Circus Granz grossierde in spierbundels en krachtpatsers

DE BEZOEKERS van het allereerste Jazz at the Philharmonic-concert, op zondagmiddag 2 juli 1944 in Los Angeles, konden zich na afloop met recht bekocht voelen....

BERT VUIJSJE

Ze waren geen van allen verschenen, misschien wel omdat Granz niet meer wilde betalen dan het door de vakbond vastgestelde minimumhonorarium. Het was tenslotte een 'liefdadigheidsconcert' ten bate van een groepje Mexicaanse jongeren die na de zoot suit riots in de San Quentin-gevangenis waren beland.

Toch bleek het belangrijkste goede doel achteraf de bankrekening van Norman Granz. Pianist Nat 'King' Cole, trombonist J.J. Johnson, saxofonist Illinois Jacquet en gitarist Les Paul hadden zich wèl door Granz laten contracteren, en hun spontane jam-sessie in het Philharmonic Auditorium werd het begin van zijn miljoenenfortuin.

Vanaf 1946 maakte Granz jaarlijks onder het motto Jazz at the Philharmonic een zeer profijtelijke tournee langs concertzalen in heel Amerika. In de jaren vijftig breidde hij zijn territorium uit met Europa, Japan en Australië. Op den duur nog winstgevender waren de grammofoonplaten die Granz van zijn JATP-concerten uitbracht. De eerste was How High The Moon, afkomstig van een later concert, maar vooral The Blues, Part II van 2 juli 1944, met de torenhoog gillende tenorsaxofoon van Illinois Jacquet, werd een kolossale hit.

Vijftig jaar na dato is Jazz at the Philharmonic definitief opgenomen in de erehemel van de jazzgeschiedenis. Toch werd er destijds bepaald niet unaniem juichend over geoordeeld. Het Nederlandse jazzblad Rhythme schreef in 1956 verontwaardigd over 'op sensatie afgestemde wanklanken, die met de naam waaronder zij gebracht worden - JAZZ at the Philharmonic - weinig meer van doen hebben'.

In het programma-album van een Nederlands JATP-concert uit de vroege jaren vijftig putte Johnny James (pseudoniem van John Vis) zich zelfs uit in excuses: 'Vele van de deelnemende JATP-musici laten zich door het publiek verleiden tot het spelen van cliché-show-effecten. Men kan het een Illinois Jacquet moeilijk kwalijk nemen wanneer hij flageolet blaast. U kunt er verzekerd van zijn dat een dergelijke speelwijze hem persoonlijk niet bevredigt! Het zgn. sensatie-blazen heeft nu eenmaal bij het overgrote deel van het auditorium meer succes dan het spelen van goed geéspireerde soli. Critiek is vrij gemakkelijk, maar geld verdienen voor de musici nog méér noodzakelijk'

In een interview eind jaren zeventig blikte Jacquet zelf genuanceerder terug op zijn onstuimige jaren bij Jazz at the Philharmonic: 'Als ik geweten had dat er die avond een plaat werd gemaakt, zou ik waarschijnlijk nooit op die manier hebben gespeeld. Een plaat maken is iets anders dan een concert. Bij een plaat probeer je de allerbeste noten te spelen die je kent. Je staat eraan te denken dat de hele wereld die solo zal horen, dus je speelt een beetje voorzichtig, not as loose as in a concert hall.

'Maar ik schaam me helemaal niet voor die hoge noten. Voor alles is er een tijd. Als je jong bent doe je de dingen als een jongeman en als je oud bent. . . dat is het hele idee van volwassen worden.' Als om die woorden te illustreren, zegde Illinois Jacquet (inmiddels 71) op het laatste moment af voor het concert ter viering van het gouden jubileum van Jazz at the Philharmonic, op 6 april in Carnegie Hall, New York. Hij had onverwachts besloten af te reizen naar India, teneinde daar te gaan mediteren.

Het platenlabel Verve - tot 1960 eigendom van Norman Granz en tegenwoordig onderdeel van het PolyGramconcern - heeft datzelfde jubileum aangegrepen voor een speurtocht in de eigen archieven, met als resultaat een serie cd's met opnamen die soms tientallen jaren niet leverbaar zijn geweest.

Op de cd Jazz at the Philharmonic: The First Concert is de jam-sessie van 2 juli 1944 compleet bijeengebracht. Beluisterd met de oren van 1994, vallen de 'sensationele wanklanken' nogal mee. Jacquet mag op zijn tenorsaxofoon inderdaad graag een flinke keel opzetten, maar eigenlijk opvallender is het ruige trombonespel van J.J. Johnson, waarin de virtuoze bebopper van een paar jaar later nog nauwelijks te herkennen valt.

Het credo van Norman Granz luidde dat spontane ontmoetingen van grote jazzmusici de aangenaamste verrassingen kunnen opleveren. Zijn gelijk blijkt hier vooral uit het muzikale pingpong tussen pianist Nat Cole en gitarist Les Paul, die elkaar in dolle pret met dissonante grappen om de oren slaan. Dat zouden ze in de klinische sfeer van de platenstudio vermoedelijk wel uit hun hoofd hebben gelaten.

Een veelzijdiger beeld van Illinois Jacquet's spel wordt geboden door de cd Flying Home: The Best of the Verve Years, met een genereuze, bijna tachtig minuten lange selectie uit de studioopnamen die de tenorist tussen 1951 en 1958 voor de labels van Norman Granz maakte.

In het gezelschap van een groot aantal eersterangs jazzmusici (Roy Eldridge en Harry Edison op trompet, Hank Jones en Sir Charles Thompson aan de piano, Ray Brown op bas, Art Blakey en Jo Jones achter de drums) bewijst Jacquet dat hij fraaie ballads kan blazen, maar zijn kracht ligt toch vooral in de onbekommerde swing. Zijn even buigzame als gespierde saxofoonklank toont soms een opmerkelijke verwantschap met het geluid van de anderhalf jaar oudere Eddie 'Lockjaw' Davis.

Granz mocht op het concertpodium graag muzikaal-atletische krachtmetingen ensceneren. Bij het onderdeel 'stratosferisch saxofoon-blazen' stuurde hij bij voorkeur Illinois Jacquet het veld in tegen de blanke tenorist Flip Phillips. Jacquet kon die georganiseerde rivaliteit slechts matig waarderen. Ruim twintig jaar later sprak hij nog met hoorbare minachting over zijn vroegere tegenspeler: 'Flip Phillips zag hoeveel succes ik bij het publiek had en begon me te imiteren. Dat vond ik raar, hij was zo'n goeie muzikant, hij had een eigen stijl, maar die liet hij helemaal los om mij te gaan naspelen.'

De cd Flip Wails: The Best of the Verve Years illustreert dat Phillips (in 1915 geboren als Joseph Edward Filipelli) inderdaad een enigszins kameleon-achtige muzikant was, die afwisselend invloeden van Coleman Hawkins, Ben Webster en Lester Young liet horen. Toch bevat deze plaat ruim zeventig minuten aangename jazz uit de jaren 1947-'58, waarin Phillips in diverse bezettingen te horen is, met onder anderen trombonist Bill Harris en pianist Oscar Peterson.

Het album is samengesteld door Dan Morgenstern, directeur van het Institute of Jazz Studies. Tijdens een gesprek vorige week in New York vertelde Morgenstern dat hij de integrale opnamen uit de studio had beluisterd, maar de verleiding had weerstaan onuitgebracht materiaal op de cd te zetten. 'Daar doe je misschien een paar fanatieke verzamelaars een plezier mee, maar ik kwam tot de conclusie dat Granz destijds de juiste muzikale keuzen had gemaakt. De niet geselecteerde titels en takes waren duidelijk minder, dus waarom zou je die nu uitbrengen?'

Over deze kwestie zijn de meningen in Amerika nogal verdeeld. Jazz-historicus Phil Schaap zou volgens Morgenstern 'het liefst iedere kuch en elke schrapende stoelpoot uit de studio op cd laten horen'. De vorig jaar verschenen box met tien cd's The Complete Billie Holiday on Verve was door Schaap volgens dat principe samengesteld, met als gevolg dat de muziek soms overschaduwd dreigde te worden door op den duur tamelijk irritante studio-conversaties en andere marginalia.

Bij wijze van compromis heeft Verve nu besloten, naast deze 'wetenschappelijke' integrale editie ook een serie van zeven losse cd's met uitsluitend de muziek van Billie Holiday te produceren. Billie Holiday: Jazz at the Philharmonic is de eerste uit de reeks, met 66 minuten live-opnamen uit de periode 1945-1958. Haar conditie is wisselvallig: energiek in JATP-vertolkingen uit 1945-'47, breekbaar tijdens de opnamen van het Newport Jazz Festival 1957. Maar de expressiviteit van Billie Holiday's zang bleef tot het eind onaangetast.

De lp Krupa and Rich uit 1955 was op het eerste gezicht een typisch produkt van circus Granz: de twee spectaculairste drummers uit de jazzgeschiedenis in een duel op leven en dood. In werkelijkheid toonde Norman Granz zich als studio-producer verstandiger. Gene Krupa en Buddy Rich nemen elk twee nummers voor hun rekening, en alleen in Bernie's Tune zijn ze gezamenlijk te horen.

De rest van de bezetting is een soort JATP-reünie, met de trompettisten Dizzy Gillespie en Roy Eldridge, de eeuwige strijdmakkers Illinois Jacquet en Flip Phillips, en het Oscar Petersontrio. De cd-heruitgave van Krupa and Rich biedt als extra twee stukken van een Buddy Rich-sessie uit 1955 met de trompettisten Thad Jones en Joe Newman en de tenoristen Ben Webster en Frank Wess.

Binnenkort verschijnt nog meer moois uit de Verve-archieven, zoals de lang verwachte heruitgave van de beide Roy and Diz-lp's (1954) op één cd.

Jazz at the Philharmonic: The First Concert. Verve 521 646-2.

Illinois Jacquet: Flying Home - The Best of the Verve Years. Verve 521 644-2.

Flip Phillips: Flip Wails - The Best of the Verve Years. Verve 521 645-2.

Billie Holiday: Jazz at the Philharmonic. Verve 521 642-2.

Gene Krupa/Buddy Rich: Krupa and Rich. Verve 521 643-2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden