Cohen kritiseert VVD in debat affaire-Duyvendak

De Amsterdamse wethouder Maarten van Poelgeest (GroenLinks) werd woensdag in de gemeenteraad op het matje geroepen door de VVD over de affaire-Duyvendak. Niet Van Poelgeest, maar burgemeester Cohen diende de VVD van repliek.

De tekst van burgemeester Cohen:

Interpellatie VVD inzake uitspraken wethouder Van Poelgeest
"Elke inwoner van dit land moet zich natuurlijk aan de wet houden. Laat over dit uitgangspunt geen misverstand bestaan. Toch komt het in de loop van de geschiedenis maar al te vaak voor dat het bewust overtreden van de wet als actiemiddel door individuele burgers, soms door politici of zelfs door overheidsdienaren, wordt gebruikt om veranderingen in de samenleving of anderszins gewenste doeleinden te realiseren. Burgerlijke ongehoorzaamheid is van alle tijden. Discussie over de vraag of dergelijke acties binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat blijven is evenmin nieuw. In 1972 heeft de rechtssocioloog Kees Schuyt daarvoor criteria geformuleerd in zijn proefschrift, dat hij verdedigde aan de universiteit van Leiden, de universiteit die zich tooit met het devies Praesidium Libertatis (Bolwerk der Vrijheid): acties moeten gewetensvol zijn, geweldloos, er moet een samenhang bestaan tussen de actievorm en de doelstelling, de actievoerders moeten weloverwogen en openlijk te werk gaan, bereid zijn zich aan arrestatie en bestraffing bloot te stellen, legale middelen moeten zijn uitgeput, de rechten van anderen moeten in acht worden genomen.

Deze criteria zijn niet verbonden met de beoordeling van de vraag of een daad van burgerlijke ongehoorzaamheid gewettigd is of niet. Want dat is nooit het geval, juist omdat het gaat om het overtreden van de wet. Zij zijn er om te beoordelen of de daad past binnen reikwijdte van de democratische rechtsstaat.

Hierbij dient verder te worden opgemerkt dat de rechtsstaat een levend rechtssysteem is dat continu in verandering is. Zo zijn bijv. de mogelijkheden nù om via de Wet Openbaarheid van Bestuur ‘geheimen’ boven water krijgen aanzienlijk groter dan 25 jaar geleden. Voor een goede beoordeling van daden moet men die dan ook vooral niet los zien van de historische context waarin ze gepleegd werden.

Het is duidelijk dat er recent opnieuw discussie is ontstaan over de betekenis van de jaren tachtig. Gebruikte actiemethodes in die jaren staan daarbij nu centraal. De verleiding is groot om alles wat daarover nu gezegd wordt één op één te betrekken op het heden. Maar juist omdat de historische context niet mag ontbreken, zou dat geen recht doen aan een ieder die deelneemt aan dat debat.

Zoals u weet was Wethouder Van Poelgeest zeer actief in de jaren tachtig en voelt hij zich verbonden met die geschiedenis. Een geschiedenis die hij niet verloochent, maar ook een tijdperk waarin evident grenzen van de rechtsstaat overschreden zijn. Maar tegelijkertijd ook een periode waarin veel mensen zich op de een of andere manier hebben ingezet voor een maatschappelijk ideaal.

Nu een debat op gang komt over de betekenis van de jaren tachtig, ligt het voor de hand dat Wethouder Van Poelgeest zich met die discussie bemoeit. Dat zijn huidige ambt van wethouder hem daarbij beperkingen oplegt omdat een bestuurder een andere rol heeft dan een actievoerder, is hem niet alleen duidelijk, maar daarvan heeft hij zich ook rekenschap gegeven in zijn optreden in het programma NOVA.

Wanneer ik na deze algemene inleiding mij concentreer op de interpellatieaanvraag van de VVD, dan constateer ik een discrepantie tussen de letterlijke citaten van de heer Van Poelgeest in NOVA en de vragen die de VVD naar aanleiding daarvan stelt.

Nergens in het programma zegt de heer Van Poelgeest dat het toegestaan is in te breken in het gemeentehuis zolang de actievoerders zich kenbaar maken. Wethouder Van Poelgeest vindt dat ook niet – waarmee de eerste vraag beantwoord is.

Voor de tweede vraag geldt hetzelfde. Wethouder Van Poelgeest heeft niet gezegd dat overtreden van de wet iedere burger vrijstaat, wèl, dat àls hij dat doet, hij daar in de volle openbaarheid rekenschap van heeft af te leggen. Van Poelgeest heeft zich daarbij ook gedistantieerd van elke vorm van geweld en van acties gericht tegen individuele personen.

Het College vreest niet, antwoord op de derde vraag, dat mensen gestimuleerd worden de grenzen van de wet op te zoeken. Wanneer een burger toch meent de grenzen van de wet op te zoeken, moet hij of zij zich voor de rechter verantwoorden.

Tot slot de laatste vraag. Algemene criteria voor een ‘hoger doel’ zijn er natuurlijk niet – hetgeen niet wegneemt dat individuen of zelfs groepen van individuen op grond van een door hen beleden ‘hoger doel’ kunnen argumenteren waarom zij menen dat bepaalde wetten niet goed zijn en voor verandering daarvan pleiten. Sterker, dat is veelal een van de meer centrale doeleinden van politieke partijen. Maar ook actiegroepen laten zich op dat gebied niet onbetuigd. Mocht in uw vraag de suggestie besloten liggen dat acties die een hoger doel dienen op voorhand de goedkeuring krijgen van de heer Van Poelgeest - zolang de desbetreffende personen zich kenbaar maken en geen politieke functies bekleden- dan moet die suggestie natuurlijk van de hand worden gewezen; overigens wordt die suggestie opnieuw niet ondersteund door een concreet citaat."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden