'Collectieven blijven een boeiend fenomeen'

Hij belooft een van de Britse literaire kanonnen van de nabije toekomst te worden. Toby Litt (34) schrijft graag over collectieve identiteiten....

JE ZOU een cynicus verwachten. Een hyperintelligente jongeman die voortdurend aan het woord is, de ene snelle grap na de ander debiterend. Voortdurend verwijzend naar literatuur, kunst, televisie, het moderne leven. Want dat is de persoon die je achter zijn boeken vermoedt: de cynische 'literaire thriller' Corpsing (Overspel), de verbijsterende roman deadkidsongs over een moordlustige kinderbende, de absurdistische, met seks doorspekte verhalen van Exhibitionism.

Maar nee, Toby Litt (34) is rustig, vriendelijk, beleefd, bijna verlegen. Eenmaal op gang gekomen blijkt hij op een doordachte wijze welbespraakt, maar een snelle, sardonische wise guy wordt hij geen moment. Af en toe nipt hij bedachtzaam van het flesje water dat hij heeft meegebracht naar de Londense hotelkamer waar het gesprek plaatsvindt.

Litt is auteur van vijf boeken, waarvan de titels keurig volgens schema het alfabet afwerken: Adventures in Capatalism (1996), Beatniks (1997), Corpsing (2000), deadkidsongs (2001) en Exhibitionism (2002). Of hij het alfabet volmaakt, moeten we afwachten, maar als Litts talent zich blijft ontwikkelen zoals nu, hebben we hier met een van de Britse literaire kanonnen van de nabije toekomst te maken.

Toby Litt werd in 1968 geboren in het kleine stadje Ampthill, in het graafschap Bradfordshire, ten noorden van Londen. Het stadje Amplewick in deadkidsongs is sterk op Ampthill geïnspireerd. Op het kaartje dat in het boek is afgedrukt, kan Litt precies aanwijzen waar hij woonde, waar zijn school stond, enzovoort. Litt: 'Als mijn jeugd iets met mijn latere schrijverschap te maken heeft, dan moet het 't feit zijn dat je heel erg veel fantasie nodig had om het leven in Ampthill een beetje interessant te houden. Ik was in die tijd buitengewoon geïnteresseerd in science-fiction en alles wat met oorlog te maken had. Ik las tijdschriften over wapens en veldslagen, stripboeken over de Tweede Wereldoorlog, de boeken van Isaac Asimov, en toen Star Trek op tv kwam was dat een gebeurtenis voor me. Daarin kwam alles samen waarover wij fantaseerden.'

Na zijn middelbareschooltijd studeerde Litt Engels in Oxford, woonde enige tijd in de Verenigde Staten, Schotland en Praag. Daarna werkte hij een paar jaar in een boekhandel in Wimbledon en volgde ten slotte een cursus creative writing aan de befaamde opleiding van de University of East Anglia, onder leiding van Malcolm Bradbury.

'Een van de dingen die ik van Bradbury heb geleerd, is dat er geen enkele reden is waarom je niet gewoon over het heden zou kunnen schrijven', vertelt Litt. 'Dat het niet erg is wanneer je aan details zoals kleding, televisieprogramma's, enzovoort, kunt aflezen dat een boek in 1995 speelt. Weliswaar had ik die neiging altijd al, want ik had in Praag een korte roman geschreven over de twee weken waarin Tsjechië en Slowakije twee aparte landen werden, en dat boek was precies in die twee weken geschreven. Maar door Bradbury werd ik bevestigd dat dat geen enkel bezwaar was.'

Tegen deze achtergrond is het ironisch dat de hoofdpersonen in Litts eerste (inderdaad in 1995 gesitueerde) roman, Beatniks, mentaal in 1966 leven. Op vrijdag 29 juli 1966 om precies te zijn: de dag dat Bob Dylan zijn befaamde motorongeluk kreeg en volgens veel fans van het eerste uur de dag dat de 'echte' Dylan stierf. Zijn muziek zou daarna nooit meer zijn oude niveau halen. Ook de beatniks uit de roman, van wie twee zich Jack en Neal noemen (naar Jack Kerouac en Neal Cassady), zijn deze mening toegedaan. Litt: 'Met dat boek wilde ik een ''jeugdroman'' schrijven - niet gesitueerd in de grote stad, waar de actie is, maar juist in de provincie. De personages in Beatniks zouden, zelfs als ze niet bewust in het verleden leefden, achterlopen. Dat heb ik uitvergroot door ze in ''1966'' te laten leven. Ze proberen zichzelf een identiteit te geven door alles van na 1966 af te wijzen, maar natuurlijk levert dat problemen op. Wie in 1995 van Bradfordshire naar Brighton rijdt met een kaart uit 1966, krijgt gegarandeerd problemen om de weg te vinden.'

De figuren uit Beatniks mogen dan in het verleden leven, wat ze met Litts andere personages gemeen hebben is een lange lijst met dingen die ze afwijzen. Volgens de auteur kenmerken mensen zich niet zozeer door wat ze omarmen, als wel door wat ze afwijzen. Zowel in Beatniks als in deadkidsongs is sprake van een gang-mentaliteit, met heel duidelijke ge- en verboden en de daarmee samenhangende angst buiten de groep te vallen wanneer je je niet aan die strenge regels houdt.

In deadkidsongs, Litts meest ambitieuze roman tot dusver, wijzen de vier elfjarige jongens die samen een bende vormen, de slappe, naar hun mening onvoldoende consequente en rechtlijnige wereld van de volwassenen af. Die wereld wordt vooral belichaamd door de grootouders van een van hen. Maar ook andere volwassenen zijn het doelwit van afrekeningen. Dus worden er op gruwelijke wijze huisdieren afgemaakt, elektrische apparaten gesaboteerd om elektrocutie te bewerkstelligen, en andere voor elfjarigen 'ondenkbare' dingen uitgehaald. Litt beschrijft hier een keiharde kinderwereld die spot met nostalgische terugblikken op die 'onschuldige' levensfase, en doet denken aan William Goldings klassieker Lord of the Flies.

Litt: 'deadkidsongs gaat onder meer over het fenomeen collectieve identiteit. Collectieve identiteiten zijn om meerdere redenen heel interessant. Ik ben me bewust geworden van het fenomeen groepen toen ik op de universiteit het werk van W.H. Auden en andere auteurs uit de jaren dertig bestudeerde. In de jaren dertig was het normaal je in groepen, in collectieven te begeven. De gedachte dat je via groepen belangwekkende zaken kon bewerkstelligen en dat de groep misschien wel belangrijker was dan het individu, heeft sinds 1945 om voor de hand liggende redenen veel terrein verloren, maar collectieven blijven een boeiend fenomeen.

'De gedachte dat je in een groep machtiger kunt zijn dan als individu, is een van de grondslagen van deadkidsongs. Ik kreeg het eerste idee voor dat boek toen ik op Piccadilly Circus een groepje van vier of vijf jongens van een jaar of dertien, veertien zag rondhangen, gekleed in een soort paramilitaire uniformen. En ik dacht: stel dat ze nu eens niet deel zouden uitmaken van een tegencultuur, zoals deze jongens waarschijnlijk deden, maar ervoor zouden kiezen zich daadwerkelijk te gedragen volgens de kleding die ze aanhadden, dus als militairen, met andere woorden: volgens de officiële cultuur. Ik ben me bewust van de gevaren van collectieve identiteiten, maar heb ook duidelijke bezwaren tegen vèrgaande individualisering. Ik zie liever een samenleving als een organisme dan als een verzameling bacteriën.'

In deadkidsongs verwerkt Litt deze opvatting onder meer in de manier waarop het verhaal wordt verteld. Er is duidelijk een van de vier jeugdige bendeleden aan het woord, maar telkens wanneer je als lezer denkt te weten wie er spreekt, blijkt dat niet het geval. Litt: 'Los van het feit dat elfjarigen nog niet zo'n duidelijk afgebakende identiteit hebben: tijdens elk gesprek in een groep die zo hecht is als gang, is sprake van een gecompliceerde mengeling van elkaar napraten, echo's, verstomming, verwarring, identificatie met elkaars woorden, enzovoort. De groep zit in het individu en omgekeerd.'

Een van de uitgangspunten van deadkidsongs was een bewuste aanval op de idee dat kinderen in onschuld leven. Onschuld is volgens Litt een gevaarlijk concept. 'Het is dikwijls de onschuldige die alle ellende veroorzaakt', meent hij. 'In het boek hebben zaken die we gewoonlijk als goed beschouwen onverkort kwalijke gevolgen. Begrippen als natuur, de onschuld van kinderen, loyaliteit, discipline en efficiency kunnen stuk voor stuk catastrofes veroorzaken, en in deadkidsongs gebeurt dat ook. Neem het altijd positief geduide begrip natuur. De jongens in het boek zijn sociaal-darwinisten: laat de natuur maar beslissen wie dood moet en wie blijft leven. Veel mensen zijn van mening dat de maatschappij volgens dat principe moet functioneren. Zij ontberen, net als de natuur, elke vorm van empathie.'

Litt ontleende de titel van zijn roman aan het Duitse genre van de Kindertotenlieder, vandaag de dag vooral bekend van het gelijknamige muziekstuk van Gustav Mahler. Litt: 'Kindertotenlieder gaven een sterk sentimenteel beeld van kinderen, en ik heb ze in mijn boek gebruikt om te contrasteren met het verhaal dat ik vertel. De titel deadkidsongs zweeft voor mijn gevoel ergens tussen Cultuur met een grote C en de krantenkoppen van tabloids. Als er in de komkommertijd weer eens kinderen zijn vermist of vermoord, dan zingt de boulevardpers ''deadkidsongs'' en wordt er ineens meegehuild om kinderen die de treurenden nooit hebben gekend.

Litts belangstelling voor de chemie van groepen beperkt zich niet tot de inhoud van zijn werk, maar heeft zich ook uitgestrekt tot de presentatie ervan. Drie jaar geleden schreef hij een verhaal voor de bundel All Hail the New Puritans, waarin een nieuwe generatie Britse schrijvers zich als groep afficheerde en een aantal literaire uitgangspunten formuleerde. Daartoe behoorden onder meer het afwijzen van poëzie, de flashback, flashforward en het hanteren van meerdere verhaallijnen, en het nastreven van vertellend proza, tekstuele eenvoud, grammaticale zuiverheid en nadrukkelijk in het heden spelende boeken.

'Ik sta op het standpunt dat elke schrijver zichzelf regels en beperkingen oplegt', zegt Litt. 'Daarom vond ik het een eerlijke zaak om die regels en beperkingen openlijk te formuleren. Waarschijnlijk is mijn roman Corpsing het meest geschreven volgens de uitgangspunten van de New Puritans. Het belichaamt een soort neo-realistische manier van schrijven, die gelooft in het beschrijven van externe acties waaruit de lezer vervolgens de interne geestelijke processen van de personages kan reconstrueren.

'Nu zie ik die opvattingen als een afsluiting van de literaire ontwikkelingen van de twintigste eeuw. Als je in de late jaren negentig Amerikaanse docenten creative writing om advies vroeg, zeiden ze: show, don't tell, schrijf over wat je weet en houd het simpel. Dat zijn de basisprincipes van goed schrijven. Maar inmiddels geloof ik dat het de basisprincipes zijn van veilig schrijven. Als je je eraan houdt, zul je niet iets vreselijk slechts schrijven. Ik denk echter dat je het risico moet nemen iets vreselijk slechts te schrijven, om iets vreselijk goeds te kunnen schrijven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden