Co-ouderschap

Gescheiden man van 43, vader van twee kinderen, wil een einde maken aan het co-ouderschap en eist een omgangsregeling met beperkt recht voor de moeder....

'Inwendig woedde het al langere tijd. Nou ja, gelukkig heb ik me tegenover mijn zoon kunnen beheersen. Ik heb de razernij in mijn eentje bekoeld, maar mijn zoon wel lang geprobeerd toe te spreken. Met de nadruk op proberen. Het werd tijd dat ik hem een paar dingen duidelijk maakte. Voordat mijn dochter hetzelfde wegloopgedrag ging vertonen. En wéér zei hij midden in mijn preek: 'Nou, dan ga ik toch naar mama.'

Mijn ex is zo'n peuterspeelzaalvrolijkerd die je het best kunt situeren in de jaren zestig. Die heeft nog steeds het idee dat je niet toegeeflijk genoeg kunt zijn ten opzichte van kinderen. Iets anarchistisch heeft ze, dat is eigenlijk wel aardig, maar in mijn opvatting schieten kinderen daar niets mee op. Die moet je toch een houvast geven. Het moet in ieder geval duidelijk zijn dat ze zich aan regels hebben te houden, ook al zouden die regels vrij willekeurig zijn. Als je ze maar consequent toepast.

Maar van haar moest alles kunnen. De kinderen moesten zich in vrijheid kunnen ontwikkelen, je mocht hun natuur niet remmen. Ze had begrip voor gedragingen waarvoor ik me plaatsvervangend schaamde. Mijn oudste stak potloodpunten in de armen of de benen van medeleerlingen op de basisschool. Mijn vrouw zei: ''Agressie is natuurlijk, misschien voelt hij zich miskend, zo leert hij tenminste van zich afbijten. Laat hem toch zijn eigen ontdekkingen doen.''

Door de leerkracht werd hij gecorrigeerd, niet door mijn ex. Die hield keihard vast aan de doctrine van zelfontplooiing. De doctrine van de normloosheid dus. Aan de andere kant was ze zo zacht als een Pamper. Als Enno weer eens bestraffend was toegesproken, op school of door mij, troostte zij hem door zijn gedrag te vergoelijken. Geweldig veel begrip had ze. Alsof een kind alleen daar wat mee opschiet.

Ik kan me nog goed ons eerste opvoedingsconflict herinneren, want dat speelde al een week na de geboorte. Een ontroerende periode natuurlijk, na een oergebeurtenis die ik heel intens beleefde. Ze kwam na twee dagen uit het ziekenhuis en we hadden een kraamverpleegster geregeld. Een nogal ijzige tante op het eerste gezicht, die het bezoek gewoon na twintig minuten de deur uitzette. Meegebrachte huisdieren kwamen er al helemaal niet in.

Op een gegeven middag begint die verpleegster luidruchtig het huis te stofzuigen, ook de kamer waarin we het wiegje hadden neergezet. Mijn vrouw werd bijna hysterisch: 'Wat doe je nu? M'n kind ligt net te slapen.' 'Moet u eens goed luisteren', zei de kraamvrouw, 'u woont in een stad, in een stad is er constant lawaai en geruis, dus uw kind zal ook moeten kunnen slapen als er gestofzuigd wordt. Die moet wennen aan lawaai. Veel bescherming geven is goed, te veel bescherming geven maakt kwetsbaar.'

Vreemd dat zo'n opmerking je zo lang bijblijft. Ik mat er bijna alle kinderen, die ik om me heen zag, op school, in crèches, aan af. Wel of niet rechtlijnig opgevoed, stelde ik altijd weer vast. Als ik dacht 'kliertje', dan moest ik meteen denken aan die kraamverpleegster. Hadden de ouders die maar na de bevalling gehad. Het was een vrouw van een harde steensoort, maar wel een die wist dat te veel meegaandheid nergens toe leidt.

Tot de oudste 7 was ging het nog. Ik moest weliswaar een beetje inschikken omdat de kinderen alles waren voor mijn ex, maar ik had mijn werk. Nogal ongebonden werk trouwens, zodat ik ze ook nogal eens kon wegbrengen of thuis kon opvangen. Onze conflicten gingen, hoop ik, aan hen voorbij. Ze werden steeds talrijker maar we hielden ons in als ze erbij waren. Enno, die overliep van energie, deed ik al heel jong op hockey, een teamsport waarin hij zich dus zou moeten aanpassen, en ons dochtertje ging op kleutergymnastiek.

Maar al konden we over de kinderen tijdens ons huwelijk redelijk goede afspraken maken, juist omdat ze jong waren, tussen onszelf ging het steeds slechter. Er was geen gesprek meer dat niet uitliep op ruzie. En meestal ging het over de opvoeding. Zij vond de ontdekkingsreis van Enno, zoals ze het noemde, fascinerend en waardevol. Ik zei: 'Waarom is je dochter minder interessant?' Ik had juist met háár een goede band en ik vond dat ze altijd werd ondergewaardeerd.

Onze scheiding leek perfect geregeld. Het was natuurlijk een loodzwaar proces, je gunt het niemand, maar het was onvermijdelijk. De twisten gingen steeds vaker nergens over, des te meer een teken dat verder gaan zinloos was. Er werd gesmeten met dingen. We konden het op een gegeven moment ook niet meer voor de buitenwereld verbergen.

We wilden beiden de schade van de scheiding zo veel mogelijk beperken. Ik vond een woning dichtbij, zodat het voor de kinderen niet al te lastig zou zijn van de een naar de ander te gaan. We kozen voor het co-ouderschap: afwisselend vier dagen bij de moeder, drie dagen bij mij. En dan zie je dus de verschillen in opvatting over hoe een kind moet opgroeien nog sterker naar voren komen dan je al wist.

Beide kinderen hebben sportgevoel, zijn ongelooflijk beweeglijk. Dat vind ik leuk, in mijn vrije tijd geef ik zelf ook training. Dan vraag ik: 'Zou je iets willen bereiken, in hockey of tennis?' Het antwoord is altijd bevestigend. Maar dan komen ze bij hun moeder en die haalt die ambitie helemaal weg. Ik ben het natuurlijk met haar eens dat je niemand moet dwingen en dat maar weinigen een echt geslaagde carrière in de sport hebben, maar als zo'n kind daar nou bezeten van is?

De rollen lijken bijna omgedraaid, omdat ik ze in dit opzicht hun zin geef, en dat maakt de verwarring alleen maar groter. Want ik stel ook eisen. Zo en zo laat thuis. Ik kom je om half elf van dat feestje ophalen. Waarop Enno zegt: 'Dan blijf ik vannacht bij mama.' En ik moet dat doodgemoedereerd aanhoren. De kinderen raken volkomen de kluts kwijt. Toen we scheidden, de oudste was toen acht, maakte het nog niet veel uit, maar ze hebben vijf jaar later donders goed in de gaten hoe ze van de situatie gebruik kunnen maken.

Het ging voor mijn gevoel te ver. Ik kan niet aantonen dat mijn ex de kinderen moedwillig tegen me opzet, maar het co-ouderschap is op deze manier een mislukking. Ik heb de rechter een omgangsregeling gevraagd. Ik heb er natuurlijk geen bezwaar tegen dat mijn ex de kinderen blijft zien, maar ik wil niet dat ze een soort jojo worden. Bevalt het ze hier niet, dan gaan ze naar daar en je begint er bijna niets tegen want mama vindt alles goed.

Ze worden geweldig slim in het vinden van de handigste weg, maar ik zie nu al symptomen van gemakzucht. Op school en in de sport stagneert het ook. Ze hebben altijd een uitvlucht om niet hun best te hoeven doen. Maar wil je iets bereiken, op welk gebied dan ook, dan moet je door jezelf heen, leren vechten. Dan is ook de voldoening uiteindelijk groter. Maar dat knokken zal ik er niet meer in krijgen. Daarvoor is het waarschijnlijk al te laat.'

Hans van Wissen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden