatief. Mensen zoeken dan naar andere manieren om die controle te kunnen uitoefenen. Pesten is er daar een van.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.