Clubs op de rand van hun bestaansrecht

Het betaald voetbal kraakt onder torenhoge schulden en grote tekorten. Het reddingsplan bestaat uit een pact van wijsheid...

Poul Annema

amsterdam Zelden hebben financiële cijfers de nood van het betaald voetbal in Nederland zo nadrukkelijk geïllustreerd als in de afgelopen weken. Inzicht in de boekhouding van clubs en debatten op gemeentelijk niveau hebben een niet eerder vertoonde armoede geopenbaard.

Dat de eredivisieclubs volgende week donderdag uit wanhoop in Oosterbeek samenkomen om steun bij elkaar te zoeken, is tekenend voor de catastrofe die dreigt. Solidariteit is immers geen begrip dat in de wereld van het dikwijls zo egoïstische profvoetbal snel wortel schiet.

Alleen vanuit het collectief lijkt de de crisis nog te bezweren. ‘We zijn totaal niet meer geloofwaardig. De hele bedrijfstak stort in, als we de zaken niet snel gaan veranderen’, schreef initiatiefnemer Hans Nijland, algemeen directeur van FC Groningen, in zijn oproep aan allen.

Uit de eerste divisie is het failliete Haarlem inmiddels verdwenen. Maar uit het feit dat vorige week Veendam verheugd in een persbericht meldde dat de spelerssalarissen over januari waren betaald, blijkt wel hoe verbaasd de club over zijn eigen financiële mogelijkheden is. Op de rand van de afgrond danst overigens allang geen eenling meer, het peloton financieel zeer zwakke clubs bestaat uit zeker tien eerste divisieclubs.

Hoe ook de eredivisie lijdt, blijkt wel uit het feit dat de afgelopen weken twee gemeenten – Waalwijk en Kerkrade – moesten bijspringen om de plaatselijke clubs, RKC en Roda JC, te redden.

De verklaring voor het deficiet van het betaald voetbal is snel gegeven, zeker waar het de eredivisie betreft. Waar de inkomsten als gevolg van de economische recessie dalen, sponsors vertrekken en de tv-inkomsten slinken, hebben de clubs de salarissen van spelers, trainers en management op een onverantwoord hoog niveau gehandhaafd en zelfs laten stijgen.

Het gemiddelde loon van een speler in de eredivisie bedroeg in 2007 270 duizend euro. Een jaar later – in 2008 – was dat gestegen naar 335 duizend euro en zelfs het afgelopen jaar waren er clubs die, in weerwil van de economische ontwikkelingen, de prijsopdrijving hebben voortgezet.

Zogenaamd omdat de concurrentie in de Europese competitie dat vereist. ‘Dat verhaal over Europa kan ik niet meer aanhoren’, zei Hans Nijland onlangs in het blad VI. ‘Laten we eerst maar eens zorgen dat het water, gas en licht kunnen worden betaald.’

De Nijmeegse wethouder Paul Depla bepleitte zaterdag in de Volkskrant de invoering van een salarisplafond in de eredivisie. Deze gedachte komt niet uit de lucht vallen. Na een financieel inktzwarte periode, kent bijvoorbeeld NAC sedert enkele jaren een salarisplafond van iets boven de 200 duizend euro.

De directeur betaald voetbal van de KNVB, Henk Kesler, heeft al eerder vastgesteld dat er een einde moet komen aan de salarisgekte en dat clubs elkaar moeten vinden in een pact van wijsheid dat exorbitante lonen en transfersommen kan tegengaan.

De vraag is of zo’n overeenkomst werkt in een veld waar eigenbelang altijd de norm is geweest. Het licentiesysteem geldt als de beste bescherming tegen financieel wangedrag van de clubs, maar vooralsnog blijven de controles momentopnamen.

Als het de clubs ernst is om een einde te maken aan hun financiële ellende, zullen ze zich ook moeten onderwerpen aan een strak regime van spelregels en afspraken.

Vijf jaar geleden, bij de vorige crisis, stelde het advies- en accountantsbereau KPMG vast dat er in totaal 300 miljoen euro aan gemeenschapsgeld in het betaald voetbal wordt gepompt, met name in stadionbouw en renovatie.

Ondanks de scepsis van gemeenten en de controle van de Europese Commissie die overheidssteun verbiedt, zijn veel clubs mede-afhankelijk van gemeentelijke bankgaranties en leningen.

Er ligt daardoor een ondoorzichtig net van willekeurige en per stad verschillende subsidies over een speelveld waarin de Balkenende-norm niet bestaat en clubs hun maatschappelijke rol vaak niet serieus nemen.

Het is in dat opzicht een goed signaal dat clubs zich gezamenlijk buigen over een gemeenschappelijk probleem en de intentie tonen een eind te maken aan de meest plausibele verklaring voor al het ongemak, de veel te hoge salaris- en makelaarskosten.

De manier waarop FC Twente zichzelf heeft verlost uit zijn crisis en is uitgegroeid tot een modelclub met grote maatschappelijke betekenis, toont aan hoe groot de rol van betaald voetbal in de samenleving kan zijn. Al staat vast dat Nederland voor zo’n ontwikkeling, met 37 BVO’s te veel clubs zonder een werkelijk recht van bestaan telt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden