interview Clive Thompson

Clive Thompson: ‘We zeggen al 250 jaar dat de nieuwe generatie dommer is dan de vorige’

Wees sceptisch over je eigen scepsis, zegt journalist Clive Thompson (45). Hij is lovend over de nieuwe media, zag subculturele fenomenen opbloeien en schreef er een boek over. ‘Mensen zijn creatiever, zelfbewuster en uitgesprokener geworden.’

Beeld Rhonald Blommestijn

Clive Thompson stond op een dag in de boekwinkel en zag daar al die boeken over internet, en hoe we daaraan ten onder gaan, of juist niet. ‘Een hele plank vol met intelligente boeken over hoe de mensen stom en narcistisch worden van de nieuwe technologie. En daar tegenover een hele plank met van die domme blije managementboeken, over hoe je daar snel rijk van kunt worden. Niets kwam in de buurt bij wat mensen werkelijk aan de nieuwe media hebben.’

Dus voegde Thompson (45) daar een boek aan toe. Smarter Than You Think: How Technology is Changing Our Minds for the Better, onlangs in het Nederlands vertaald als We worden steeds slimmer. Het is een optimistisch tegengeluid over hoe internet, sociale media en de smartphone ons helpen en, ja, dat vindt hij echt, intelligenter maken.

Thompson, journalist voor onder meer The New York Times en Wired, ging bij tientallen experts en ervaringsdeskundigen op bezoek en ordende hun verhalen, gestaafd door een hoop wetenschappelijk onderzoek, in hoofdstukken met de voor hem belangrijkste voordelen van de nieuwe technologie. We onthouden alles, we vinden alles, we denken in het openbaar, we vinden nieuwe manieren om ons uit te drukken, we puzzelen met elkaar, we zijn met alles en iedereen verbonden, we worden slimmer, zegt een geïnterviewde. ‘Ik wilde over de cognitieve en sociale veranderingen schrijven’, zegt Thompson, een Canadees die literatuurwetenschappen studeerde en een paar dichtbundels publiceerde. ‘Er is te veel doemdenkerij en te weinig aandacht voor het plezier en de geneugten van de nieuwe technologie.’

Een optimistische journalist, dat zie je niet vaak.

‘Geen zorgen, ik ben ook als misantroop begonnen. Ik was zoals iedere 25-jarige journalist en vond dat de gemiddelde persoon te stom was voor nieuwe media, ik dacht dat die alleen maar onzin en troep zou produceren. Ik begon over internet te schrijven omdat ik dat verschijnsel, een tikje cynisch, wilde documenteren.’

Wat is er veranderd?

‘De nieuwe technologie bleek veel intrigerender dan ik dacht. Ik zag dat er een nieuwe taal ontstond, ergens halverwege spreken en schrijven, en hoe geestig mensen met elkaar communiceerden via e-mail. Ik zag die conversaties, die dagen konden duren. Het was allemaal intellectueler en veel interessanter dan ik had verwacht. We hebben een lange staat van dienst als het gaat om het ridiculiseren van technologie die heel belangrijk zou gaan worden.

‘Wat kun je verwachten van een paar koperdraden, zeiden mensen over de telegraaf; ze bleven liever met vlaggen seinen. We zijn van nature conservatief en het is makkelijk om sceptisch te zijn, maar je moet sceptisch zijn over je eigen scepsis.’

Is het zo intellectueel wat mensen doen op de sociale media? Die voortdurende verslaglegging van waar je bent en wat je doet?

‘Het is misschien niet altijd even hoogstaand, maar je moet het wel in het juiste perspectief bezien. Jij bent een journalist, jij schrijft altijd, jij hebt een netwerk van interessante mensen. Maar veel van die mensen, op Facebook, Twitter, in discussiegroepen, zijn mensen die anders nooit een letter zouden schrijven. Schrijven helpt je om je gedachten te ordenen. Daarnaast zijn er nieuwe uitdrukkingsvormen ontstaan, met foto’s, filmpjes, spotprenten. Al die communicatie en updates helpen je uit te drukken. Zeker voor rare mensen is het heel prettig dat ze andere rare mensen leren kennen die om dezelfde rare dingen geven. Internet heeft voor veel mensen het sociale isolement verkleind, het heeft tot een geweldige bloei van subculturele fenomenen geleid. Ik zit in een discussiegroep van mensen die gitaarpedalen bouwen. Dat is toch geweldig, dat ik met iemand in Buenos Aires over gitaarpedalen kan praten? Ik moet zeggen: het werkt het best met kleine groepen. Daarnaast kun je je hele leven vastleggen. Kijk alleen al naar je oude mails, het is fantastisch om te zien wat je bezighield.’

Alles wordt vastgelegd, maar het blijft moeilijk om dingen terug te vinden.

‘Daar moet de technologie bij helpen. Apps die je elke dag vertellen wat je precies een jaar geleden deed, door in mail en foto's te zoeken. Zo kun je je geheugen helpen. Je leeft intenser.’

Is dat bewaren en onthouden geen zwakte gebleken? De NSA kijkt graag mee en Google en Facebook gebruiken jouw informatie om gericht te adverteren.

‘Deze gretige dataverzamelaars bestaan alleen omdat we dat toelaten. Het is een gevolg van slechte wetgeving. De enige manier om dat te veranderen, is door de wetten te verbeteren. Ik denk dat daarmee wel een begin wordt gemaakt. Dat recht om vergeten te worden, dat door een rechter in Europa is uitgesproken, is geweldig. We hebben veel meer verkeersregels nodig op internet.

‘Commerciële partijen verzamelen onze data omdat ze er geld mee willen verdienen. Dus krijg je voortdurend pop-ups, alerts, suggesties: allemaal pogingen je af te leiden van wat je eigenlijk aan het doen bent. Dat is natuurlijk verschrikkelijk, maar het was twintig jaar geleden nu eenmaal de standaardmanier om een internetbedrijf te beginnen: gebruikers kregen alles gratis, advertenties zouden alles betalen. Het is een antihumanistische ontwerpbeslissing geweest, waarmee we nog steeds worden geplaagd.’

Valt daaraan te ontsnappen?

‘Ik denk dat we langzaam maar zeker wel willen betalen voor die diensten. Weet je wat Facebook aan advertenties binnenhaalt per gebruiker? 5 bucks! Ze besteden al hun tijd, al die moeite, al hun mensen en intelligentie om mijn privacy te schenden, en wat levert dat op? 5 dollar! Dan betaal ik liever 50 cent per maand en ben ik bevrijd van al die afleiding.’

Vele critici van de nieuwe technologie, zoals schrijver Evgeny Morozov, vinden dat sociale media de afleiding zijn. Hij moet er niets van hebben.

‘Hij heeft een verfrissende manier van denken, maar het was vroeger echt niet allemaal beter. Hij trekt zijn conclusies tot het onlogische door. Bij hem is alles little en silly. Ja, sms’jes waren in eerste instantie een klein en stom fenomeen. Maar ze hebben communicatie leuker gemaakt, relaties vormgegeven en zelfs levens gered. Zijn dat domme bezigheden? Daar moet je niet te min over doen. We zeggen al 250 jaar dat de nieuwe generatie dommer is dan de vorige. Dat accepteer ik gewoon niet. Ik zie andere dingen: mensen zijn creatiever, zelfbewuster, uitgesprokener.’

En: ijdeler, ongeduldiger, onbeleefder?

‘Nee, dat geldt alleen voor grote, ongemodereerde sites. Daar kunnen mensen uit de bocht vliegen. Ik denk wel dat er een bepaalde ijdele focus is op het heden, iets wat ik recency noem. Iedereen heeft het over wat er nu gebeurt. Twee minuten geleden. Wat een uur geleden is gebeurd, is al oud, laat staan wat gisteren is gebeurd. We moeten iets bedenken om het verleden relevant te maken. Dat we aan dingen denken waar we anders niet aan zouden denken.’

Mede daarom worden sommige mensen ongelukkig van Facebook en Twitter. Ze hebben nooit rust, er is altijd een nieuw nu.

‘Je moet het onder controle houden. Ik zit niet op Facebook, dat kost te veel tijd. Op vrijdag ga ik offline, om op maandag weer online te gaan. Dan kan ik weer vers denken. Ik schrijf met pen en papier, dan denk ik anders dan wanneer ik achter een computer zit. Het gaat om de variatie, om diversiteit van technologieën.’

Wat gebeurt er met mensen die niets moeten hebben van de nieuwe media?

‘Onze generatie redt zich wel. Wij hebben een netwerk, wij hebben andere zinnige tijdsbestedingen. Maar een onderzoekster heeft ook gekeken hoe het bij scholieren zit. Dan blijkt steeds weer dat zo'n 10 procent van de klas er geen enkele belangstelling voor heeft, om wat voor reden dan ook. Ze hebben gewoon niet het idee dat ze iets missen. Worden die straks buitengesloten? Er bestaat al zoiets als digitale discriminatie: dat werkgevers kijken naar iemands ‘Klout-score’, iemands activiteit op de sociale media. In godsnaam, práát gewoon met een sollicitant. Ik denk dat het goed is voor de maatschappij als er een uitgesproken minderheid blijft bestaan die niets met internet heeft.’

Clive Thompson, We worden steeds slimmer. Maven Publishing, 20 euro.

Clive Thompson

SCOREVERLOOP TUSSEN TECHNOLOGIEHATERS EN VOORUITGANGSGELOVIGEN

2005 James Surowiecki
The Wisdom of Crowds. Hoe een menigte gemiddeld beter weet hoeveel een stier op de kermis weegt dan een enkele expert. En dat vertaald naar internet. 0-1

2007 Andrew Keen
The Cult of the Amateur. Hoe al die amateurs de professionele gevestigde orde kapotmaken. 1-1

2008 Jeff Jarvis
What would Google do? Lofzang op het bedrijfsmodel van Google. 1-2

2008 Clay Shirky
Here Comes Everybody. Over crowdsourcing en samenwerken. 1-3

2010 Nicholas Carr
The Shallows. Hoe internet ons dommer maakt. We proberen te veel op te nemen waardoor we niets meer onthouden. 2-3

2011 Evgeny Morozov
The Net Delusion. Waarschuwing tegen de ongekende mogelijkheden van surveillance. 3-3

2011 Siva Vaidhyanathan
The Googlization of Everything. Waarschuwing tegen de ongekende mogelijkheden van Google. 4-3

2013 Evgeny Morozov
To Save Everything, Click Here. Hoe Silicon Valley suggereert dat met een app alle problemen verdwijnen. 5-3

2013 Jaron Lanier
Who Owns the Future? Hoe de middenklasse zich overlevert aan de grote internetbedrijven, in ruil voor gratis diensten. 6-3

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.