Code Oranje

Amalia van Solms liet de Oranjezaal in Paleis Huis ten Bosch ontwerpen als eerbetoon aan haar overleden man, Frederik Hendrik. Het was ook een poging de Oranjes in het centrum van de macht te houden, ontdekten onderzoekers van de beschilderde ruimte.

De machtigste mannen in de Republiek werkten vanaf 1647 aan de Oranjezaal, een van de grootste kunstprojecten in de Hollandse Gouden Eeuw. Constantijn Huygens, om er een te noemen, en Jacob van Campen, die ook het paleis op de Dam ontwierp. Schilder Jacob Jordaens, die toen een bijna goddelijke status genoot. Maar geen van hen kon op tegen de wensen van één vrouw. De Oranjezaal, de van de vloer tot de nok beschilderde ontvangstzaal in het huidige woonhuis van prinses Beatrix, Huis ten Bosch in Den Haag, is bedacht en uitgevoerd onder leiding van Amalia van Solms. Concept, symboliek en allegorie, met alle samenhang en betekenissen die er in de schilderingen aanwezig zijn. Huygens trad op als secretaris, Van Campen als 'regisseur', Pieter Post als architect en als assistent van Van Campen. Jacob Jordaens, Gerard van Honthorst, Jan Lievens, Cesar van Everdingen, Salomon de Bray en enkele anderen maakten schilderingen voor de wanden en koepel. Allemaal mannen, maar de touwtjes waren in handen van haar.


Every woman needs money and a room of her own, schreef Virginia Woolf een eeuw geleden. Geld had Amalia: ze was de rijkste vrouw in de Republiek. En die kamer, daar zorgde ze zelf voor. Amalia kreeg haar Oranjezaal.


Maar nauwelijks iemand kent nu haar naam nog. Amalia wie? Hebben we niet ook een kroonprinses die zo heet?


Inderdaad, en zo gezien is het niet vreemd dat Máxima wilde dat haar oudste die naam ging dragen. Amalia van Solms (1602-1675) personifieert de macht en slagkracht die de vrouw in de werkelijkheid van de Hollandse 17de eeuw kon hebben. Een werkelijkheid die in de geschiedenis en de kunstgeschiedenis nauwelijks is erkend of zelfs maar beschreven. Het eerste boek over de politieke invloed van Amalia van Solms moet nog worden gemaakt.


Maar haar betekenis voor de Oranjezaal, het grootste geschilderde 'ensemble' - een geheel van inhoudelijk samenhangende schilderijen in een interieur - in de Gouden Eeuw, is nu duidelijk geworden. In oktober verschijnt het boek De Oranjezaal in Huis ten Bosch - een zaal uit loutere liefde, waarin de belangrijkste resultaten van een onderzoek dat al in 1998 begon, zijn opgeschreven door twee van de deelnemende onderzoekers, Margriet van Eikema Hommes en Elmer Kolfin, beiden kunsthistorici met aandacht voor de materiaaltechnische kant van kunst.


Amalia van Solms bestelde de decoraties voor haar centrale ontvangstzaal na de dood van haar man Frederik Hendrik (1584-1647), stadhouder van de Republiek, prins van Oranje en graaf van Nassau. Boven, in de koepel van de 'lantaarn', hing een paneel met een portret van haar in rouw - zwarte kleding, zwarte sluier, schedel in haar hand om de vergankelijkheid van de mens te onderstrepen. 'Amalia was wat we nu zouden noemen zwaar overspannen', legt Kolfin uit. 'Uit dagboekaantekeningen van Amalia's schoonzoon, de Friese stadhouder Willem Frederik, weten we dat zij na de dood van haar man een zelfmoordpoging deed, verschrikkelijk bedroefd was en publiekelijk zei dat Frederik Hendrik heel erg van haar had gehouden. Ze was in diepe rouw.' De Oranjezaal werd een eerbetoon aan hem, een 'mausoleum', zoals Huygens het noemde. In alle schilderingen wordt dat duidelijk: er is een allegorie op hun huwelijk, een voorstelling van de geboorte van Frederik Hendrik waarin vooruit wordt gewezen naar zijn lotsbestemming. Er zijn meerdere voorstellingen van Frederik Hendrik als machtige heerser en als kroon is er De Triomf - het grootste schilderij, gemaakt door Jacob Jordaens, waarin Frederik Hendrik op een triomfwagen met vier witte paarden rijdt, bijgestaan door zijn voorvaderen, een personificatie van de Vrede en putti (naakte kindfiguurtjes) die een 'hoorn des overvloeds' over hem uitstorten - de voorstelling barst van de heerserssymboliek.


De vergelijking met de mythe van Mausolus, waarvan het woord 'mausoleum' is afgeleid, gaat zelfs nog verder. Het weduweportret bleek losjes in de nok te hangen. Toen de onderzoekers het weghaalden, werd een ander portret van Amalia zichtbaar dat direct op de koepel was geschilderd. Naar nu blijkt, liet zij zich daarin afbeelden als Artemisia, vrouw en zus van koning Mausolus in de 4de eeuw voor Christus. Artemisia was zo bedroefd over het overlijden van haar echtgenoot-en-broer, dat ze niet alleen een tombe van ongekende schoonheid voor hem liet oprichten, het oorspronkelijke Mausoleum, maar ook zijn as vermengde door haar wijn en opdronk. 'Amalia associeerde zich met Artemisia, die het lichaam van haar man letterlijk tot zich nam', zegt onderzoeker Van Eikema Hommes. 'Ze behartigde de eer van haar man en kon in de Oranjezaal ook 'opgaan' in zijn aanwezigheid. Je ziet het aan dat portret in de koepel, maar ook in de tekst rondom de balustrade, die refereert aan haar eeuwigdurende rouw en zijn roem. Die vergelijking met Artemisia maakt de Oranjezaal een echt mausoleum. Ze eigent zichzelf en haar overleden man een koninklijke statuur toe die ze feitelijk niet hadden: ze was geen koningin, en haar man was weliswaar ook prins, maar niet in de Republiek.'


En daarmee deed Amalia nog iets meer dan een hoogstpersoonlijk, intiem monument oprichten, ontdekte het onderzoeksteam: de schilderingen leggen ook haar politieke en dynastieke ambities bloot. Ze deed er een poging mee het morele recht van Oranje op erfopvolging duidelijk te maken. Staatsrechtelijk hadden zij dat de facto niet: een stadhouder werd aangesteld door de Staten. 'Het is één grote poging om de Oranjes in het centrum van de macht te houden', zegt Kolfin. Het is niet vreemd dat Amalia daar haar best voor deed: 'Ze maakte zich al in 1649 zorgen over haar zoon Willem II. Ze zag hem als een verwend en arrogant rijkeluiszoontje, dat verwachtte dat de macht hem wel toekwam. Amalia realiseerde zich dat dat niet zo werkte en ze had gelijk: toen haar zoon een jaar later al overleed, ging in de Republiek het stadhouderloos tijdperk in. Haar missie is dus niet meteen geslaagd.'


De Oranjezaal is een van de eerste voorbeelden van installatiekunst, een totaalkunstwerk als wenswereld van een machtige weduwe. Van Eikema Hommes ontdekte dat de zaal als 'ensemble' bovendien een schijnwereld was: het geheel is één grote trompe-l'oeil. Dat werd duidelijk toen na de restauratie overschilderingen en vuil waren verwijderd en schilderijen weer op hun juiste plaats werden gehangen. 'Je oog wordt voortdurend bedrogen. Je denkt dat je echt steen ziet en echte poorten, schilderijlijsten of rozetten, met een schaduw tegen het plafond: het is allemaal verf. Er zijn zelfs verslagen bekend van een Italiaanse reiziger die spreekt van een prachtig marmeren basement. Allemaal bedrog.'


Bedrog met betekenis, dat wel: op de (geschilderde) stenen blokken onder de Triomf-voorstelling zit een (geschilderde) kram, die twee (geschilderde) gebroken stenen bijeen houdt: 'Precíés onder de voorstelling waar Frederik Hendriks paard de Nijd vertrapt. Die kram staat voor Frederik Hendrik zelf, die de verbroken eenheid herstelt.'


Als bezoeker word je bijna een avatar in de wereld van Frederik Hendriks macht. Het licht in alle schilderijen is afgestemd op het werkelijke licht; zoals het op de schilderijen valt door de ramen, zo valt het ook in de voorstellingen op de figuren. Bij elke rij schilderingen - er zijn er drie - wordt het licht bovendien hemelser en symbolischer. Wat dat bovenste licht symboliseerde, was niet meteen duidelijk. Het schijnt van 'achter' het portret van Amalia. De zwevende putti die dat portret vasthouden, zijn in scherp tegenlicht afgebeeld. Goddelijk licht kon het niet zijn - dat was al verbeeld, een rij lager. Tot Van Eikema Hommes bedacht dat buiten, boven op de lantaarn van de Oranjezaal oorspronkelijk een hemellichaam stond, als een haantje op een kerktoren. Een gouden bol met punten als stralen. 'Toen begon het te dagen dat dat het centrale licht is dat straalt in de zaal. Een hemels schijnsel, symbool voor de stadhouder naar wiens licht Amalia wordt opgetild. Het symboliseerde hun verbintenis die de dood overstijgt, maar moest ook duidelijk maken dat het stadhouderlijke ambt was als een monarchie, door God aangesteld. Amalia ging zo ver in haar koningssymboliek dat ze haar man net als de Franse zonnekoning Lodewijk XIV vergeleek met het hemelse licht.'


Toch schijnt het dat prinses Beatrix van alle ruimtes in Huis ten Bosch, hier in deze wenswereld van Amalia het minst graag komt. Schilder Luc Tuymans zei dat, in een documentaire over het ontstaan van H.M., zijn portret uit 2012 van toen nog koningin Beatrix. Met zijn iPhone zie je hem foto's maken van haar in die grootse, maar niet eens fysiek grote zaal. Wie wil, ziet haar ongemak, in de documentaire en ook op het schilderij. Margriet van Eikema Hommes, die er jarenlang geregeld was, herkent het niet: 'Het is zo'n intieme zaal, het licht is er prachtig, en de vloer die de structuur van het plafond precies spiegelt'. Elmer Kolfin kan zich er iets bij voorstellen: 'Misschien voelt Beatrix er het gewicht van de geschiedenis, de druk op de verantwoordelijkheid van haar familie. En er is natuurlijk bijna onbevattelijk veel te zien.'


Nieuwe kunstwetenschap

De Oranjezaal in Huis ten Bosch is een van de grootste en beste, maar ook een van de minst bekende kunstvoorbeelden uit de Gouden Eeuw; het is immers niet vrij toegankelijk omdat het zich in het woonhuis van prinses Beatrix bevindt. Met de restauratie en het onderzoek naar de zaal, sinds 1998, is in Nederland voor het eerst op grote schaal samengewerkt tussen instituten en verschillende specialisten. Chemici en restauratoren, kunsthistorici, bouwkundigen en archiefonderzoekers werkten in één groot team. Een voorbeeld van de nieuwe kunst-wetenschap, volgens kenners. De restauraties werden gedaan onder leiding van Anne van Grevenstein, de onderzoeken onder leiding van Rudi Ekkart.


Vanaf 16 oktober verkrijgbaar: M. Eikema Hommes, E. Kolfin: De Oranjezaal in Huis ten Bosch - een zaal uit loutere liefde. Waanders Uitgevers; 39,95; ISBN 978 94 911 96 577

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden