Clinton zal winnen, maar wat dán?

Clinton zal opnieuw winnen, zoveel is zeker. Het is volgens Paul Brill echter nog te vroeg om te zeggen dat de tweede achtereenvolgende nederlaag van de Republikeinen het definitieve einde betekent van de onder Reagan begonnen restauratie....

WAT twee jaar geleden welhaast uitgesloten leek, staat op het punt te gebeuren: de herverkiezing van Bill Clinton tot president van de Verenigde Staten.

Laten we er meteen maar even een exacte prognose tegenaan gooien: Bob Dole krijgt de meeste stemmen in Alaska, Idaho, Montana, Wyoming, Utah, North Dakota, South Dakota, Nebraska, Kansas, Indiana, Oklahoma, Texas, Alabama, Mississippi, Virginia, North Carolina en South Carolina, tezamen goed voor 138 kiesmannen. Clinton wint in alle andere staten (Nevada wellicht uitgezonderd), en vergaart daarmee de stem van 396 kiesmannen.

Welke afmeting Clintons overwinning ook zal krijgen, er mag gesproken worden van een wonderbaarlijke herrijzenis.

Twee jaar geleden leek hij, politiek gesproken, ten dode opgeschreven. Onder leiding van de militante Newt Gingrich slaagden de Republikeinen er in november 1994 voor het eerst sinds 1955 in de meerderheid te veroveren in beide huizen van het Congres.

Er werd een radicale politieke ommezwaai in het vooruitzicht gesteld, in vergelijking waarmee de beleidsverschuivingen onder Ronald Reagan zouden verbleken. De richtlijnen voor de revolutie waren neergelegd in het Contract with America, dat na de Republikeinse zege een welhaast bijbelse status kreeg.

Gingrich en de zijnen spraken met nauwelijks verholen minachting over de bewoner van het Witte Huis; hij was in hun ogen een quantité negligeable geworden.

Maar de gevestigde belangen in Washington bleken een zwaardere dobber dan de Republikeinse hemelbestormers hadden gedacht, en in het onverkwikkelijke begrotingsconflict dat Congres en Witte Huis vorig jaar uitvochten, toonde Clinton zich de superieure politicus. De kiezers hadden het bij nader inzien ook niet zo begrepen op de bezuinigingswoede van de Republikeinen.

Gingrich zelf maakte een dramatische val in de peilingen. Binnengehaald als visionair staatsman, werd hij in een jaar tijd de meest gewantrouwde politicus van Amerika. Zelfs Clinton in zijn slechtste dagen kwam er bij de doorsnee-burger beter af.

Het kan verkeren. The Washington Post van 25 oktober publiceerde een stemmig verslag van de rondreis die Gingrich momenteel maakt in een heftige poging te voorkomen dat de kiezers niet alleen Dole, maar ook zoveel Republikeinse Congres-kandidaten de rug toekeren, dat de Grand Old Party weer in de minderheid belandt en hij zelf de voorzittershamer in het Huis van Afgevaardigden moet afstaan.

Het is een tocht langs kille hangars en afgelegen sociëteiten, waar de Speaker de opgeklopte taal die hij in 1994 bezigde, zorgvuldig vermijdt. Niks geen 'transformatie', die 'de hele planeet op een nieuw spoor zal zetten', zoals hij eertijds verkondigde. Voor meereizende journalisten is hij volop beschikbaar - er zijn er namelijk maar zo weinig.

De comeback van Clinton en de ontluistering van Gingrich suggereren dat het Amerikaanse politieke klimaat zeer fluïde is en grote temperatuurschommelingen kent. Dat is evenwel optisch bedrog, in de hand gewerkt door de stijl van politiek bedrijven, die doorgaans veel polemischer en hardhandiger is dan in de meeste Europese landen.

In werkelijkheid vertoont de Amerikaanse politiek een grote mate van continuïteit. Er zijn soms wel electorale uitschieters, maar die hebben haast altijd een 'normale' verklaring.

Zo kwam de Republikeinse overwinning van twee jaar geleden niet voort uit een substantiële ruk naar rechts onder de kiezers, laat staan een hevige passie voor het Contract with America, al dachten de jonge turken die de Republikeinse fracties in Huis en Senaat kwamen versterken, van wel.

De Grand Old Party dankte de zege aan de wijd verbreide onvrede met de zelfgenoegzaamheid van de Democraten en de inefficiënte mandarijnencultuur die hun waarmerk was geworden op Capitol Hill.

Ook aan Clintons electorale overwicht ligt in sterke mate een 'negatieve' keuze ten grondslag. In 1992 liet George Bush zich praktisch gijzelen door de rechtervleugel van zijn partij, die van de conventie in Houston een tableau vivant van rechtzinnigheid en onverdraagzaamheid maakte. Gecombineerd met de kandidatuur van Ross Perot, die vooral Republikeinse kiezers aansprak, bezegelde dat het lot van de president die zich na de Golfoorlog in zo'n geweldige populariteit had verheugd.

Dit jaar hebben de Republikeinen op hun conventie in San Diego een veel gladdere show ten beste gegeven, maar die kon toch niet verbloemen dat Dole in de aanloop naar de nominatie in hevige mate tegen de semi-fundamentalistische Christian Coalition heeft aangeschurkt. Gematigde kiezers - en dat zijn de meeste - worden daardoor op het verkeerde been gezet, zoals ze in de jaren zeventig en tachtig werden afgeschrikt door Democratische presidentskandidaten die zich te veel door de linkervleugel van hun partij op sleeptouw lieten nemen.

Voorts blijken nog maar weinig Amerikanen geloof te hechten aan Dole's belofte de inkomstenbelasting met 15 procent te verlagen - of misschien twijfelt men langzamerhand zelfs aan de wenselijkheid ervan.

Bewijst dit alles nog eens dat de sleutel tot electoraal succes in het midden ligt? Jawel, maar daarmee is niet veel gezegd. Want dat midden is geen statisch blok, geen rimpelloze vijver. Er doen zich wel degelijk stromingen voor, de ene of de andere kant op.

Waarheen voeren die stromingen anno 1996? Alles wijst erop dat het neo-conservatisme, hoewel nog steeds een factor van betekenis, op zijn retour is. In elk geval is de brede coalitie die in 1980 Reagan aan de macht bracht, in staat van ontbinding. De zogeheten Reagan-Democraten - blanke kiezers uit de lower middle class - keren deels terug naar hun oude partij. Maar een nieuwe coalitie tekent zich nog niet af.

De historicus Arthur M. Schlesinger jr. poneert in The Cycles of American History de stelling dat de Amerikaanse politiek altijd een cyclisch verloop heeft gehad. De twee polen daarbij zijn activisme voor de publieke zaak (public purpose) en preoccupatie met het eigenbelang (private interest). Een tijdlang kan de publieke zaak de politieke agenda beheersen, maar er komt onherroepelijk een moment waarop de meerderheid der burgers afhaakt en vooral rust en orde wenst, wat vervolgens weer even onherroepelijk tot een nieuwe roep om verandering leidt.

Uiteraard valt er het nodige af te dingen op dit model. Een individu heeft al gemengde gevoelens, en dat geldt zeker voor een natie met zoveel samenstellende delen. Wat actie en wat reactie is, waar idealisme ophoudt en realisme begint, is evenmin een uitgemaakte zaak. Reagan was tegelijk een conservatieve en een activistische president. Het beeld van een soort pendule wekt ten onrechte de indruk dat er nooit echt iets verandert.

Schlesinger maakt het zich bovendien extra lastig door zijn cycli ook nog een min of meer vaste tijdsduur te geven. Dat noopt hem meerdere malen tot historische pirouettes om zijn model overeind te houden. Zo deelt hij de eerste ambtsperiode van Richard Nixon nog in bij de activistische cyclus van de jaren zestig, wat wordt gerechtvaardigd met een verwijzing naar de tamelijk progressieve wetgeving op het gebied van gezondheidszorg en milieubescherming in die jaren.

Toch heeft Schlesingers model iets aanstekelijks. Er valt inderdaad een golfbeweging te ontwaren in de Amerikaanse politieke geschiedenis van deze eeuw. Na de nationale krachtsinspanning van de New Deal en de Tweede Wereldoorlog volgde de rust van de Eisenhower-jaren. Vervolgens barstten de roerige jaren zestig en zeventig los, waarna in 1980 weer een tijdperk van restauratie aanbrak.

De vraag is nu: markeert de tweede achtereenvolgende nederlaag van een onder conservatieve vlag opererende Republikein het definitieve einde van die restauratie? Niet de minste handicap bij het geven van een antwoord is dat Clinton zelf zo'n kameleon is. Het enige dat vaststaat, is dat dit zijn laatste campagne is. Niet het electoraat, maar de geschiedenis zal hem afrekenen op wat hij met zijn nieuwe mandaat doet.

De president heeft het afgelopen jaar alles gedaan om de kwetsbaarheid van zijn rechterflank zo klein mogelijk te maken. Toch valt moeilijk aan de indruk te ontkomen dat hij in zijn hart een links-liberale politicus is en blijft, die internationalistisch is ingesteld en graag een substantiële binnenlandse hervorming op zijn naam zou brengen.

Maar behalve dat hij dan zelf een heldere lijn moet uitstippelen, zal hij voldoende steun moeten krijgen vanuit het Congres. Op dat punt zijn de vooruitzichten niet erg gunstig. De kans is groot dat de Republikeinen in minstens één van de twee huizen de overhand zullen houden. En als het gaat om de buitenlandse politiek, worden de gelederen der kosmopolieten in beide partijen almaar dunner.

Het meest waarschijnlijke scenario is dan ook dat Clintons tweede ambtstermijn niet veel minder wisselvallig zal verlopen dan de eerste. Meer een overgangsperiode dus dan een nieuw begin. Het wachten is op de politicus die in 2000 de zaken daadwerkelijk naar zijn hand weet te zetten.

Paul Brill is redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden