Collectief naar porno kijken op het IFFR

Het IFFR besteedt met een kleine twintig speelfilms, aangevuld met een aantal kortere films, onder de noemer The Mouth of Garbage, volop aandacht aan de jaren zeventig en tachtig van de Braziliaanse cinema. Een groep jonge regisseurs, afkomstig uit het afvoerputje van Brazilië maakte controversiële porno-, horror- en westernfilms. Even onzichtbare als belangrijke helden waren het, die filmmakers uit de achterbuurt van São Paulo.

Still uit O bandido da luz vermelha.

Met een begerige blik in de ogen, pijp in de hand, geeft de bebaarde toneelregisseur in 'Oh! Rebuceteio' vanaf de eerste rij aanwijzingen aan zijn copulerende acteurs en actrices op het podium. Seks, vindt hij, is de eerste stap naar totale expressie. Denk aan de artistiek leider in Darren Aronofsky's Black Swan, die het personage van Natalie Portman op soortgelijke wijze hoopt te bevrijden van haar zelf opgelegde keurslijf. Maar hier gebeurt het in de overtreffende trap. Inclusief erecties, fellatio en penetratie.

Deze scène uit 'Oh! Rebuceteio' (1984) van Claudio Cunha - een parodie op de Broadwaymusical A Chorus Line - maakt het voyeurisme (lees: de mannelijke blik) binnen een veelal ongezien deel van de Braziliaanse cinema tot een expliciet onderwerp. Het IFFR besteedt met een kleine twintig speelfilms, aangevuld met een aantal kortere films, onder de noemer The Mouth of Garbage volop aandacht aan deze bijna vergeten, controversiële periode.

De toeschouwer kijkt in Oh! Rebuceteio (vrij vertaald: een zooitje) niet alleen naar het podium, maar ook naar degene die kijkt, en daarmee naar zijn eigen verlangens en begeerte. De scène toont een belangrijk bestanddeel van de ongestructureerde filmgolf uit de beruchte Braziliaanse achterbuurt Boca do Lixo. De films die daar vandaan kwamen, werden gedomineerd door niet langer onderdrukte verlangens, door seks en geweld in hun meest rauwe, directe en eerlijke vorm.

Afvoerputje

Boca do Lixo betekent 'het afvoerputje'. Ook wel: de mond van het vuilnis. Terwijl het land tussen 1964 en 1985 onder leiding stond van een militaire dictatuur, verzamelde zich tussen de criminelen, verslaafden en hoeren in hartje São Paulo een groep jonge filmmakers die onder de radar van de junta bleven.

Met hun films gaven ze uiting aan de enige echte onderbuik van de Braziliaanse samenleving. Ze maakten goedkope producties gebaseerd op het Europese of Amerikaanse horror-, western-, porno- of film noir-genre. Het waren avant-gardefilms in de vorm van subversieve exploitatiecinema, los van welke hoogdravende kliekjesvorming dan ook.

Ouderwets volksvermaak bovendien, waarbij niet iedere maker anoniem bleef. Zo groeide van dezelfde Cláudio Cunha Snuff: Vítimas do prazer (1977), over twee Amerikanen die in Brazilië een snuff-film willen maken waarin mensen zogenaamd echt worden vermoord, uit tot een van de grootste Braziliaanse filmhits.

De filmers die zich vestigden in de beruchte achterbuurt maakten deel uit van een zeldzaam hechte club, vertelde Cunha (1946) aan een Braziliaans filmblog. Er was weliswaar sprake van onderlinge concurrentie, maar niemand was uit op persoonlijk gewin, iedereen investeerde zijn verdiensten in een volgend project. Ze zagen elkaar als zielsverwanten, die op elkaars première samenkwamen waar zij, o romantiek, tot diep in de nacht met elkaar discussieerden. De films móchten technisch rommelig zijn, want het waren films met een hart, vanwege de grote achterliggende noodzaak om ze te maken.

Verstotenen
Boca do Lixo was oorspronkelijk een plek voor de verstotenen. Een vrijplaats voor regisseurs die zich niet wilden conformeren aan de regels van de twee belangrijkste filmstromingen uit die tijd: enerzijds de klassieke melodrama's van de grote filmstudio's, anderzijds de elitair-kunstzinnige Cinema Novo-beweging. Wie goed zoekt, vindt zelfs enkele Federico Fellini-achtige vertellingen, zoals A margem (1967) van Ozualdo Candeias, een in sfeervol zwart-wit gedraaide film over een groepje mensen aan de plaatselijke Tietê-rivier. Filmhistorici omschrijven die enigszins nihilistische films over de armoede op het platteland van Brazilië treffend als Cinema Marginal, een soort abstracte, uitgebeende variant op het Italiaans neorealisme.

In de lokale bioscopen was Brazilië vooral een land vol Zuid-Amerikaans machismo, waar men ondanks de conservatieve katholieke achtergrond geen bezwaar had tegen de vertoning van gewone seksfilms. Naast de drama's en de Cinema Novo maken deze pornochanchadas (sekskomedies) een belangrijk deel uit van de Braziliaanse film. Het waren goedkope, op Italiaanse leest geschoeide films die hun voornaamste taak - het bevestigen van het dominante perspectief van de man - keer op keer met succes bevestigden. Ze werden zelfs ondersteund door de staat omdat ze het militaire regime niet expliciet bekritiseerden en omdat de seksscènes binnen de perken bleven. Alles wat afweek van die standaard werd met argusogen bekeken.

Het zijn bijzondere titels vol historische waarde, waarvan het overgrote deel nooit buiten Brazilië was te zien. Een nadrukkelijk canon van de Braziliaanse ondergrondse film bestaat daarom eigenlijk niet. Maar de filmmakers die recent voor een ongekende opleving van de Braziliaanse cinema zorgden, zoals José Padilha (Tropa de elite) en Fernando Meirelles (Cidade de Deus), zijn direct of indirect wel degelijk schatplichtig aan de cinema van Boca do Lixo. Beide generaties regisseurs maakten en maken films op basis van lef en overtuiging, het liefst rechtstreeks tegen de dominante stroom van de overheid in.

Coffin Joe
De makers bleven vaak ondergeschikt aan hun films - op een enkele uitzondering na. Veelzeggend is het werk van Coffin Joe, het duivelse alter ego van José Mojica Marins, die met zijn Dracula-achtige voorkomen en centimeters lange vingernagels een zeer opvallende verschijning was. Een grote televisiepersoonlijkheid bovendien, met een cultstatus als die van 's werelds meest beroemde Dracula-vertolker Béla Lugosi. Van Marins wordt in het Boca do Lixo-programma onder meer O despertar da besta (1970) vertoond (vertaald als Awakening of the Beast). De film werd destijds door de Censura Federal onmiddellijk verboden, en is sindsdien in eigen land alleen tijdens festivals te zien geweest.

Uiteindelijk is ook in deze film bijna elk beeldje een vorm van verzet, en daarmee bijna een directe reactie op de junta. Soms expliciet, wanneer een psychiater aan het woord komt die het heersende regime neerzet als de wortel van het kwaad, maar vaker tussen de regels door. Dezelfde man voert een aantal vrouwen lsd, in de hoop het bewijs te leveren dat deze psychedelische drug seksuele driften aanwakkert. 'Ik doe dit, maar ik wil het niet, gelooft u mij alstublieft', prevelt een van de vrouwen in de film, terwijl ze een man betast.

Onvergelijkbaar met de andere titels binnen het programma, maar daarom niet minder belangrijk, is O vampiro da cinemateca, een collage van beelden, televisieopnamen, interviews, radiofragmenten, voice-overs en poëzie die de Braziliaanse criticus en filmmaker Jairo Ferreira tussen 1975 en 1977 samenstelde. Via een associatieve beeldenreeks, volledig geschoten met de treffende underground-look van een Super 8-camera, geeft Ferreira op wonderlijke wijze zijn visie op de Braziliaanse cinema van zijn tijd.

Het is een fascinerend egodocument - een van de weinige titels waarin de Boca do Lixo-stroming daadwerkelijk wordt benadrukt, waarin Ferreira zijn eigen rol als maker tegen het licht houdt en pleit voor het belang van vernieuwing in een periode van onderdrukking.

De vampier uit de titel, een alom tegenwoordig icoon in de mystieke verhalen van de Boca de Lixo, vertegenwoordigt hier vermoedelijk de creatieve eenling die vanuit donkere spelonken tegen de machthebbers ten strijde trekt. In hun eigen verwarrende, chaotische en onderdrukte wereld waren het even onzichtbare als belangrijke helden, die filmmakers uit de achterbuurt van São Paulo.

Porno
Kennis van de achtergrond van deze filmmakers is belangrijk om voorbij de soms technisch rommelig uitgevoerde films te kijken, maar geen must. Er wordt dankzij het Boca do Lixo-programma tijdens deze editie van het IFFR immers ook collectief naar porno gekeken. En dat is, los van de kwaliteit van de films, bij voorbaat een interessant en spannend experiment.

Waar een full frontal masturbatiescène in Ken Park van Larry Clark exact negen jaar geleden tijdens een vertoning tijdens het IFFR ongemakkelijk gegniffel en geschuif op stoelen veroorzaakte, blijft dat ongemak hier vermoedelijk niet tot een enkele scène beperkt. Waar 2.0-porno na anderhalve muisklik voor iedereen beschikbaar is en als gevolg daarvan seksbioscopen een antiquarisch imago hebben gekregen, groeien expliciete seksscènes in een volle bioscoopzaal uit tot een evenement. De geprivatiseerde filmbeleving wordt binnen de context van de Braziliaanse verzetscinema plots weer publiek. We kijken en worden gezien - gezamenlijk geconfronteerd met ons voyeurisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden