Cohen blikt terug op burgemeesterschap

Oud-burgemeester van Amsterdam Job Cohen neemt woensdag afscheid van de gemeenteraad. Hij vervulde de rol van burgervader ruim negen jaar; sinds 17 januari 2001. In een interview met de Volkskrant blikt hij terug op deze periode.

De laatste twee weken dat Job Cohen (62) burgemeester van Amsterdam was, had hij geregeld een knoop in zijn maag. Op stafvergaderingen kreeg hij te horen waar hij de komende weken moest opdraven. ‘Ik noteerde dat allemaal braaf, terwijl ik dacht: het gaat allemaal niet door. Bij het uitluiden van de oude gemeenteraad, dacht ik: jullie gaan weg, en over twee dagen ben ik ook weg. Maar dat kon ik moeilijk zeggen.’

Het is een bizarre tijd voor Cohen, die vanmiddag officieel afscheid neemt van de Amsterdamse gemeenteraad. Vrijdag 12 maart maakte hij totaal onverwacht bekend dat hij opstapte om als opvolger van Wouter Bos de PvdA-lijst te gaan trekken bij de komende Tweede Kamerverkiezingen. Sindsdien is hij burgemeester af, bereidt hij zich voor op de campagne en loopt hij warm als partijleider.

Tussen de bedrijven door heeft Cohen tijd voor een spaarzaam interview. Volgende week staat de Amerikaanse schrijver Russell Shorto op de stoep voor een groot profiel van Cohen in The New York Times. Vijfduizend woorden krijgt Shorto om de vraag beantwoorden of Cohen in het licht van het groeiende populisme in West-Europa de oplossing is voor de problemen die Geert Wilders benoemt.

[VIDEO]

De boel een beetje bij elkaar houden, zei u toen u werd gevraagd wat u in Amsterdam ging doen. Is dat gelukt? ‘Weet je, bij deze vraag krijg ik dezelfde verbazing als ik indertijd had over de campagneleus van het CDA: laat Lubbers zijn karwei afmaken. Die dingen kun je helemaal niet afmaken. De staat van onze samenleving, en daarmee de staat van Amsterdam, is slechter dan negen jaar geleden.'

'De overlast en criminaliteit zijn harder geworden, de verschillen tussen bevolkingsgroepen worden uitvergroot, de verruwing op straat, het onfatsoen, om het minste of geringste kun je een opgestoken middelvinger krijgen. Daar staat tegenover dat ik denk dat de rol die ik in Amsterdam heb gespeeld een goede is geweest in het licht van alle turbulentie.’

De turbulentie ontstond na de moord op Theo van Gogh.
‘Om kwart voor negen ’s ochtends kwam het telefoontje van de korpsleiding. Het gevoel dat ik toen kreeg, kan ik nog steeds terugroepen. Het is een moment dat alles anders wordt. Op 11 september was dat ook zo, maar dit was veel concreter en voor ons in Amsterdam veel verschrikkelijker.’

U dacht: mijn stad gaat ontploffen?
‘Ja, dit is waar iedereen bang voor was bij de moord op Pim Fortuyn. Dit is het. En dan de manier waarop, die beestachtige moord. Dat briefje met de doodsbedreigingen op het lichaam van Theo. Aan Ayaan Hirsi Ali, aan Aboutaleb en aan mijzelf.’

Het is rustig gebleven. Is dat uw verdienste?
‘Niet alleen van mij en niet alleen in die dagen. Ook de manier waarop ik daarna ben opgetreden. Ik heb steeds gezegd: we doen niet mee aan het wij/zij-denken. Ik vind: wij dat is de hele grote gemeenschap, en zij dat zijn degenen die onze rechtstaat niet accepteren. Een andere tegenstelling is er niet. De rest doet gewoon mee.'

‘Ik heb er altijd op gehamerd dat iedereen de kans moet krijgen zijn talenten tot ontwikkeling te brengen. Dat heb ik gestimuleerd door bij ontzettend veel evenementen aanwezig te zijn. Ik wilde laten zien hoe belangrijk ik het vind dat mensen kansen krijgen en kansen grijpen.'

‘Ik heb mensen aan tafel gezet. Toen Marokkaanse jongens op 4 mei hadden gevoetbald met kransen, heb ik vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap en de Marokkaanse gemeenschap uitgenodigd in de ambtswoning. We hebben zes, zeven gesprekken gevoerd.'

‘Het knetterde tijdens die gesprekken. Echt knetteren. Mensen waren woedend op elkaar. Maar ze waren wel met elkaar in één kamer. Die club komt nog steeds bij elkaar. Ik leidde de gesprekken. Mijn aanwezigheid leidt tot een zekere matiging. Matiging in gedrag, niet in denken.’

Amsterdammers hebben een grote bek...
‘Ja.’

...en zeggen waar het op staat. Hoe heeft de wikkende en wegende Cohen zich negen jaar lang gehandhaafd?
‘Dat ik mijn grote bek voor andere momenten bewaar, betekent niet dat ik daar niet mee kan omgaan. Het is niet zo dat ik alleen mensentypes als mijzelf aardig vind. Dat zou ik geen aantrekkelijke samenleving vinden. Ik houd erg van meningsverschillen. Amsterdam is geweldig met al die verdomd eigenwijze figuren.'

‘Ik verzamel graag uiteenlopende mensen om me heen die verschillend denken over een onderwerp. Ik wil alle hoeken van de kamer zien, alle argumenten pro en contra op een rijtje hebben, voor ik een standpunt inneem. Heb ik dat gedaan, dan ben ik er niet meer vanaf te krijgen. In het debat kan niemand mij dan nog verrassen met een nieuw argument. Lukt je niet. Doe je best.’

Critici verwijten u een regenteske houding.
‘Ja, maar hoe leggen ze dat uit? Mijn houding is er een van veel overleggen. Ik wil dat ook opinies van anderen in het beleid doorklinken. Regentesk is als je zegt: bekijk het allemaal maar, we gaan het zo doen.’

Amsterdammers provoceren graag. De laatste keer dat u dat deed, was toen u als 12-jarige met een vuurrode trui op de publieke tribune ging zitten bij de gemeenteraad van Heemstede, waarvan uw moeder lid was.
‘Nee hoor, een later moment was toen ik trouwde. Op mijn bruiloft had ik een varkensleren pak aan zonder stropdas. In die tijd vond mijn moeder dat verschrikkelijk.'

‘De manier waarop ik burgemeester ben geweest is het tegenovergestelde van provocerend. Ik heb gedaan zoals ik ben, ik kan niet anders. Dat maakt het ook een stuk eenvoudiger, ik hoef geen toneel te spelen.’

]]>

U wilde burgemeester zijn van alle Amsterdammers. Was u dat ook van de Amsterdammers die vinden dat de Marokkaanse rotzooitrappers wel wat harder mogen worden aangepakt?
‘Die Marokkaanse jongens wórden aangepakt. De straatcoaches zijn in Amsterdam uitgevonden. Het is in Amsterdam de afgelopen negen jaar aantoonbaar veiliger geworden. Voor een grootscheepse politieactie heb ik vorig jaar nog flink op mijn lazer gehad van de gemeenteraad. Daar heb ik me niets van aangetrokken. Ik heb een soft imago, maar er zit een harde pit onder. Ik wil beide kanten. Een uitgestoken hand als het kan, een harde als het moet. Onderwijs, begeleiding en werk zijn ook nodig.’

Als benoemd bestuurder toetst een burgemeester besluiten niet inhoudelijk, zei u na het vernietigende rapport over de Noord-Zuidlijn. Dat was u van begin af aan duidelijk gemaakt.
‘Ik zal je precies vertellen wie dat was en wanneer. In mijn allereerste interview werd mij gevraagd wat ik van de Amsterdamse taxi’s vond. Ik zei: daar moet wat aan gebeuren. Toenmalig wethouder Pauline Krikke zei meteen in mijn eerste collegevergadering: burgemeester, u heeft iets gezegd over de taxi’s, u gaat daar niet over. De andere wethouders knikten stilletjes. Ik heb me toen gerealiseerd dat ik de wethouders in hun rol en in hun waarde moest laten.’

Die opmerking van Krikke bood u een ontsnappingsmogelijkheid bij de Noord-Zuidlijn.
‘Dat was helemaal geen ontsnappingsmogelijkheid. Het is zoals ik mijn rol heb ingevuld.’

Daar komt u in Den Haag niet mee weg.
‘Dat weet ik niet. Ik heb in elk geval geconstateerd dat mijn argumentatie de gemeenteraad heeft overtuigd. Alleen de CDA-fractie kwam in het begin even met kritiek, daarna niet meer.’

Dit blijft in de komende campagnemaanden uw verdediging?
‘Ja natuurlijk. De wethouder is politiek verantwoordelijk. Overigens hebben we in de rest van het land ook een paar grote infrastructurele projecten gehad die niet helemaal gingen zoals ze moesten. Ik geloof niet dat ik de premier daar ooit over heb gehoord.’

U staat vaak gereserveerd op foto’s, soms met een blik van: kom maar op.
‘Ik ben ooit beschreven als een betrokken beschouwer. Dat vind ik een mooie omschrijving van mezelf. Aan de ene kant echt betrokken, maar beschouwen is ook wel ernaar kijken.’

Dus altijd wel die afstand? Mis je dan niet iets?
‘O ja, vast. Maar nu lijkt het alsof ik nooit enige emotie heb.’

Ineens denkt Cohen terug aan vorig jaar zomer. Hij valt even stil en wendt zijn blik af. Zijn ogen zijn vochtig.

‘Het waren een paar weken met verschrikkelijke gebeurtenissen. Een 12-jarig jongetje in de Marnixstraat doodgereden. Een medewerkster van hulpverleningsorganisatie Spirit gedood door een cliënt. Rob Sitek die door een taxichauffeur op het Leid-seplein tegen de grond wordt geslagen en overlijdt. Een meisje dat tussenbeide springt als haar stiefvader haar moeder met een mes aanvalt en wordt gedood. Het was een afschuwelijke maand. Ik ben naar al die herdenkingsbijeenkomsten geweest. Het blijft moeilijk.’

Sinds u hebt aangekondigd de lijst van de PvdA te willen trekken, wordt u bewierookt. Zou u in een paar zinnen aan ons kunnen uitleggen waarom dit geweldig overdreven is?
‘Wat ik ervan begrijp is dat mensen genoeg hebben van het uitsluiten van groepen, de korte lontjes en het gekift. En dat ze van mij het idee hebben dat ik het een beetje rustiger kan maken. De rest is allemaal onzin. Ik word afgeschilderd als een heilige. Die vergelijking met Obama... hou op, zeg.’

Job Cohen
Job Cohen (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden