Citaten Harry Mulisch

'Ofschoon ik een grondige hekel had aan zelfingenomenheid, ontveins ik mij niet, dat ik vaak zeer onder de indruk was als ik aan mijzelf dacht. Iemand als ik kwam niet alle dagen voor, om het zacht uit te drukken. Als ik aan andere mensen dacht, moest ik wel eens lachen.' (De pupil, 1987)

-


'Ik was achttien, toen er gebeld werd.' (Voer voor psychologen, 1961)


-


'Ja, ik kan natuurlijk me de deur in huis vallen en beginnen met een zin als: ¿De telefoon ging¿. Wie belt wie? Waarom? Het moet iets belangrijks zijn, anders zou het dossier daar niet mee openen. Spanning! Actie! Maar zo kan het dit keer niet. In tegendeel. Eer hier nu iets tot leven kan komen, is het noodzakelijk dat wij beiden ons door inkeer en gebed voorbereiden.' (De procedure, 1998)


-


'Wie meningen heeft, is niet zozeer een romanschrijver als wel nog steeds een romanfiguur. En romanfiguren zijn de abominabelste schrijvers ter wereld.' (Voer voor psychologen, 1961)


-


'In mijn aderen stroomt even weinig autochtoon Nederlands bloed als in die van het Nederlandse staatshoofd, namelijk geen enkel bloedlichaampje. Afgezien er van dat de koningin blauwe bloedlichaampjes heeft en ik rode - zo'n vijfentwintig biljoen - zijn het bij haar voornamelijk Duitse en een aantal Russische lichaampjes, bij mij Duitse en Oostenrijks-Hongaarse, en zo men wil, joodse - ofschoon de joden destijds nog geen 'eigen land' hadden, alleen een 'beloofd land'. (Het zevende land, 1998)


-


'Tachtig ben je voor de anderen. Je hebt mensen die op hun kindertijd terugkijken als op iets wat totaal voorbij is. Heb ik niet. Je verandert natuurlijk, maar dat wat verandert, verandert niet. Dit is een hegeliaanse paradox, dus het is vermoedelijk waar. Al ben je anders, je bent nog steeds dezelfde.' (interview met Arjan Peters, Volkskrant, 26 juli 2007)


-


'Een trompet en een trom en een boek en een piestool en een dennuboom.' (verlanglijstje Kerstmis 1933)


-


'In een wereld vol oorlog, hongersnood, onderdrukking, bedrog, verveling, wat is daarin - afgezien van de eeuwige onschuld der dieren - een beeld van de hoop? Een moeder met een pasgeboren kind op haar arm? Maar het kind eindigt misschien als een moordenaar, of als een vermoorde, zodat het hoopvolle beeld alleen een voorafschaduwing was van een pietà: een moeder met haar pasgestorven kind op haar schoot. Nee, het beeld van de hoop is iemand die langskomt met een muziekinstrument in een foedraal.' (De ontdekking van de hemel, 1992)


-


'Je hebt mensen die boeken lezen om iets te herkennen. Daar lees ik geen boeken voor, want dat leven heb ik thuis ook al. Ik wil juist paf staan en denken: zoiets heb ik nog nooit gezien of gedacht. (openbaar interview in de Balie, Amsterdam, 1998)


-


'Dit boek bestaat gedeeltelijk uit een verzameling van de verschillende populaire publicaties die er op het gebied van de atoomtheorie verschenen zijn. Aangezien ik vond dat het hier en daar wat te ingewikkeld, of te oppervlakkig was, heb ik gemeend een boekje te moeten samenstellen dat door iederen leek, die lezen en zijn verstand gebruiken kan, te begrijpen is. (voorwoord bij 'Moderne atoom-theorie voor iedereen', manuscript zomer 1942)


-


'Een mens werkt, vrijt, slaapt, eet - en overal op aarde wordt inmiddels alchemie bedreven met de dertien letters van zijn naam.'


(Het stenen bruidsbed, 1959)


-


'Literair gezien behoort de wereldgeschiedenis tot het genre tragische spookverhalen.' (lezing 'Een spookgeschiedenis', 1993)


-


'Ja, dat zijn zo van die dingen. Waarover men niet spreken kan, moet men zingen.' (Hoogste tijd, 1985)


-


'Nog weer later, toen hij eindexamen had gedaan en korte tijd veel dacht en deed, toen onderkende hij ook de mensen die nooit aan hun naam toe waren gekomen; en andere, die ver boven de hunne uitstegen. En hij dacht; de sprong uit de naam, daar is het om te doen, de sprong in een nieuw en hoger veld van mogelijkheden: in een nieuwe naam¿' (archibald strohalm, 1951)


-


'Ook al voordat de catastrofe plaatsvond, had Anton de naam 'Buitenrust' niet opgevat als de rust van het buitenzijn, maar als iets dat buiten de rust was , - zoals 'buitengewoon' niet op het gewone van het buitenzijn slaat (en nog minder op het buiten wonen in het algemeen), maar op iets dat nu juist niet gewoon is.' (De aanslag, 1982)


-


'Wat het acteren betreft noemen wij hier Harry Mülich, die van zijn rol als baron de Ville Noir waarlijk iets bijzonders maakte.' (recensie van de operette 'Monte Carlo', in de Provinciaalse Overijsselse en Zwolse Courant, 23 november 1948)


-Mulisch: 'Vind je dat de stand van de beschaving wordt bepaald door de mate waarin de technologie en de wetenschappen voortschrijden?' Hermans: 'Maar dat is toch zo duidelijk als ik weet niet wat?' Mulisch: 'Maar het gaat toch om de manier waarop de mensen met elkaar samenleven?' (twistgesprek tussen W.F. Hermans en Harry Mulisch, in Haagse Post, 26 november 1969)


-


'Ik geef toe, wonder,/ wonder is een groot woord.// Maar jij, waarom zo bang/ voor grote woorden?' (uit Wat poëzie is, 1978)


-


'Niet alleen wist Eichmann niet wat hij deed, toen hij zijn slachtoffers bij honderdduizenden naar de gaskamers transporteerde, hij wist in zekere zin zelfs niet, dat hij iets deed. Ik spreek nu niet over 'toerekeningsvatbaarheid' of iets in die trant- dat zijn kleine begripjes van kleine rechtertjes voor kleine ploertjes.' (De zaak 40/61, een reportage, 1962)


-


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden