Cliché killer

De foto's van Henk Wildschut nuanceren het drama dat aan clichéverhalen kleeft.

Met idealisme kom je nog eens ergens. In India bijvoorbeeld. In 1993 liep Henk Wildschut, 26 jaar oud en in opleiding voor psychiatrisch verpleegkundige, stage in een Indiaas ziekenhuis. Hij wilde ontwikkelingswerker worden en dit leek een stap in de goede richting. Maar al snel dacht hij: wat doe ik hier in godsnaam?


De Indiase verpleegkundigen bleken zo veel beter in het verplegen van Indiase patiënten dan hij, met zijn westerse blik en zijn westerse methoden. En ontwikkelingswerk? Wat was dat eigenlijk een jarenvijftigwoord. Na drie weken liet Henk Wildschut zijn stage voor wat-ie was en stapte op de motor om het land in te trekken en te fotograferen.


Inmiddels is Wildschut een documentairefotograaf, en misschien was hij dat altijd wel. Wie een tijdje met hem praat en luistert naar de verhalen die hij vertelt - dat doet hij graag en veel - ontdekt al snel een patroon.


Henk Wildschut (45) is een bevlogen en betrokken man, een man met principes en idealen en verwachtingen. Gewapend met die principes en idealen en verwachtingen begint hij aan allerlei projecten.


Hij gaat dus naar India om ontwikkelingswerker te worden. Hij reist naar het Franse Calais om de schrijnende leefomstandigheden van illegalen te onderzoeken. Hij krijgt van het Rijksmuseum in Amsterdam de opdracht om het onderwerp 'voedsel' te fotograferen (daar is hij op dit moment nog volop mee bezig) en neemt zich voor om eens een keer 'een lekkere activistische serie' te maken, zo'n fijn ongenuanceerd verhaal over de nadelen van onze huidige voedselvoorziening met de nadruk op drama.


Maar. Halverwege gaat dat soort projecten altijd anders dan gepland. De fotograaf begint te lezen. Hij spreekt mensen. Hij is aanwezig bij discussies en debatten, hij kijkt om zich heen. En dan komt het omslagpunt. 'Dan krijg ik een soort overview van mezelf', zegt Henk Wildschut. Dan is het alsof hij een stukje boven zichzelf en boven de situatie gaat zweven en dan denkt hij steeds: dit klopt niet. De situatie blijkt nooit zo zwart-wit of ideaal als hij van tevoren had gedacht.


Goedbedoelende westerse verplegers in India hebben een boel schade veroorzaakt aan bestaande medische structuren. De Afrikaanse, Indiase en Pakistaanse illegalen in Calais zijn niet louter zielig. De status van onze huidige voedselindustrie is het resultaat van een ingewikkeld en in elkaar grijpend systeem dat op geen enkel moment alleen maar goed of alleen maar slecht is. Hij bedoelt maar: er is altijd een andere kant.


Idealisme maakt plaats voor realisme. En dat is het punt waarop Henk Wildschut, wiens verzamelde werk vanaf aanstaande zondag te zien is in Museum Jan Cunen in Oss, begint met fotograferen. Dan komt hij tot een project als Shelter, waaraan hij op en af vijf jaar werkte. Op objectieve en geconcentreerde wijze verhaalt die fotoserie over de humane aspecten van een illegaal tentenkamp in een bos bij Calais, waar (vooral) jongemannen eindeloos wachten tot ze de oversteek kunnen maken naar Engeland, in de hoop daar een nieuw bestaan op te bouwen.


Op de foto's van Wildschut zijn die illegalen zelf nauwelijks te bekennen. Slechts de kleurige tentjes die ze bouwden van zeil, vrolijk gekleurde dekens en plastic zakken tussen de kale takken zijn te zien (Wildschut fotografeerde er vooral 's winters, wanneer er geen uitzichtbelemmerende blaadjes aan de bomen zaten) en hier en daar een netjes onderhouden interieur. Het oogt allemaal heel sec, helder en relativerend. Illegaliteit, was dat niet iets heel ergs?


'Shelter gaat niet over het drama van die mannen', zegt Wildschut. Drama zien we al genoeg in de media, waar illegalen volgens hem maar op twee manieren kunnen worden afgeschilderd: als deerniswekkende stakkers of als berekenende profiteurs. Zwart of wit.


'Deze serie gaat juist over individuele kracht, over de mens áchter de illegaal. Moet je kijken: zo'n hut waar de dekentjes keurig werden opgevouwen en de jassen aan haakjes hangen. Dat ontroert me. Die jongens zijn ook gewoon opgevoed door een moeder.' Dat soort veelzeggende details wil Wildschut belichten, zonder te oordelen en zonder zijn publiek een gevoel van medelijden met die arme illegalen op te leggen.


Wat hij dan wil? 'Mensen laten nadenken over hun eigen vooroordelen.' Hij wil met zijn objectieve, genuanceerde beelden reageren op de dramatische clichébeelden die je al zo vaak hebt gezien in kranten en op de televisie. Daarom kiest Wildschut graag onderwerpen uit waarvan al een breed gedragen beeld bestaat, waar al een soort maatschappelijk oordeel over is geveld: dit is goed en dat is fout.


'Mijn werk bestaat bij de gratie van voorkennis. Mensen moeten al een bepaald idee hebben over het onderwerp. Shelter had geen enkele zin gehad als niemand ooit van Calais en het illegalenprobleem had gehoord en er een voorgevormde mening over had gehad. Dan had mijn fotografie veel uitgesprokener moeten zijn, had ik misschien juist wel het drama moeten opzoeken.'


Voor het gemak rekent Wildschut zichzelf tot zijn eigen publiek. Hij herkent de vooringenomenheid ten opzichte van die grote thema's, hij heeft die vooringenomenheid zelf ook.


Als kind was hij doodsbang voor groepjes mannen, voor de rauwheid, de dreiging die ervan uitging. Het maakte dat hij jaren later, gewapend met zijn camera, de confrontatie aanging met die groepen. Hij trok de haven van Amsterdam in, op zoek naar stoere, noeste arbeiders - maar zijn lens ving eigenlijk alleen maar schuchtere havenwerkers.


In 2001 betrad hij samen met collega Raimond Wouda het Indiase asbestschip Sandrien, dat voor anker lag in Amsterdam en nooit meer terug zou varen, een tanker vol mannen uit India en Pakistan. Terwijl Nederland allang en breed weer andere hypes najoeg, bleven hij en Wouda anderhalf jaar lang vastleggen wat er op het schip gebeurde. Wildschut vertaalde de abstracte afstandelijkheid van die groep onbekende en onbeminde mannen naar een menselijke maat door middel van onpartijdige, maar tedere portretten.


'Met elk project word ik minder naïef', zegt hij. Elk project betekent een ommezwaai van wat hij dacht zeker te weten, een afrekening met clichés.


Maar niemand is ooit honderd procent consequent. Ook Henk Wildschut niet. Er zijn momenten waarop hij clichés nodig heeft, omdat het beeld daar beter van wordt. In 2004 monsterde Wildschut, in opdracht van het Amsterdamse Scheepvaartmuseum, aan op een vrachtschip dat met een lading zout naar New York vertrok.


Ja, dacht de fotograaf, nú ga ik het meemaken: de echte zeemansromantiek van naar oceaan ruikende mannen en elke avond porno kijken in de kajuit. Benen op tafel, biertje erbij. Maar: 'Niets daarvan.' Hij klinkt nog steeds teleurgesteld. 'Ze hadden niet eens tatoeages.' Het leven aan boord van het schip was één grote Groundhog Day: elke dag hetzelfde. Het uitzicht was saai en de zeemannen zaten liever thuis. Uit pure verveling richtte hij zijn camera op de zee. Hij ging in zijn eentje in de kajuit zitten bier drinken. En hij tekende met viltstift zelf een anker op de spierbal van een zeebonk. Soms, heel soms, moet je clichés een beetje omarmen.


Henk Wildschut: Solo. 3/2 t/m 25/8 in Museum Jan Cunen, Oss. Het boek kost € 17,95.


Overstekende olifanten


In 1993 reisde Henk Wildschut op de motor door India. Hij had zijn camera met zwart-witrolletje op de brandstoftank gemonteerd en fotografeerde zo alles wat hij de moeite waard vond: overstekende olifanten, mensen langs de weg, het landschap. Hij maakte portretten, als een dorpsfotograaf. Die eerste fotoserie werd tot zijn grote verbazing als portfolio afgedrukt in het fotografieblad Focus. 'Ik weet het nog precies: ik kwam terug van de nachtdienst als verpleegkundige en werd gebeld: of ik geïnterviewd wilde worden, ik was toch onlangs afgestudeerd aan de kunstacademie in Den Haag? Nee, zei ik. Ik moet nog beginnen.'


'Mijn werk is niet alleen voor het kunstpubliek'


'Het is niet per definitie zo dat documentairefotografie in een museum moet hangen. Dat was in elk geval nooit mijn doel. Mijn werk heeft een aantal stadia doorlopen. Het is geplaatst in tijdschriften, in kranten, het is tentoongesteld als documentaireprojecten en nu hangt het in een museum voor beeldende kunst. Dat is een fijne bijkomstigheid, maar ik waak ervoor dat mijn werk alleen nog bedoeld is voor het kunstpubliek.


'Ik ben een verhalenverteller. Mijn foto's hebben een context nodig en die is voor elk medium weer anders. In een tijdschrift vertel ik een ander verhaal dan in het museum. Deze tentoonstelling geeft een overzicht van mijn werk, maar niet van ál mijn werk. Ik wilde per se niet alleen maar 'de highlights van Henk Wildschut' laten zien.


'Ik wil een nieuw verhaal vertellen, afhankelijk van de ruimte van het museum. En ja, daarvoor heb ik me soms laten leiden door museale overwegingen. Hier en daar heb ik de foto's een beetje - niet helemaal! - losgeweekt van hun oorspronkelijke context. De meest museale opstelling is die waarin je drie monumentale foto's van de oceaan ziet en een video van een bord soep dat danst op de golven. Ik hoop dat mensen een gevoel van eenzaamheid krijgen als ze dat zien.'


1993 - 1997


KABK Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, Den Haag


2003


boek: Sandrien, met Raimond Wouda


2004


Man at Sea, Scheepvaartmuseum, Amsterdam


2010


boek: Shelter


2011


Dutch Doc Award


Photo Kees Scherer Prijs, beste fotoboek 2009/2010 voor Shelter


2012


opdracht voor Document Nederland: Voedsel


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden