Cola

aatst zat ik in zo'n Amsterdams grand café met een zweempje allure heel aanvaardbare garnalenkroketjes te eten en te bladeren in de New Yorker. Gelukkig had ik een plastic floddertasje van de Blokker bij me met daarin een keukenrolhouder en ik dronk cola, zodat het allemaal niet té mondain werd; vooral als ik erbij vermeld dat ik weliswaar al jaren abonnee ben van de New Yorker, maar zelden verder kom dan de cartoons, die trouwens op zichzelf een abonnement waard zijn.


Aan een tafeltje naast me zat een wat kreukelige nimf van eind 30, het silhouet nog steeds bekoorlijk, een duur, zacht jasje half om de frêle schouders, de blik in de blauwe poppenogen wat mat, iets bitters in de bovenlip. Ze had een blond dochtertje bij zich van een jaar of 8, dat nog mooier dan haar moeder beloofde te worden, centimeters lange, donkere wapperwimpers en al.


Het kind keek naar mijn tafeltje en eiste op hoge toon 'óók cola'. Nu heb je twee soorten ouders, namelijk degenen die hun kinderen desgewenst wél cola verstrekken en degenen die het níét doen, uit een soort angstig bijgeloof dat cola geen gewoon suikerwater met prik is, maar een duivels mengsel dat geheimzinnige, op termijn dodelijke ingrediënten bevat. Deze moeder behoorde tot het laatste slag.


'Nee, Emma. Je wéét het, geen cola', zei ze. 'Je mag kiezen; Chocomel of Fristi?' Zoals veel mensen was ze blijkbaar overtuigd van de nutritieve superioriteit van Chocomel en Fristi, een bruin, respectievelijk roze, mierzoet misverstand.


' Van papa mocht ik wél cola', zei het kind kalm, als iemand die een bijzonder sterke troef op tafel legt. 'Gisteren twee keer. Eén in het restaurant en één bij hem thuis. Van Masja.' De moeder kromp bij het horen van die naam even ineen, maar herstelde zich snel.


'Vertel eens, hoe ging dat dan?', vroeg ze terwijl ze het kind indringend aankeek. 'Had jij om cola gevraagd of gaf die... of gaf Masja je dat zómaar, vanzelf?' Het kind begreep instinctief dat hier sprake was van linke soep. Ze sloot haar mooie ogen half en zette het op een broeierig nadenken. 'Ze hádden alleen cola...', sprak ze tenslotte defensief. 'Nou ja, en wáter...' Een duidelijk geval van overmacht.


De moeder ging rechtop zitten en trok haar mond tot een vastberaden streep. 'Nou moet je even goed naar me luisteren Emma', zei ze. 'Begrijp je wat hier aan de hand is? Ik heb met papa afgesproken dat we één lijn trekken als het om jou gaat. Je weet wat dat betekent, hè? Als je thuis om acht uur naar bed gaat, ga je bij papa ook om acht uur naar bed. En als je van mij geen cola krijgt, krijg je dat dáár ook niet. Dat weten papa en Masja best. Dus waarom doen ze dit dan tóch? Ze willen dat je ze aardig vindt. Aardiger dan mij. Door jou cola te geven. En dat is oneerlijk, Emma. Snap je dat?'


Het meisje knikte langzaam, maar keek er wat glazig bij. Een serveerster kwam vragen wat er te drinken werd verlangd. 'Een droge witte wijn' zei de moeder, waarna de serveerster zich vriendelijk naar het meisje overboog. 'Cola?', piepte het kind, met een smekende blik op haar moeder.


Die sprak: ' Nou, vooruit dan maar, godverdomme'.


s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.