'Claim Indonesiërs is redelijk'

Civielrechtelijke haalbaarheid van claim bewoners Rawagede niet groot geacht...

Van onze verslaggever Cor Speksnijder

AMSTERDAM De juridische haalbaarheid van een financiële claim wegens een moordpartij die Nederlandse militairen tijdens de politionele acties in een Indonesisch dorp hebben aangericht, is niet groot. Dat zegt de hoogleraar straf-en procesrecht Geert-Jan Knoops over het aansprakelijk stellen van de Nederlandse staat door tien Indonesische nabestaanden van de slachtoffers.

Hun advocaat Gerrit Jan Pulles verlangt compensatie en excuses voor het leed dat hun is aangedaan door het doodschieten van familieleden in 1947. Pulles stuurde deze week een brief aan vier ministeries waarin hij de Nederlandse staat aansprakelijk stelt voor de materiële en immateriële schade die de bewoners van het Javaanse dorp Rawagede hebben geleden.

Bij een aanval van het Nederlandse leger zouden 431 dorpelingen zijn omgebracht. Ze werden bijeengedreven, op een rij gezet en geëxecuteerd.

Pulles stelt dat de nabestaanden door de dood van de mannen hun bron van inkomsten verloren en dat zij geestelijk zijn beschadigd. De bewoners van Rawagede hebben sindsdien geïsoleerd en in armoede geleefd. Rechtshulp was voor hen onbetaalbaar, totdat ze via het Comité Nederlandse Ereschulden met Pulles in contact kwamen.

Knoops ziet obstakels bij de civielrechtelijke haalbaarheid van een claim, onder meer omdat voor dergelijke claims een verjaringstermijn van twintig jaar geldt. Ook zal het na zestig jaar moeilijk zijn de schuld te bewijzen van individuele militairen, van wie het handelen aan de staat kan worden toegerekend.

Maar Knoops meent dat er wel een ‘rechtspolitieke grondslag’ is om de bewoners van Rawagede excuses aan te bieden en financieel te compenseren. Volgens hem heeft de Nederlandse staat verantwoordelijkheid geaccepteerd toen minister Ben Bot (Buitenlandse Zaken) in 2005 zijn ‘diepe spijt’ uitsprak over de ‘pijnlijke en gewelddadige wijze, waarop de wegen van Nederland en Indonesië (...) als gevolg van het toenmalige Nederlandse optreden, zich hebben gescheiden.’

Knoops: ‘Wie a zegt, moet ook b zeggen. Hier past een gebaar op grond van het rechtsbeginsel van redelijkheid en billijkheid. Het kan gaan om een symbolisch gebaar, het hoeven geen gigantische bedragen te zijn.’

Pulles waagt zich niet aan voorspellingen: ‘Als er een gesprek komt met de regering hoop ik dat de zaak kan worden opgelost. Komt dat gesprek niet, dan stap ik eind dit jaar naar de rechtbank en begin ik een procedure. We hebben goede argumenten.’

De advocaat verweert zich bij voorbaat tegen een beroep op verjaring. Hij stelt dat in het internationale en het Nederlandse recht is aanvaard dat voor een misdrijf zoals in Rawagede heeft plaatsgehad (volgens Pulles een oorlogsmisdaad) geen verjaringstermijn geldt. Dus claims die gebaseerd zijn op dergelijke misdrijven zouden volgens hem ook niet behoren te verjaren.

Met welke bedragen zijn cliënten genoegen zullen nemen, kan Pulles nog niet zeggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden