Coalitiedwang maakt burgers monddood

De kloof tussen burger en politiek blijkt in gemeenten vooral bij grote projecten. Ambtenaren lijken de baas, wethouders dwingen hun fractie in het gareel en raadsleden negeren de burgers....

JACQUES Monasch vestigde de aandacht op de groei van lokale partijen in de gemeenteraden, ook in grotere gemeenten (Forum, 10 januari). Dat een beperkte elite (lokale actieve leden van een politieke partij) het stadsbestuur vormt, is al 'eeuwenlang' zo.

De oorzaak van de groei van lokale partijen is mijns inziens de onvrede van de bevolking over de daden van het lokale bestuur. Ik zal daarvoor enkele voorbeelden geven uit de stad Utrecht. Gevolg is dat meer welvarende en initiatiefrijke bewoners de steden (blijven) verlaten.

Het bestuur poogt met kantorenbouw in de stad voor de eigen gemeente geld te verdienen om een eigen beleid te kunnen voeren, terwijl de potentiële kantoorbevolking overwegend in omringende forensengemeenten woont.

Het stadsbestuur poogt ook om met openbaar vervoer de grote stad bereikbaar te houden voor die forensen. Dat is een masochistische opgave. De aanwas van auto's door die kantorenbouw kan door ontoereikend regionaal openbaar vervoer niet worden gecompenseerd. De stadsbewoner wordt geconfronteerd met plannen voor wegdoorbraken, metro-tracé's en verslechtering van stedelijk openbaar vervoer. Niemand is tevreden over de uitkomst, want de (historische) stad is niet gemaakt voor het massale en nog groeiende autogebruik. Bovendien is de verkeerspiek in de stad beperkt tot spitstijden.

De ambities van de stadsbesturen zijn groot, de capaciteiten van hun ambtelijk apparaat niet altijd voldoende. Er worden te snel majeure besluiten geforceerd die vaak onvoldoende doordacht zijn (onvoldoende scenario-analyses). De plannen worden gemaakt en verdedigd door ingehuurde 'externe deskundigen' (passanten) die geen band met de stad hebben.

De grootse plannen stuiten vaak op grote bezwaren bij de bevolking. Het belang van dit beleid voor de stad en voor de huidige stadsbevolking lijkt niet voorop te staan. Het wordt in elk geval niet expliciet benoemd, laat staan goed uitgelegd. De indruk ontstaat dat ambtenaren de stad regeren en dat zij wethouders aansturen in plaats van andersom.

Vervolgens dwingen die wethouders hun fracties in het gareel. Coalitievorming in de gemeenteraad leidt tot onwrikbare uitspraken op hoofdlijnen. Kritische burgers signaleren de nadelige gevolgen en de risico's van die grootse en meeslepende projecten, maar vinden geen gehoor voor hun bezwaren bij de raadsleden.

Op wijkniveau zijn de kansen op goede samenwerking tussen gemeente en burgers groter. De burgers willen vooral een goed beheer van hun bestaande woon- en leefomgeving en dat wordt hen onvoldoende geboden. Samenwerking met gemeentelijke diensten verloopt moeilijk. Uitvoering van beleidsbesluiten heeft onvoldoende tempo en de deskundigheid schiet nog al eens tekort.

Budgetten voor onderhoud en beheer van het bestaande collectieve bezit zijn vaak ontoereikend. Het beheer is vaak niet goed uitgewerkt: geen of verouderde bestemmingsplannen, geen meerjarige beleidsplannen, ontbreken van hoofdlijnen van beleid of juist dogmatiek bij die hoofdlijnen. Excessen als drugsgebruik en vernielingen van collectief bezit kleuren de stad in sterke mate.

Dit alles vergroot het respect van de burgers voor hun lokale overheid niet. De animo om zich als vrijwilliger voor de publieke zaak in te zetten is beperkt. Er komt op wijkniveau - behalve de vakwethouder - vaak geen raadslid aan te pas. Het overleg - en de strijd - gaan tussen ambtenaren en burgers. Een goede beleidscoördinatie in de stadswijken via wijkbureau's die een schakel zijn tussen ambtelijke diensten, bestuurders en bewoners c.q. een sterk deelgemeentebestuur (in de twee grootste steden) is belangrijk.

Kwaliteitsverbetering van het ambtelijke apparaat kan vooral op het wijkniveau gunstig uitpakken. In mijn woonplaats Utrecht ben ik voorzitter van de stichting Bloeyendael die zich inspant voor het behoud van het verwaarloosde natuurpark Bloeyendael. In zes jaar is er veel gepraat en gevochten met de gemeente. Maar omdat de problemen overzichtelijk zijn gemaakt en systematisch zijn bekeken, is er veel bereikt. Vooral dankzij druk van bewoners.

Maar neem nu een actueel stedelijk Utrechts project, de aanleg van een snelbuslijn van het Centraal Station dwars door de historische binnenstad naar het universiteitscomplex De Uithof. Voor 5 minuten tijdwinst in de spitsuren wordt 155 miljoen gulden rijkssubsidie over de balk gegooid.

Forensen en studenten moeten door de historische binnenstad reizen, terwijl een snelle alternatieve route langs de zuidrand van de stad ontwikkeld wordt. Bestaande bushaltes in de stad worden afgeschaft (om reistijd te winnen) en de wijk Wittevrouwen wordt doorsneden.

De bewoners zijn razend en bedrijven langs het tracé bereiden miljoenenclaims voor vanwege inkomensderving. Bewoners moeten per auto straks kilometers omrijden (milieuschade!). Behalve files om de stad krijgen we nu ook files in de stad.

850 bezwaarschriften en 33 insprekers mochten de raadsleden niet vermurwen. Al drie raadsperioden lang vielen er Colleges van B en W over deze kwestie. Met coalitiedwang werden de rijen gesloten. Verkiezingsbeloften en beloften over inspraak zijn met voeten getreden. Naar kritische reacties van oppositionele bewoners is niet geluisterd. Voor meer urgente openbaar vervoerslijnen naar het nieuw te bouwen stadsdeel Leidsche Rijn ten westen van de stad is geen geld. Dus daar kruipen de bewoners straks in de auto. Vreemde prioriteiten.

De aanpak van drie megaprojecten in de stad Utrecht, de nieuwe wijk Leidsche Rijn, de openbaar vervoerslijn door de binnenstad (de zgn. HOV-lijn) en de grootschalige reconstructie van het winkelcentrum Hoog Catharijne en omgeving (het Utrecht Centrum Project ofwel UCP) leggen tezamen zoveel beslag op het gemeentelijk apparaat dat er elders 'niets' meer kan. Geen capaciteit, geen geld, geen prioriteit! Alleen de aanpak van het stadsdeel Leidsche Rijn is bij de bevolking onomstreden.

Mijn conclusie is dat er grote onvrede onder de bevolking is over inhoud van het beleid. Men wil meer aandacht en respect voor de kwaliteit van het bestaande. Men wil een meer organische groei van de stad: een overzichtelijke en beheersbare groei. Niet de stad profiteert van de genoemde grootse ambities, maar overwegend de economisch sterken in de omringende gemeenten. De stad betaalt de rekening als deze mega-speculatie slecht afloopt. Kortom: er gebeuren dingen die men niet wil.

Er is geen politieke oppositie tegen het geweld van coalitieafspraken, externe deskundigen en ambtenaren. De macht van ambtenaren is te groot. Het tegenspel door raadsleden is te gering. Door de grote onvrede in de stad stevent de lokale partij Leefbaar Utrecht af op 4-5 raadszetels. Dit is een logisch gevolg van het voeren van beleid dat tegen de gevoelens van de bevolking ingaat. Iets minder ambitie en een overzichtelijker en beheersbaarder omgaan met die ambities is beter.

Veel kiezers zijn nog trouw aan een bepaalde partij. Ik bepleit dat kiezers die de stap naar een lokale partij (nog) niet willen zetten een voorkeurstem uitbrengen. Gedenk de (gefaseerde) invoering van het kiesrecht! Herhaal de revolutie van 19-17! Stem op nr 19 van de partij van uw voorkeur en wek iemand anders op om nr 17 van diens partij te stemmen. Naast de vijf zetels van Leefbaar Utrecht staan dan bv. 5 x 2 ofwel tien 'direct gekozen' raadsleden. Dit houdt de ingeslapen raadsleden alert. Nu de kiesdrempel wordt verlaagd, kan de burger een signaal afgeven. Steun de revolutie 19-17 met een voorkeursstem!

Jan Weggemans is econoom-planoloog en actief participerend burger in Utrecht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden