CLINTON IN AMERIKA; Hoe nieuw zijn de nieuwe leiders?

DE AMERIKANEN hebben veel goed te maken in Afrika, zegt president Clinton. Ten tijde van de Koude Oorlog heeft Washington te veel dictators de hand boven het hoofd gehouden in naam van de strijd tegen het wereldcommunisme....

WIM BOSSEMA

De nieuwe leiders spreken zelfverzekerd, ze zijn wars van westerse betutteling en ze spreiden een hernieuwd elan ten toon. Maar hoe nieuw zijn ze eigenlijk?

De meesten hebben een lange strijd gevoerd voordat zij aan de macht kwamen. De Ugandese president Museveni begon al in de jaren zeventig als guerrillaleider. Jerry Rawlings van Ghana pleegde zijn eerste coup in 1979. De Eritrese onafhankelijkheidsstrijd begon in de jaren zestig. De huidige machthebbers in Ethiopië komen eveneens voort uit een rebellenbeweging met een lange geschiedenis.

Eritrea en Ethiopië lopen niet voorop, eerder achteraan in Afrika. De dictatuur heeft langer geduurd, de landen hebben veel in te halen. De huidige staatsvorm in Eritrea heeft veel weg van een verlichte éénpartijstaat zoals vroeger bijvoorbeeld in Tanzania, dat zelf inmiddels is uitgegroeid tot een meerpartijendemocratie.

Museveni en Rawlings kwamen van de nieuwe leiders het eerst aan de macht. Hun model - een bewind met een linkse ideologie en een economisch beleid dat is geënt op de ideeën van het Internationaal Monetair Fonds - bestaat inmiddels al meer dan tien jaar.

Rond 1990 leek een andere 'nieuwe generatie' opgestaan: die van de democraten. De omwentelingen in Oost-Europa vervulden hen met hoop en enthousiasme: ook in Afrika moest de omverwerping van de dictaturen mogelijk zijn. De Amerikanen, de Fransen en de andere westerse landen juichten de nieuwe beweging toe, maar de grote democratische revolutie kwam niet van de grond.

De grote successen waren in de jaren negentig weggelegd voor de nieuwe revolutionaire leiders, de militairen. Geen van allen behoren ze tot de democratische burgerbewegingen. Ze hebben juist een moeizame verhouding tot onafhankelijke groeperingen. Museveni experimenteert met een geenpartijendemocratie. De Ethiopische president Zenawi probeert de etnische tegenstellingen te bezweren met een vorm van decentralisatie van de staat. In Rwanda maakte de genocide van 1994 en de overwinning van de Tutsi-rebellen die daarop volgde, een eind aan de prille democratisering.

De Amerikanen hebben gekozen voor de nieuwe leiders omdat zij aan de winnende hand zijn in heel Midden-Afrika en voor stabiliteit zouden kunnen zorgen. Daarom laat Clinton landen die wel echt democratiseren, zoals Mali, Tanzania en Mozambique, links liggen. Zij maken geen deel uit van een machtsblok en stellen economisch weinig voor.

Clinton laat een geheel nieuw geluid horen met zijn pleidooi voor respect voor de Afrikanen, een eind aan de arrogantie van het Westen en economische samenwerking op basis van gelijkwaardigheid, maar uiteindelijk dient zijn opmerkelijke reis de bouw van een nieuwe invloedssfeer. Dit keer gaat het niet meer om de machtsstrijd met Moskou maar om handel, want de VS zien nieuwe kansen voor Afrika met Zuid-Afrika als regionaal centrum van economisch bloei.

Het visioen van inspirerende betrekkingen tussen de VS en zelfbewuste handelspartners in Afrika, dat Clinton biedt als tegengif voor het pessimisme, werd al voor zijn vertrek naar Afrika verstoort door de leider van Congo-Kinshasa, Laurent Kabila. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Albright had hem bekritiseerd vanwege de voortgaande schendingen van de mensenrechten. Kabila reageerde met de opmerking dat hij Clinton in zijn gezicht zou zeggen dat hij zich met zijn eigen zaken moest bemoeien. Dat is wat te veel zelfbewustzijn naar de Amerikaanse zin.

De rol van Congo-Kinshasa is van grote symbolische betekenis. Clinton had ongetwijfeld het vroegere Zaïre van dictator Mobutu in zijn hoofd toen hij verklaarde dat de VS in het verleden wel eens de verkeerde figuren had gesteund. In Mobutu's roofstaat verrijkten de dictator en zijn vertrouwelingen zich schaamteloos in een klimaat van achterdocht, terreur, zwarte magie en willekeurig machtsmisbruik. Hij kon zijn gang gaan omdat hij zich gesteund wist door het Westen.

Kabila is misschien wel de minst nieuwe van de nieuwe leiders. Hij begon zijn carrière al in de jaren zestig. Tot eind 1996 leidde hij een obscuur bestaan in een verre uithoek van Zaïre. Op de golven van de opstand van de Banyamulenge-Tutsi's, gesteund door het Rwandese leger, kwam hij als nationale leider bovendrijven. Enige aantoonbare steun onder de bevolking had hij tot dan toe niet gehad.

Kabila's glans als verdrijver van Mobutu is het afgelopen jaar echter snel verbleekt. De verontrustende berichten stapelden zich op: massamoorden onder Hutu-vluchtelingen, obstructie van een VN-onderzoek, onderlinge gevechten tussen etnische eenheden van zijn losse militaire alliantie. Kabila verbood politieke bijeenkomsten van de oppositie en verbande oppositieleider Tshisekedi naar diens geboortedorp. Albright heeft alle reden om zich zorgen te maken over de vriendschap met Kabila.

Kabila is een buitenbeentje onder de nieuwe leiders. Toch toont de onenigheid tussen hem en Albright de zwakke plek van het Amerikaanse beleid: regimes die weinig democratie kennen, kunnen gemakkelijk vrienden worden voor wie je je ooit moet schamen.

Wim Bossema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden