COC in coma

Het COC was tientallen jaren de bindende kracht in de strijd tegen discriminatie van homo's en lesbo's. Maar de erkenning van het homohuwelijk komt vooral op het conto van De Gay Krant en ook op andere fronten lijkt de rol van het COC uitgespeeld....

Vandaag is het Roze Zaterdag in Utrecht. Leernichten met tongpiercings, travestieten op pumps en met nepwimpers, en schaars geklede danseressen in SM-kooien trekken op uitbundige praalwagens onder de Domtoren door. Er is een roze dienst in de Janskerk, Mrs. Einstein en Mathilde Santing zingen in het Lepenburgpark. En natuurlijk zijn er de onvermijdelijke toespraken van de burgemeester, een 'roze' Tweede-Kamerlid en een organisator van de Gay Games. Kortom, alle clichés worden weer uit de kast gehaald.

Het initiatief voor Roze Zaterdag ontstond in 1969. In juni van dat jaar ontruimde de politie van New York de travestietenbar Stonewall Inn. Dat gebeurde wel vaker, maar die keer verzetten de mannen zich voor het eerst tegen de actie. Roze Zaterdag groeide uit tot een grote demonstratie voor de integratie van homoseksualiteit en tegen de discriminatie van homo's en lesbo's.

Vandaag zullen de spandoeken met felle leuzen hoogstwaarschijnlijk thuis blijven - als ze daar überhaupt nog liggen. Want waar moet een Nederlandse homo of lesbo nog voor betogen? De politie valt toch niet zo maar een homobar binnen? De informateurs van het tweede Paarse kabinet willen het burgerlijk huwelijk toch openstellen voor paren van het gelijke geslacht? En gaat minister Borst niet alsnog overwegen homoseksuelen te betrekken bij orgaandonatie? Daarmee is voor veel homo's de integratie compleet en kan Roze Zaterdag vooral gezellig zijn.

De relatief grote acceptatie van homoseksualiteit in Nederland is vooral de verdienste van het COC, maar voor jonge homo's en lesbo's is dat nog geen reden zich bij de Nederlandse vereniging voor integratie van homoseksualiteit aan te sluiten. De homovakbond die het COC zo graag zou willen zijn, vergrijst en telde op 1 januari 8847 leden - zo'n vierhonderd minder dan een jaar eerder.

'Jongeren vragen zich af: ''What's in it for me?'', en concluderen dan dat ze weinig van hun gading vinden bij het COC. Behalve dan de feesten en andere gezelligheidsactiviteiten van plaatselijke afdelingen', zegt Kees Westerkamp (31), als vrijwilliger actief bij het COC-jongerenblad Expreszo. Zelf is hij geen lid van het COC. 'Ze zullen best veel lobbywerk verrichten en veel goeds doen, maar ik zou het eigenlijk niet precies weten.'

Het COC werd in 1946 opgericht onder de naam Shakespeare Club - officieel heette het een keurige sociëteit te zijn waar mannen elkaar verhalen vertelden. Drie jaar later veranderde de naam in Cultuur- en Ontspanningscentrum.

Het COC, veruit de grootste homo-organisatie van Nederland, had een lange weg te gaan. In de jaren vijftig beschouwden reclassering, politie en psychiatrie homoseksualteit als een afwijking die door verleiding kon worden overgebracht. Mannen die geregeld het verbod op seksuele handelingen tussen minder- en meerderjarigen overtraden (artikel 248 bis van het Wetboek van Strafrecht), konden maar het beste worden gecastreerd.

Het COC verzette zich tegen die opvatting, maar het zou tot 1971 duren tot de Tweede Kamer het gewraakte wetsartikel introk. De strijd om de Algemene Wet Gelijke Behandeling, die ondermeer discriminatie op grond van seksuele voorkeur verbiedt, werd pas in 1994 aangenomen, zij het met tal van uitzonderingen.

Westerkamp schrijft de geringe belangstelling voor het COC toe aan de tijdgeest. 'De samenleving maakt een zekere ontwikkeling door tussen harde en zachte golven. Nu is er zo'n harde golf, waarbij het om de poen en individualisme gaat, terwijl het COC een club uit de softe jaren van solidariteit en strijd is. Voor dat soort begrippen loopt niemand meer warm.'

'Ze hebben niet alleen de tijdgeest, maar ook hun eigen onhandigheid tegen. Het is niet een club waar ik lid van zou willen zijn', oordeelt Gert Hekma, werkzaam bij de werkgroep homo- en lesbische studies aan de Universiteit van Amsterdam. Al sinds de jaren zeventig, toen hij lid was van de radicale groep Rooie Flikkers, volgt Hekma het COC kritisch.

'De club is te introvert en heeft een totaal gebrek aan uitstraling. De bindende kracht van het COC was altijd de strijd tegen discriminatie. Die strijd is zo onderhand gestreden. Dat moment hadden ze tien jaar geleden al moeten zien aankomen. Het COC ligt in coma en ik heb niet de indruk dat ze weten wat ze nu moeten doen.'

De geringe aantrekkingskracht heeft ook te maken met de grote vrijheden die homo's en lesbo's in Nederland hebben, zegt dr. Theo Sandfort, onderzoeker bij homostudies aan de Universiteit Utrecht. 'In Vlaanderen is het aanmerkelijk slechter gesteld met de positie van homo's. Maar daardoor is de onderlinge solidariteit wel een stuk groter. Door het wegvallen van de onderdrukking, groeit in Nederland diversiteit binnen de homowereld. Dat maakt het voor het COC moeilijk de bindende factor voor al die subculturen te zijn.'

Wat critici binnen en buiten het COC de vereniging vooral verwijten, is dat ze nauwelijks een rol heeft gespeeld bij de strijd over de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor homo's, de laatste jaren hét hot item van de homo-emancipatie. Dat succes zou toch vooral de verdienste zijn van De Gay Krant - lees: van hoofdredacteur Henk Krol. De Gay Krant begon al twaalf jaar geleden met de lobby voor het homohuwelijk, terwijl het COC zich er pas in 1992 voor uitsprak. 'Pas nadat Henk Krol die lobby leek te winnen, is het COC op de boot gesprongen', zegt Hekma.

Publiciste en oud-COC-medewerkster Bernadette de Wit vindt het een 'bewijs van de zelfgenoegzaamheid van het COC'. 'Dat is het treurigste bewijs dat hun rol is uitgespeeld. Een tijdschrift is er niet om de emancipatiestrijd te leveren. Het is alsof Opzij moet strijden voor kinderopvang, en daar niet een aparte club voor is.'

Sandfort: 'Opzij kan zich die luxe permitteren, omdat de vrouwenbeweging veel groter is dan de homobeweging. Ik ben blij dat De Gay Krant aan die lobby heeft getrokken, al is er geen excuus voor de afwezigheid van het COC.'

Joop van der Linden, sinds januari interim-directeur van het COC, vindt de kritiek onterecht. 'Vooral onze lesbische leden, ongeveer de helft van de vereniging, waren op de golven van de vrouwenemancipatie niet zo huwelijks-minded. Zij zagen het als een knellend instituut waar meestal de vrouw aan de onderkant zat en afhankelijk was van de man. Waarom zou je zo'n model moeten overnemen? En ook veel mannelijke COC-leden vonden het een burgertruttenmodel.'

Het COC ijverde voor een 'blokkendoosmodel', iedereen kon een passende registratievorm kiezen: van stellen die een emotionele band wilden bevestigen, maar geen economische, tot partners die duidelijke afspraken wilden vastleggen over de kinderen. Ook alleenstaanden zouden uit de blokkendoos betere rechten en plichten kunnen putten.

'Dat bleek echter een erg theoretisch model dat moeilijk was uit te leggen aan de achterban', zegt Van der Linden. 'Na een strategiediscussie hebben we alsnog die ommezwaai gemaakt.' Nog steeds ziet het COC de openstelling van het huwelijk als een tussenstap op weg naar een 'relatiewetgeving op basis van individualisme'.

De lobby is niet uitsluitend door Henk Krol gevoerd, vindt Van der Linden. 'Ik kan je dikke pakken papier laten zien, van brieven aan minister Hirsch Ballin tot aan de kabinetsinformateurs van het tweede Paarse kabinet. Er is ons verweten dat we niet op de publieke tribune zaten toen de Tweede Kamer besloot over het geregistreerd partnerschap, maar ik heb geen behoefte bij een stemming van twee minuten te zijn. Wel heeft het COC als een van de weinige organisaties een halfuur spreektijd gehad bij de Vaste Kamercommissie voor Justitie. Dáár gaat het om.'

Het probleem is volgens Van der Linden dat het COC slecht is in het voeren van zijn eigen public relations. 'We hebben, anders dan De Gay Krant, voortdurend andere woordvoerders. En er zaten ook wel eens, laat ik het netjes formuleren, minder sterke mensen tussen.' De pr-functionaris werd vorig jaar bovendien wegbezuinigd. 'Niet zo'n verstandige zet', geeft Van der Linden toe.

De directeur wil best erkennen dat er nog wel meer op zijn organisatie valt aan te merken. 'De meeste energie van het landelijk COC-kantoor is de laatse jaren opgegaan aan beheerszaken en bureaucratie', vat hij samen. 'Tot inhoudelijke keuzes kwamen we niet. De jaarlijkse congressen gingen ten onder aan gedetailleerdheid en geneuzel. Ze hadden niets meer met de inhoud te maken. Men hield zich bezig met navelstaarderij en overleven. Telkens als de landelijke organisatie bedacht had dat het anders zou kunnen of moeten, verliep het proces traag of stagneerde het.'

Dat het COC op deze toer niet verder kan, is duidelijk, maar hoe het wél moet nog allerminst. 'Wij gaan een keuze maken, er is een nieuwe impuls nodig', zegt Van der Linden. vastberaden. 'We hebben nu gezegd dat de knop om moet, zo kan het niet doorgaan.'

Eenvoudig zal het niet zijn om te kiezen, denken buitenstaanders. 'Dé homobeweging als één grote, roze massa bestaat niet meer, maar is een bonte was met kleurtjes geworden', zegt Heleen Rutgers (28), zelf geen COC-lid, maar wel redacteur van XL en het NVSH-blad Sekstant. 'Zie dat maar eens onder één vlag te brengen. Als het COC bijvoorbeeld besluit het blikveld te verleggen naar pedoseksualiteit, staan prompt alle lesbische moeders te schreeuwen. En als ze kiezen voor de homo's die kinderen willen, dan hollen ze wéér achter de feiten aan, want die discussie loopt ook al langer.'

De vorige COC-directeur, Laurette Spoelman, in januari vertrokken om zich voor te bereiden op het Tweede-Kamerlidmaatschap voor de PvdA, merkte hoe moeilijk het was de organisatiestructuur te vernieuwen. 'Het is moeilijk tastbare resultaten te zien', zei ze vorige maand in een afscheidsinterview met het verenigingsblad XL. 'Het COC is een grote organisatie van vrijwilligers met allemaal verschillende belangen. Die mensen stoppen er veel tijd in en willen er zelf ook beter van worden. Het schipperen tussen de belangen van de vrijwilligers en de belangen van de organisatie - die bijna altijd botsen - leidt ertoe dat het nogal eens laveren is.'

Eigenlijk had de logge besluitvormingsstructuur in november al gewijzigd moeten zijn. Maar het congres dat zichzelf moest opheffen, verdeed zijn tijd met details. Een extra congres, vorige maand, werd op het laatste moment afgeblazen toen bleek dat er onvoldoende vertegenwoordigers waren komen opdagen.

Veel meer oponthoud kan het COC zich niet meer veroorloven. Het ministerie van VWS - dat een jaarlijkse subsidie van vier ton geeft als aanvulling op de acht ton contributie van leden - gaat vanaf komend jaar uitsluitend subsidies op projectbasis verschaffen. Het is mogelijk dat het ministerie projecten niet door het COC laat uitvoeren, maar door andere organisaties.

Drie organisatie-adviseurs hebben in opdracht van het COC een rapport met aanbevelingen geschreven, dat de komende dagen door de leden en het bestuur besproken moet worden. Personele wijzigingen of ontslagen sluit Van der Linden niet uit. Ook zullen de dertig plaatselijke afdelingen meer autonomie krijgen, hetgeen in de praktijk al het geval is. Het landelijk kantoor kan zich dan beter toeleggen op het politieke lobbywerk, de hulp aan buitenlandse homo-organisaties en 'algemene zaken die leden belangrijk vinden en waar ze ook voor willen betalen'.

Als het COC met zoveel problemen kampt, is het dan eigenlijk niet beter de handdoek in de ring te werpen? De integratie en emancipatie van homo's en lesbo's waren toch zo ongeveer bereikt? De felste critici van het COC, zoals Bernadette de Wit, roepen dat al jaren. 'Het is en blijft een achterhaalde club, maar organisaties neigen er nu eenmaal toe zichzelf in stand te houden. Het is dat we zo'n softe overheid hebben, anders was de subsidie al jaren geleden stopgezet. Het COC klaagt nog steeds over discriminatie en achterstelling, maar dat is zo langzamerhand wel achterhaald. Hoogstens voor jongeren die hun coming out moeten waarmaken in zwaar christelijke dorpen. Of voor getrouwde mannen die stiekem homogevoelens koesteren. Maar dergelijke taken kunnen ook de Riaggs of de Rutgers Stichting op zich nemen.'

Anderen ontkennen dat de homo-emancipatie in Nederland is voltooid. Ze sluiten niet uit dat de tolerantie weer afneemt. Vooral onder allochtone bevolkingsgroepen bestaan er veel vooroordelen en weerstand. Azzougarh, de voorzitter van de Commissie Marokkaanse Jeugd die eind mei een rapport aan minister Sorgdrager aanbood, verklaarde voor de radio dat veel problemen met Marokkaanse jongens het gevolg zijn van het feit dat zij op grote schaal door Nederlandse homo's seksueel misbruikt zouden worden. 'De bekende zwarte piet wordt weer doorgeschoven tot er een groep gevonden is die niet terug durft te vechten', schreef prof. dr. Rob Tielman in het laatste nummer van De Gay Krant.

Ook Theo Sandfort ontkent met kracht dat de homo-emancipatie voltooid is. 'Nederlandse homoseksuelen, vooral jongeren, hebben een veel te rooskleurig beeld van onze samenleving. De algemene teneur is: homoseksualiteit is hier geen probleem meer. De overheid zegt dat ook, en draait subsidies terug.

'Maar uit onderzoek blijkt dat homoseksuele mannen en vrouwen schrikbarend veel vaker aankloppen bij de psychosociale hulpverlening dan hetero's. Dat moet te maken hebben met hun seksuele geaardheid, want als de integratie compleet zou zijn, zou je die verschillen niet zien. En uit onderzoek bij Abvakabo FNV dat we komende maand publiceren, blijkt dat homoseksuele en lesbische werknemers nog altijd problemen ondervinden.'

Homo's vergeten volgens Sandfort te gemakkelijk dat ze nog steeds in een uitzonderingspositie zitten. De acceptatie voor homoseksualiteit is nog lang niet verankerd in de maatschappij. 'Daarom ben ik ook lid van het COC, al is het maar omdat ik dat als een morele plicht voel.'

Toen RPF-fractievoorzitter Leen van Dijke in Nieuwe Revu homoseksualiteit vergeleek met diefstal, deed het COC geen aangifte van discriminatie. 'Dat is een misser geweest', erkent Van der Linden. 'Als je jarenlang in een organisatie als deze zit, wen je aan dingen, dan haal je je schouders op. Je moet je kwaad kunnen maken en daar weer je energie uit halen. Het COC moet de woede weer leren voelen.'

Maar het COC kan ook niet alles doen, waarschuwt hij. Van de achttien formatieplaatsen in 1992 zijn er nog zes over, inclusief de financiële afdeling en de ledenadministratie. Van der Linden: 'Het eerste het beste buurthuis in Amsterdam heeft meer staf in dienst dan het landelijk COC-kantoor.'

Bart Dirks

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden