Cocaïne is voor paarden

Zes cd's omvat de Flashbacks-serie van Trikont met opnamen uit de jaren 1913-1945. De rangschikking wordt niet bepaald door het muzikale idioom, maar door de onderwerpen waarover wordt gezongen: Crazy & Obscure, High & Low,..

De cd's die het label Trikont vanuit München in Zuid-Duitsland de wereld instuurt, hebben onbedoeld een wat onaangename bijwerking. Ze roepen de vraag op waarom er zoveel middelmatige nieuwe muziek wordt uitgebracht als er kennelijk nog zoveel goeds in allerlei archieven schuilgaat.

Trikont oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op muziekspeurders van Duitse komaf. Fritz Ostermayer bracht er een paar jaar geleden zijn tweedelige set Aus & Vorbei uit, een bloemlezing met doodsliederen van vroeger en nu. Een zekere Christoph Wagner verzamelde in 1998 voor Trikont de mooiste Amerikaanse jodelmuziek op cd. En Christos Davidopoulos harkte de allerfraaiste Hank Williams-covers bijeen.

Flashbacks heet de jongste serie van het label. Het zou de titel kunnen zijn voor zo'n tv-cd met terecht vergeten disco uit de jaren zeventig. Maar samensteller Werner Pieper gaat veel verder terug in de tijd. Het repertoire dat hij bijeenzocht, is afkomstig uit de beginjaren van de grammofoonplaat. De vroegste opname is het vervaarlijk krakende Germany (Hoch, hoch der Kaiser!), dat de Britse music-hallzanger Whit Cunliffe in 1913 vastlegde. De natuurlijke begrenzing van de periode waarop Pieper zich richt is het einde van de Tweede Wereldoorlog, wanneer ook de amusementsindustrie aan een nieuw leven begint.

In de muzikale schatkamers van Londen, New York en New Orleans dook Pieper zo'n 150 songs op, waarvan er velen nu voor het eerst op cd verschijnen. Die songs zijn thematisch over zes cd's verdeeld. High & Low bevat aan drugs gerelateerde liedjes, Crazy & Obscure is gewijd aan novelty songs, Hot & Sexy spreekt voor zichzelf, Blue & Lonely staat vol met hartenbrekers, Gospel & Prayers is gewijd aan de Heer en op Hitler & Hell worden fascisme en Führer vanuit Amerikaans perspectief op de korrel genomen.

Met het opsommen van favorieten zou de reeks onrecht worden gedaan. Elk liedje kan nog als een curiosum worden beschouwd. Maar uit de veelheid die hier is bijeengebracht doemt het beeld van een heel tijdperk op. Dat beeld is des te sterker omdat de samensteller doorgaans niet de mainstream en het vertrouwde er uitlicht, maar eerder de tegenkrachten. De serie van zes cd's bundelt de grillige, soms zelfs subversieve geesten van het interbellum.

Dat subversieve krijgt zijn meest persoonlijke verwoording op High & Low. Wie denkt dat drugs een plaag van deze tijd zijn, weet wel beter na beluistering van deze cd. De zingende bokser Champion Jack Dupree, Ella Fitzgerald, Cab Calloway en Memphis Minnie - zij allen bezingen de verleidingen van de verboden middelen, en onderstrepen nog maar eens het eeuwige verbond tussen muziek en drugs. 'Just give me one more sniffle, another sniffle of that dope', zingt Victoria Spivey, en vanuit het tijdperk van de parental advisory is het vreemd vast te stellen dat zoiets in 1927 kennelijk zomaar gezongen kon worden.

Nog wat plastischer is de Cocaine Blues van Luke Jordan uit dezelfde periode. 'Along comes Sally with her nose all tore. The doctor says she can't sniff no more. He says that cocaine's for horses, it's not for men.'

Blank en zwart lopen ook op Hot & Sexy meer door elkaar dan in de gesepareerde werkelijkheid van die jaren zelfs de meest vrije geest zich kon voorstellen. Shake it baby, shake that thing, is het dringende verzoek van Blind Boy Fuller. Al twee nummers later wordt zijn hartekreet door niemand minder dan Mae West beantwoord: A Guy What Takes His Time. Press my Button, Ring my Bell (Lil Johnson & Black Bob), Pussy, Pussy, Pussy (The Light Crust Doughboys) en New Rubbin on that Darn Old Thing (Oscar's Chicago Swingers) - het zijn teksten die even weinig te raden overlaten als tegenwoordig de r & b-clips op TMF.

Na een paar cd's beginnen de favorieten van samensteller Pieper zich af te tekenen. Blueszangeres Victoria Spivey is op verscheidene cd's te horen, datzelfde geldt voor The Golden Gate Quartet, Cab Calloway en het zoetgevooisde zwarte kwartet The Ink Spots. Maar de reeks is bepaald niet eenkennig samengesteld. Jazz- en bluesartiesten, Tin Pan Alley-beroemdheden en obscure zwarte zangers, radiovedetten, zingende filmsterren (Danny Kaye, Marlene Dietrich, Groucho Marx, Laurel & Hardy), Duitse grappenmakers (Karl Valentin) en zelfs een enkele stripfiguur (Popeye, Donald Duck) - ze zijn hier broederlijk verenigd. En doorgaans doet het helemaal niet ter zake of het hier nu gospel, countryblues, dixieland of popmuziek avant la lettre betreft. Per slot bevinden we ons hier honderd jaar dichter bij de oersoep, een tijd toen stijlen en genres nog niet waren verkaveld. Al heeft elk genre wel zijn favoriete thema's. Het zal niet verbazen dat op Blue & Lonely bluesmannen en -vrouwen de dienst uitmaken.

De oorlog levert Pieper telkens het kader voor zijn keuzes. In een cd-boekje citeert hij een brief uit 1942 waarin vanuit het hoofdkwartier van de Führer wordt verordonneerd dat het afgelopen moet zijn met de Swing Jugend die in Hamburg danst op zwarte muziek. 'Meines Erachtens muß jetzt aber das ganze Übel ausgerottet werden.Meines Erachtens muß jetzt aber das ganze Übel ausgerottet werden. . .' Om de jeugd op het rechte spoor te brengen, wordt een verblijf van twee jaar in een concentratiekamp aanbevolen.

Een fascinerend historisch document is Hitler & Hell. In 31 songs trekt een doorsnede van het Amerikaanse entertainerslegioen vocaal ten strijde tegen de Führer. Ze herschrijven de laatste bladzijde van Mein Kampf (Texas Jim Robertson), bezingen de lof van Stalin (Golden Gate Quartet), willen een rodeo in Tokio houden (Ozzie Waters) en een walsje maken in Berlijn (Little Jack Little). Heel plezierig is dat ook Lili Marleen van Marlene Dietrich wordt bijgeleverd.

Nog uitzinniger dan Hitler & Hell is Crazy & Obscure. Onder de royale verzamelnaam novelty songs zijn hier een aantal van de meest bizarre, groteske, fantastische oprispingen van de Amerikaanse amusementsindustrie bijeengebracht. Van nep-Hawaïmuziek tot Nellie the Nudist Queen, van I like Bananas tot Lonzo & Oscar, die op rijm uitleggen hoe het toch komt dat ze hun eigen grootvader zijn. Hier is ook het liedje van Groucho Marx te vinden dat in radicaliteit zelfs door de heftigste punkers niet is overtroffen. 'Whatever it is, I'm against it. No matter what it is or who commenced it, I'm against it. Your proposition may be good, but let's have one thing understood: I'm against it!' Alleen al dat liedje maakt de Flashbacks-reeks de moeite waard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.