Cocateelt in Colombia groeit tegen de verdrukking in

De sproeicampagne tegen de illegale coca- en papaverteelt in Colombia sorteert weinig effect. Uit satellietbeelden blijkt dat er het afgelopen jaar net zoveel hectares coca- en papavervelden (bijna zestigduizend) bij zijn gekomen als er bespoten zijn....

Van onze correspondente Ineke Holtwijk

Voor de Colombiaanse regering is dat rampzalig nieuws. De gifsproeicampagne maakt deel uit van het toch al omstreden Plan Colombia, het militaire en sociaal-economische hulppakket waarin de Amerikaanse regering ruimhartig participeert. In Colombia rijst verzet tegen het gifsproeien vanwege de mogelijke schadelijke effecten op flora, fauna en waterhuishouding, en tegen de sociale ellende die het veroorzaakt: veel kleine boeren komen ineens zonder inkomen te zitten.

Valt coca uit te roeien als je de vraag naar cocaïne niet aanpakt? Coca is wat deskundigen 'een mobiele economie' noemen: de plantages verhuizen als de druk groot wordt. Daarom oppert de baas van de narcoticabrigade, generaal Socha, dat er in alle streken waar coca wordt verbouwd tegelijk moet worden gesproeid. Dat is nu onmogelijk, gezien het beperkte aantal luchtmachtbases en materieel en de uitgestrektheid van de plantages: volgens de satelliet in totaal 162 duizend hectare.

Bovendien wijst de ervaring uit dat de coca zich niet uitsluitend verplaatst naar andere cocastreken. De plantages verhuisden naar de sperzone van de linkse rebellenbeweging FARC, waar de narcoticabrigade van de regering niet mag komen. De FARC zou dat opvatten als een schending van haar grondgebied en de vredesbesprekingen afbreken. Een ander alternatief blijkt het maagdelijke oerwoud in Colombia's Amazoneprovincies.

De boeren raken steeds beter ingespeeld op de sproeicampagnes. Ze planten de cocastruiken nu tussen voedselgewassen, zodat ze minder zichtbaar zijn. En er zijn cocavariëteiten ontwikkeld die goed gedijen onder bomen en vanuit de lucht helemaal niet meer zichtbaar zijn. Hetzelfde gebeurt met opiumpapavers, die de grondstof leveren voor heroïne.

De cijfers zijn in alle opzichten dramatisch. De afgelopen tien jaar is het aantal hectaren coca verviervoudigd, ondanks het feit dat jaarlijks gemiddeld 45 duizend hectare met gif wordt bespoten. De Colombianen hebben bovendien de opbrengst per hectare spectaculair weten op te voeren.

In Peru en Bolivia is de aanplant teruggelopen. Dat is niet omdat er een effectief bestrijdingsbeleid is gevoerd, zoals de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA wil doen geloven. Nee, de belangrijkste reden is dat de vraag is ingezakt.

Peru en Ecuador leverden het halffabrikaat cocapasta aan de grote Colombiaanse drugskartels. Na de dood van Pablo Escobar, chef van het Medellin-kartel, en de gevangenneming van de chefs van de kartels in en rond Cali, was er niemand meer die de pasta kocht.

De drugshandel in Colombia is van structuur veranderd. Er zijn nu driehonderd groepjes en clans, die geen geld en geen vliegtuigjes hebben om de grondstof uit het buitenland te betrekken. Zij zoeken hun leveranciers dicht bij huis, zodat ze de pasta met de auto kunnen meenemen. Het gevolg is dat de cocaproductie in Colombia zelf sinds medio jaren negentig omhoog is gevlogen.

Twee factoren stimuleerden de belangstelling van de Colombiaanse boeren. De ene was het kelderen van de koffieprijs. In koffieregio's als Antioquia rukten boeren de koffiestruiken uit de grond om hun geluk te beproeven met coca. De andere factor was de oorlog.

Zowel de linkse guerrillastrijders als de rechtse paramilitairen financieren hun strijd grotendeels met drugsgeld. Het is dan ook in hun eigen belang om de cocaboeren te beschermen. In de zuidelijke provincie Putumayo, waar de FARC tot voor kort alleenheerser was, staat de illegale aanplant gewoon in het zicht langs de weg. Sommige boeren hebben hun land moeten opgeven omdat ze weigerden coca te verbouwen, ondanks de uitdrukkelijke 'aanbeveling' van de FARC.

De oplossing die cocaboeren en plaatselijke politici zelf aandragen is de vrijwillige uitroeiing: zij zijn bereid de struiken uit de grond te trekken, mits zij hulp krijgen bij de aanplant en verkoop van alternatieve gewassen. De regering heeft dat plan omarmd. In de praktijk blijkt het echter een schamele zaak. De uitkering aan de boerengezinnen is te laag, de uitbetaling te traag en de omschakelingsperiode te kort.

De beste oplossing is de simpelste, namelijk coca legaliseren. Maar legalisering vergt een mentaliteitsverandering die nog wel twintig jaar op zich laat wachten. En de op één na beste oplossing? Het instorten van de vraag.

Per jaar wordt er in de wereld naar schatting zevenhonderd ton cocaïne gesnoven en gespoten. Er wordt minstens elfhonderd ton geproduceerd en maximaal tweehonderd ton in beslag genomen. Er is dus een overschot van minstens tweehonderd ton.

Volgens het drugsbestrijdingsprogramma van de Verenigde Naties zijn er tekenen die wijzen op overproductie. Het cocaïnegebruik in de VS loopt terug, vooral omdat jongeren ecstasy en andere drugs prefereren. De afgelopen twee jaar is de straatprijs van een gram cocaïne in de Amerikaanse steden meer dan 40 procent gedaald. In Amsterdam is het prijsniveau voor het eerst ongeveer gelijk aan dat van New York, terwijl het altijd stukken hoger lag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden