Clinton op de weegschaal

NU BILL CLINTON op weg is naar de uitgang van het Witte Huis, wordt de behoefte aan het opmaken van de balans van twee termijnen presidentschap steeds sterker....

Een gezaghebbende veteraan op het gebied van analyses van presidentieel optreden als James MacGregor Burns vindt Clinton maar een lastig geval. De lezer van Dead Center - Clinton-Gore Leadership and the Perils of Moderation proeft waardering, ontzag zelfs, voor iemand die het zichzelf zo onbegrijpelijk moeilijk durft te maken bij het verwerven van eeuwige roem. Aan de andere kant maakt Burns korte metten met het kinderlijk opportunisme van de president, die maar al te vaak de rol van kameleon opzoekt, waar hij toch het liefst als trotse leeuw of als slimme vos zou worden beschouwd.

De zaak-Lewinsky was welbeschouwd van een extreme onbenulligheid. Man in de overgang valt voor aardige, pientere en aantrekkelijke jonge vrouw, die qua leeftijd zijn dochter had kunnen zijn en net als hijzelf worstelt met een autoriteitsprobleem. Het is een universeel thema van alle tijden; verdrietig voor veel betrokkenen, maar niet opzienbarend.

De aanpak van Hilde Eleveld en John Wanders in Clintons demonen is gelukkig weldadig nuchter. Zij relativeren dat het een lieve lust is, schetsen Clinton in zijn kleinheid én grootheid, verbazen zich over de hypocrisie van veel politici en commentatoren en zijn vooral op zoek naar te trekken lessen. Hoe iemand zoveel op het spel durfde te zetten voor wat instant-genot in een relatie zonder toekomst, vinden zij niet minder intrigerend dan de vraag hoe de pers zich zo kon laten meeslepen in een wedloop naar het onsmakelijkste detail en het nieuwste nieuwtje.

Bij hun ontleding van het schandaal dat de Verenigde Staten - en de rest van de wereld - zo lang aan de televisie kluisterde, schuwen Eleveld en Wanders een diepere analyse van het bredere culturele kader niet. Vanwaar toch dat uitzonderlijke fenomeen van extreme preutsheid gepaard aan het zeer direct en openbaar aan de kaak stellen van de meest intieme aspecten van privé-levens? Hoe raakt een volk zo geobsedeerd door seks? Al zeggen de auteurs het niet met zoveel woorden, hun conclusie is impliciet dat de argumenten in bijna elk debat dat in zo'n groot en snel en makkelijk communicerend land wordt gevoerd, welhaast vanzelf orkaankracht krijgen.

De cultuur is geënt op radicalisme. God en de mens houden elkaar in de gaten. Loopt er iets grondig fout, dan is er altijd de uitweg van loutering door openbare biecht. Durf om idealen en redeneringen door te zetten tot in hun uiterste consequenties, goten de opvarenden van de Mayflower hun nakomelingen met de paplepel in. Voeg daarbij de televisie als voor talloze mensen het enige venster op de wereld en het recept voor een met een sneltreinvaart doldraaiende discussie met een hoog gehalte van absurdisme is compleet.

'Seksueel McCarthyisme' riep in zijn extreemheid onmiddellijk een tegenbeweging op, die op haar beurt voorbijging aan pertinente vragen naar de betekenis van Clintons leugenachtigheid voor het presidentschap. Over dat laatste, eigenlijk het enige element in de affaire dat serieuze reflectie verdiende, wilde op het laatst bijna niemand het meer hebben. En voort ging Amerika, op weg naar de volgende emotionele crisis en catharsis.

Eleveld en Wanders schrijven vlot zonder oppervlakkig te worden. Zo ontstond een boek dat alleen in de pogingen tot verklaring van Clintons karakterfouten of -zwakheden even ontaardt in psychologie van de korte baan. Zijn jeugdervaringen - moeder Virginia werd geestelijk en lichamelijk mishandeld door haar alcoholische en jaloerse echtgenoot - dwongen Bill zijn persoonlijkheid te 'compartimenteren', dat wil zeggen op te knippen in stukjes die daarna altijd slecht met elkaar in gesprek zijn gebleven. Misschien, misschien; opportunisme kan ook met minder gegraaf in iemands jeugd worden uitgelegd.

Een andere verklaring die de auteurs ook noemen, is het simpele verschijnsel dat 'grote mannen' hun gevoel voor proporties dreigen te verliezen. Dit overtuigt meer. Het Witte Huis is al zo vaak het toneel geweest van seksuele avonturen dat we er in dit geval ook zonder jeugdtrauma van de president wel uitkomen.

De juridische kant van de zaak-Lewinsky komt uitvoerig aan bod in een gedegen studie van Richard Posner: An Affair of State. Volgens deze auteur, zelf rechter in een Court of Appeals, is de vraag of Clinton had moeten worden afgezet, eigenlijk nauwelijks objectief te beantwoorden. Wie de pogingen van Clinton tot het belemmeren (door te liegen) van de rechtsgang verabsoluteert, komt vanzelf bij afzetting uit.

Posner belicht ook een andere kant van de medaille. Wie vooropstelt dat het onderzoek van Kenneth Starr (de 'onafhankelijke onderzoeker') gebaseerd was op een partijdige uitleg van een 'idiote' wet, concludeert tot niet meer dan een berisping. Bovendien: mannen die hun slippertjes willen verhullen (en dus verkeren op het randje van paniek), maken rare bokkensprongen. Dat besef rechtvaardigt lang niet alles, maar misschien net genoeg om Clinton impeachment te besparen. Paula Jones had de president al hevig in het nauw gebracht, met deels erg vage en groezelige beschuldigingen, die alleen vanwege feilen van het rechtssysteem zo ver hadden kunnen worden doorgedreven. Daardoor mocht hij aanspraak maken op enige clementie.

Ook de manier waarop hij met 'Whitewater' was achtervolgd, een affaire die wat Clinton betrof meer draaide om gebrekkig zakelijk inzicht dan om corruptie, ziet Posner als een verzachtende omstandigheid. En waar Clinton ook over gelogen heeft, het waren toch zonden van een geheel andere orde dan de misdrijven waarover een man als Richard Nixon pertinente onwaarheid sprak.

Liegen over seks, hoe erg is dat? Posner citeert niet zonder instemming Arthur Schlesinger, die op een gegeven moment de president probeerde vrij te pleiten met de uitspraak: 'All gentlemen lie about their sex lives.' Per saldo vindt Posner dat de zaak redelijk goed is afgelopen. De grondwet heeft zich laten gelden, de Senaat is nog net niet (maar wel bijna) ontmaskerd als een lichaam dat verpolitiekt te werk gaat. Opvolging van Clinton door Al Gore in een troebele sfeer die de samenwerking tussen Democraten en Republikeinen voor vele jaren zou hebben bemoeilijkt, is Amerika bespaard gebleven.

Over de moraal van Clinton heeft Posner bij dit alles weinig goeds te melden. De als politicus eerst zo effectief optredende president heeft het door zijn instincten te volgen toch maar bestaan de hele wereld te laten gniffelen. De van grote idealen vervulde grote man bleek ineens o zo gewoontjes: l'homme moyen sensuel.

Burns en zijn co-auteur Georgia Sorenson leggen Clinton op een minder eenzijdig georiënteerde weegschaal. Zijn affaire met Lewinsky is in hun boek slechts een zijstraatje, een symptoom - maar helemaal zeker weten zij dat niet eens - van gecompliceerde karaktereigenschappen.

In Dead Center komt de president naar voren als iemand met enorme ambities en een open oog voor eigen tekortkomingen, maar met te weinig macht over zichzelf om het eigen talent te laten overwinnen. Wie werkelijk iets wil presteren, moet in de eerste plaats zichzelf in bedwang houden.

Noch Clinton, noch Gore is volgens dit boek van voldoende statuur gebleken om het centrum van de Amerikaanse politiek te verlaten, waar politici een speelbal zijn van de nukken van het land. Waar behaagzucht en visie strijden, verliest de laatste altijd. Aan de hand van allerlei voorbeelden (onder andere Clintons pogingen tot 'verzoening tussen de rassen') komen Burns en Sorenson tot het oordeel dat de president altijd veel te veel heeft geaarzeld om problemen bij de wortel aan te pakken. Daardoor liet hij steeds maar weer het gunstige getij verlopen..Dead Center is goed gevuld met feiten, maar stelt in uitleg enigszins teleur. Knuffelbeer Clinton - als mens een beetje verknipt, maar wat wil je met zo'n verleden en met zo'n vrouw - maakt ook in deze commentatoren de psychologen wakker. En die laatsten zijn (on)behoorlijk streng. De manier waarop Clinton zich drukte voor dienst in Vietnam (eerst zich vrijwillig melden, omdat daarmee uitstel van uitzending kon worden verkregen; daarna, toen hij gunstig geloot bleek te hebben voor de dienstplicht, zich toch maar als een regulier geval laten behandelen, erop gokkend dat hij de dans zou ontspringen), zien Burns en Sorenson als een voorbode van later gedraai.

Europese auteurs zouden vermoedelijk anders met deze kwestie omgaan. Het is heel Amerikaans om, zoals in dit boek gebeurt, alles op te hangen aan het patriottisch gehalte van Clintons habitus. Je leven veil hebben voor een foute oorlog (want dat vond Clinton) was op een bepaalde manier wel vaderlandslievend, maar allesbehalve rationeel, zeker in het licht van alles wat dertig jaar later over Vietnam bekend is.

Moest de jonge idealist die Clinton was, of dacht te zijn, zich werkelijk naar Vietnam laten sturen, omdat hij had moeten beseffen dat anders iemand met minder relaties en vermoedelijk een donkerder huidskleur zijn plaats zou innemen? De oorlog in Vietnam was in de praktijk inderdaad een 'armeluisoorlog'. Maar of dat betekent dat Clinton, omdat hij stiekem droomde van het hoogste ambt, alvast alle schuld op zich diende te nemen? Het moralisme van Burns en Sorenson op dit punt doet ouderwets, anachronistisch aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden