Clanbelang gaat boven alles in Kosovo

Wie ziek wordt op het Kosovaarse platteland, gaat met een flink deel van zijn maandloon naar de apotheek. In Kosovo zijn zo weinig medicijnen dat alleen de hoogste bieder wat krijgt....

Van onze verslaggeefster Leen Vervaeke

Wie zwanger is in Kosovo en het zich kan veroorloven, gaat voor de bevalling naar Macedonië. In het slecht uitgeruste ziekenhuis van de Kosovaarse hoofdstad Pristina bevallen vrouwen liever niet.

Wie in Kosovo naar de lagere school gaat, krijgt les in ploegendienst. Er zijn onvoldoende klaslokalen en leerkrachten om alle leerlingen samen les te geven.

‘Afrikaanse toestanden zijn het’, zegt Lode Vanoost, als hij de bovenstaande situaties beschrijft. Toch doen die toestanden zich voor op amper 1.500 kilometer van Nederland, in Kosovo, een Servische provincie met een hoofdzakelijk Albanese bevolking. Vanoost, een Belgische oud-parlementariër, werkt er voor de Organisatie voor de Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), die in Kosovo de vorming van democratische instellingen ondersteunt.

Vandaag gaan Kosovaarse en Servische delegaties naar Wenen, voor een nieuwe onderhandelingsronde over de toekomstige status van Kosovo. In die onderhandelingen gaat het puur om politiek. ‘Maar wie gewone mensen in Kosovo vraagt waarom ze onafhankelijkheid willen, krijgt vooral economische motieven te horen’, zegt Vanoost. ‘De mensen willen welvaart, een betere toekomst voor hun kinderen. Die denken ze te krijgen door onafhankelijkheid.’

Kosovo is altijd het armste deel van Joegoslavië geweest. Door de vernielingen tijdens de oorlog in 1999 is dat nog erger geworden. Volgens een rapport van de Wereldbank uit 2005 is 40 procent van de bevolking werkloos en leeft 37 procent in armoede (minder dan 1,42 euro per dag).

‘Er wordt bijna niets geproduceerd in Kosovo’, zegt Vanoost. ‘Je kunt er alles kopen: tv’s, koelkasten, noem maar op. Maar je moet maanden geduld hebben, want alles wordt geïmporteerd. En je moet geld hebben, maar dat hebben de meeste Kosovaren niet. De lonen zijn zeer laag; de meeste Kosovaren overleven dankzij familieleden in het buitenland.’

‘Ook stromend water en elektriciteit zijn een probleem. In mijn appartement heb ik de helft van de tijd geen stromend water en twee tot drie keer per week een paar uur geen elektriciteit.’

Sinds 1999 hebben internationale instellingen meer dan 5 miljard euro in Kosovo geïnvesteerd. Die donaties werden gebruikt voor de heropbouw van huizen, wegen, scholen, ziekenhuizen en van de economie, maar van dat laatste is nog weinig te merken. Dat komt deels door de politieke instabiliteit: de Kosovo-Albanezen willen al acht jaar onafhankelijkheid, wat door de Serviërs wordt tegengehouden. Maar voor een deel komt het ook door een gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel, zowel bij de Kosovaarse burgers als bij de leiders.

‘In het Westen wordt altijd de interne solidariteit onder de Kosovo-Albanezen overschat’, zegt Vanoost. ‘Er is in Kosovo geen gevoel van: Kom, we gaan er met zijn allen tegenaan. Er heerst een zeer sterke clangebondenheid. Je zorgt dat je clan of je dorp het goed heeft; wat daarbuiten gebeurt, dat zal je worst wezen. Ook de politieke leiders verdedigen vooral de belangen van hun clan. ‘Algemeen belang’ is een concept dat men daar niet kent. Sommige politieke leiders willen daar verandering in brengen, maar die hebben geen aanhang omdat ze niet volgens de regels van de clan werken.’

‘Er is ook geen enkel respect voor de openbare ruimte. Binnen bij de mensen is het zeer netjes, maar buiten is alles vuil. Een goede manier om te zien dat je een dorp nadert, is als het vuil zich langs beide kanten van de weg begint op te stapelen.’

De Kosovo-Albanezen richten hun hoop op de onafhankelijkheid: die moet een einde maken aan de politieke en economische malaise. Geen vreemde redenering, want dat is wat ze steeds horen van de Kosovaarse overheid – een overheid onder VN-bestuur, geadviseerd door de OVSE – die alles wat er fout gaat, wijt aan het feit dat Kosovo niet onafhankelijk is.

‘Maar onafhankelijkheid zal dan wel een stap vooruit zijn, het is geen kant en klare oplossing’, zegt Vanoost. ‘Kosovo zal er politiek stabieler door worden, maar dat is op zich nog geen economische motor. Er zullen nog veel inspanningen moeten geleverd om buitenlandse investeerders aan te trekken. Er zullen garanties gegeven moeten worden dat geld dat de overheid krijgt niet verdwijnt in de zakken van louche belangengroepen.’

Voor veel Kosovo-Albanezen kan de onafhankelijkheid aanvankelijk zelfs negatief uitpakken. ‘De aanwezigheid van de internationale instellingen brengt 6.000 directe en 10.000 indirecte arbeidsplaatsen met zich mee. Relatief goedbetaalde banen: een chauffeur bij de OVSE verdient 600 euro, terwijl een directeur van een ministerie 300 euro verdient. Een schoonmaakster van een gemeentehuis moet het doen met 60 tot 70 euro per maand.’

Vanoost vreest dat de onafhankelijkheid ‘een grote desillusie’ zal worden. ‘De enige oplossing is dat de EU er de Kosovaarse onafhankelijkheid door krijgt en dan voor de hele Balkan, Servië incluis, een economisch programma bedenkt dat perspectief biedt op toetreding tot de EU.’

Een werk van vele jaren, maar de Kosovaren zijn ongeduldig. Ze hebben grote verwachtingen, aangezwengeld door hun politici. Vanoost: ‘Nu onafhankelijkheid, over 25 jaar welvaart, dat is nu eenmaal geen populair politiek programma.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden