Claustrofobisch

Je kunt een oorlog op veel manieren verfilmen, maar geen een film doet het zoals Lebanon. Vrijwel de gehele speelduur van 93 minuten zitten we met de hoofdpersonages, vier Israëlische soldaten die anno 1982 Libanon binnenvallen, opgesloten in hun tank. Beelden van buiten dringen de film voornamelijk via het vizier binnen. Een auto die recht op de tank afrijdt, in paniek rondrennende burgers, een aan flarden geschoten ezel: de wereld wordt steeds getoond via die op dood en vernietiging ingestelde blik. Een nog volkomen onervaren jongen moet de trekker overhalen en raakt tijdens de eerste aanval compleet verlamd door wat hij ziet.

De film, waarmee regisseur-scenarist Samuel Maoz zijn eigen oorlogstrauma probeerde te verwerken, mag soms een tikje bombastisch of sentimenteel zijn, de verschrikkingen van de oorlog komen via dat benauwende perspectief extra hard aan. Razend knap hoe Maoz met duistere, klamme beelden en een voortreffelijke geluidsontwerp zorgt dat de claustrofobische sfeer onmiddellijk op de toeschouwer overslaat. Het is typisch zo'n film die bijna zelf gaat zweten en stinken, zo zintuiglijk als er met cameravoering, montage en geluid wordt omgesprongen. En dan doet het er helemaal niet toe of een tank in het echt van binnen net zo kraakt, schuurt en piept; onontkoombaar realisme, zo blijkt ook in Lebanon, is altijd een kwestie van stijl. Lebanon won terecht de Gouden Leeuw op het Filmfestival van Venetië, en Maoz werd tijdens de European Film Awards van 2010 geëerd als de ontdekking van het jaar.

'Je hebt het gevoel dat je in een tank zit, maar er is geen tank. Als je goed oplet, zie je alleen maar close-ups. Ik geef je 20 procent van de tank en de rest komt voort uit je verbeelding'

Regisseur Samuel Maoz in een interview met whatculture.com.

Lebanon (Samuel Maoz, 2009)

Arte, 22.05-23.35 uur.

Tournée

(Mathieu Amalric, 2010). De Fransman Amalric is hier vooral bekend door zijn hoofdrol in The Diving Bell and the Butterfly (2007), en als James Bond-slechterik in Quantum of Solace (2008). Eigenlijk is hij een te goed acteur voor Tournée, zijn derde lange film als regisseur. Elke scène steelt hij, als de verlopen manager Joachim, die bij iedereen zijn krediet heeft verspeeld en zijn hoop vestigt op een nieuw, vanuit de VS naar het Franse clubcircuit gebracht burlesk dansgezelschap. Echte danseressen zijn het, ook buiten de film. Grof, kleurrijk en overmatig getatoeëerd. Zéér overtuigend op het podium, maar in de meer verhalende filmscènes zeker drie niveaus onder Amalric acterend. Het maakt de roadmovie Tournée een ongemakkelijk speelfilmhuwelijk. Saai is het zeker niet, als filmervaring, wel onbevredigend.

Arte, 20.15-22.05 uur.

Shine

(Scott Hicks, 1996). Intrigerende filmbiografie over David Helfgott, een jongen die door zijn goedwillende maar tirannieke vader (een Poolse Jood die Auschwitz overleefde) tot klavierleeuw wordt gedrild en daar als volwassene aan onderdoor gaat. Al te dicht bij de feiten blijft Hicks niet en je kunt de film ook gemakkelijk van grootse gebaren en effectbejag betichten - alleen al vanwege de manier waarop Rachmaninovs derde pianoconcert wordt ingezet. Ook de acteerprestatie van Geoffrey Rush, die Helfgott als volwassene vertolkt, zal niet voor elke toeschouwer een plezier zijn om naar te kijken: volgens de een speelt hij vol passie en overtuigingskracht, volgens de ander juist akelig gemaniëreerd. Aan zijn pianospel zal het in elk geval niet liggen. Rush wilde per se geen vervanger tijdens de muziekscènes en vervolgde de pianolessen die hij als puber had gestaakt.

BBC1, 1.00-2.40 uur.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden