Cito-toets?

Over een maand maakt driekwart van de leerlingen in groep 8 van de basisschool de Cito-toets. Het geldt als hulpmiddel in de keuze voor het voortgezet onderwijs....

G. W. Meijnen, hoogleraar onderwijssociologie aan de Universiteit van Amsterdam: 'Dat is wel de trend om dat te doen, ja. Het past in de algemene strategie van de overheid om scholen op hun uitkomsten te beoordelen. De vraag is alleen: welk instrument gebruik je? En die individuele Cito-toets is hiervoor eigenlijk niet geschikt. Scholen kunnen er bijvoorbeeld toe besluiten hun slechte leerlingen niet mee te laten doen, of hun klassen extra voor te bereiden. Daarom kun je beter de kwaliteit van scholen extern toetsen. We weten nu niet wat goede en slechte scholen zijn. Maar het komt er uiteindelijk op neer dat de opbrengsten goed moeten zijn. Of je nou linksom of rechtsom gaat, de uitkomsten tellen.'

Rob Houtenbos van Wolters-Noordhoff, dat het boekje Tiptoets uitgeeft ter voorbereiding op de Cito-toets: 'De Cito-toets is een indicatie van het eindniveau van de leerlingen van de basisschool. Maar je moet een meetinstrument hebben om de toegevoegde waarde van een school te meten, aan de hand van het verschil tussen het niveau van leerlingen als ze op school komen en als ze eraf gaan. Dan zou een school in Amsterdam nog wel eens beter uit de bus kunnen komen dan eentje in Wassenaar. Wij hebben Tiptoets vooral uitgegeven als een stukje handig gereedschap voor leerkrachten en scholen, omdat we weten dat velen van hen nu met oude Cito-opgaven werken. Een gaatje in de markt, dus.'

Anneke Welsch in Hoofddorp, moeder van zoon Joep in groep 8: 'Ik las vanmorgen dat scholen zich met een boekje op de Cito-toets kunnen voorbereiden, om er zo goed mogelijk uit te springen. Dat vind ik waardeloos! Zo'n score zegt niets over het probleemoplossend vermogen van een kind. Maar aan mij heeft u niets, want mijn kinderen zitten op een montessorischool en daar doen ze geen Cito-toets. Joep deed vorig jaar al een toets, waarin juist de aanleg van een kind worden bekeken, in plaats van wat iemand al geleerd heeft, zoals bij de Cito-toets.'

H. de Waard, directeur van basisschool Den Deyl in Wassenaar: 'Een school die iemand met veel inspanning van mavo- naar havo-niveau weet te tillen, kan veel beter zijn dan een school die mensen op havo-niveau laat steken. Er is ook wel angst van scholen in Wassenaar voor het gebruik van zulke cijfers. Want ouders vergelijken niet met bijvoorbeeld Leiden, maar met andere scholen in Wassenaar. En het ene jaar kan minder uitpakken dan een ander jaar. Maar je bent natuurlijk altijd blij als je goed scoort, daar wil ik wel eerlijk in zijn.'

Edwin Kooren, leraar groep 8 van basisschool de Woonstede in Den Haag: 'Nee, een goede of slechte school kun je er niet aan aflezen, maar we vinden de toets wel belangrijk. We kijken altijd naar de cijfers, bijvoorbeeld om te zien of we in een vak laag scoorden. Een paar jaar geleden deden we het slecht met rekenen. Toen hebben we een andere methode aangeschaft en sindsdien scoren we hoog. We vergelijken ook de cijfers met die van zes scholen in de buurt, om te kijken of er opvallende verschillen zijn.'

Jaap van der Aa, wethouder onderwijs in Amsterdam, zette alle scholen aan mee te doen met de Cito-toets: 'We gebruiken de resultaten wel om de prestaties van de scholen te verbeteren in de richting van het landelijk gemiddelde. In die zin is het een belangrijk meetinstrument. Als we bij vergelijking van de resultaten zien dat een school achterblijft en daar niets aan doet, kan ze worden gekort op het onderwijsgeld. Maar de score van de toets is van zoveel andere factoren afhankelijk, van de kwaliteit van de leerkracht, de organisatie van de school, en de beginsituatie van leerlingen, dat je niet op basis hiervan kunt zeggen dat een school goed of slecht is. Voor de vergelijking van het niveau van de leerlingen zien we meer in het leerling-volgsysteem, waarbij de leraar gedurende de gehele basisvorming jaarlijks drie keer het niveau en de vorderingen van een leerling peilt.'

Arda Bol, voorzitter Lobo, een oudervereniging voor bijzonder onderwijs en lid van de raad van bestuur van het Cito: 'Het huidige beleid van het ministerie van Onderwijs geeft er wel aanleiding toe, en ik vind dat jammer. De bewindsvrouwe heeft nogal de neiging de kwaliteit van de scholen te vergelijken op basis van de eindcijfers. Dan krijg je dat scholen hun leerlingen extra gaan prepareren op die toets en dan verliest hij zijn waarde. Dan worden niet meer de leermogelijkheden van het kind getoetst, maar de vraag hoe goed een leerling een toets kan maken.'

Teun, leerling groep 8 van de Haanstraschool in Leiden: 'Nee, het is niet goed om van die Cito-resultaten bij elkaar een rapportcijfer voor de school te maken. Sommige kinderen kunnen gewoon niet zo goed leren. Je kunt er wel een beetje aan aflezen. Maar als iemand echt slecht les geeft weer niet. Nee, we zijn nog niet met de voorbereiding begonnen. Of ik al zenuwachtig ben? Gaat wel.'

Robin Gerrits

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden