Cinemaminnaar

De Ier Mark Cousins zeilt in vijftien uur door de filmgeschiedenis in zijn documentaireserie The Story of Film. Grondig, maar niet academisch. Hij legt uit waarom hij het budget bewust klein hield.

DOOR BOR BEEKMAN

Filmkenner Mark Cousins schuift zijn T-shirt omhoog en toont de vrolijk gekleurde letters op zijn bovenarm: Eisenstein. Hij had de vroege cineast Sergej Eisenstein altijd te laag ingeschat, meer als propagandist dan als humanist, ontdekte Cousins tijdens de opnames voor zijn documentaireserie The Story of Film. Omdat hij zich schuldig voelde, stapte de Ier een tatoeageshop binnen en nu draagt hij de Russische regisseur van Pantserschip Potemkin (1925) (met de revolutionair gemonteerde trappenscène), voortaan op zijn lichaam.

De tatoeage is een beetje een gimmick geworden tijdens Cousins tournee ter promotie van The Story of Film. Het fysieke bewijs van zijn diep doorvoelde liefde voor cinema. 'Film is als dansen, iets vreugdevols. Niet academisch, maar gepassioneerd. Daar moet filmgeschiedenis ook over gaan.'

Maar we moeten er ook niet te veel achter zoeken hoor, zegt de onbekommerd ogende veertiger; bos krullen, spijkerjasje. Zo liet Cousins toen hij als jongeling de wereld rondtrok in zijn busje ook al eens de naam van zijn favoriete strand in India op zijn lichaam aanbrengen, op een centraal punt in de schaamstreek. 'Het was echt een heel mooi strand.'

Zes jaar geleden begon de docent filmgeschiedenis aan de universiteit van Edinburgh met reizen en filmen voor zijn documentaireserie, met een startkapitaal van 5.000 pond (6.229 euro). De voorstudie lag er al: Cousins gelijknamige boek The Story of Film (Nederlandse titel: Close-up - wereldgeschiedenis van de film), een opvallend toegankelijk geschreven introductie tot de wereldcinema, waarin de schrijver niettemin geen moment door de knieën gaat en zijn lezers ook de minder druk bewandelde filmpaden opstuurt. Een vervolg als serie leek een logische stap. 'Ik besloot de kosten laag te houden, zodat ik in volledige intellectuele vrijheid kon werken. Als ik subsidie had gekregen van het British Film Institute bijvoorbeeld, veronderstel ik dat een comité zich ermee zou bemoeien welke filmers er allemaal wel en niet in thuishoren.'

Het enige waar Cousins over twijfelde, was zijn stemgeluid. Wat als zijn zangerige dictie, met melodieus Iers accent en nogal particuliere cadans, de kijkers van The Story of Film zou gaan irriteren? Ruim vijftien uur duurt zijn documentaireserie immers. 'Ik heb het geluk bevriend te zijn met Sean Connery en heb overwogen hem te vragen mijn commentaren in te spreken. Maar uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat zo'n bekende vertelstem een beetje belachelijk zou zijn, juist omdat ik aan het begin van mijn serie stel het nu eens níét over showbizz en sterren te willen hebben. Buiten dat: als je iemand als Connery enthousiast hoort praten over de punkachtige visuele stijl van de jarenzeventigcinema van de Senegalees Djibril Diop Mambéty klinkt dat al snel ongeloofwaardig. De meeste filmsterren hebben geen idee wie Mambéty is. Dus dan maar mijn eigen stem, hoe goed of slecht dat ook uitpakt.'

Cousins zegt het met een lachje; de oorspronkelijk voor het Britse Channel Four gemaakt serie is inmiddels een internationale hit, oogst alom enthousiaste kritieken en is onder meer verkocht aan Amerika en China.

In Nederland draait The Story of Film momenteel in de bioscoop, en is de serie ook al te koop op dvd.

Innovatieve momenten

Gebruikmakend van oude en nieuwe interviews met filmmakers en een royale en eclectische reeks filmfragmenten uit bekende en minder bekende meesterwerken, volgt de Ier de loop van 120 jaar filmgeschiedenis. Hierbij plaatst hij de innovatieve momenten centraal. Welke filmers gaven de filmkunst op beslissende momenten een duw? Niet die in Hollywood, zo blijkt.

'Hollywood bedwelmt ons met cinema. Vraag jongeren op straat naar hun meest magische filmervaring en ze noemen vermoedelijk Avatar, zoals mijn generatie Star Wars zou zeggen. Hollywood verstrekt een eerste shot, een dosis filmdrugs: magie, belevenis. Dat is een groot goed, maar wie zich onderdompelt in cinema, valt al snel op dat Hollywood de filmtaal niet verrijkt. Andere landen doen en deden dat.'

Zo toont hij in The Story of Film onder meer dat het realistische acteren, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, niet begon met Marlon Brando, maar decennia eerder al in zwang raakte in Japan. Dat de hoogtijdagen van de Hollywoodcinema standaard worden aangeduid als de 'klassieke' periode in de filmgeschiedenis, zit hem ook niet lekker. 'Dat is niet omdat ik als een soort punker mijn kont tegen de krib wil gooien, maar zeker in de Engelse taal betekent klassiek iets zeer specifieks, namelijk dat kunst niet overdreven expressief is, of melodramatisch. Films als Gone With the Wind en Casablanca, of al die Greta Garbo-films, behoren tot de romantische kunst, zoals Goethe. Heroïsche mensen die naar de ondergaande zon kijken en dromen, dát is het thema in de Amerikaanse cinema. Het maakt zulke films niet minder prachtig of groots, maar de grammatica van de Hollywoodfilm is juist niet klassiek.'

Als je echt classicisme zoekt in de cinema, moet je naar Japan. Daar zocht Cousins de 80-jarige actrice Kyoko Kagama op, ster uit het werk van Akira Kurosawa (High and Low, 1963) en Yasujiro Ozu (Tokyo Story, 1953), twee grootmeesters die een ongekende invloed hadden op de wereldcinema. Bij het graf van Ozu, die het sereen filmen tot kunst verhief, schoot Cousins vol, al zien we dat niet in zijn serie. 'Op zijn grafsteen staat enkel het Japanse teken voor leegte, afwezigheid - niet zijn naam. Dat raakte me. Nou ja, het zal wel de jetlag zijn geweest, of de sake. Maar Ozu begreep het, dat tijd zal passeren, dat we zullen sterven - niemand filmde dat mooier of beter dan hij.'

Cousins stelde zich ook tot taak nadrukkelijk stil te staan bij vrouwelijke regisseurs en filmmakers uit Afrika, twee groepen die in eerdere filmstudies nog weleens over het hoofd werden gezien. 'In de begintijd van Hollywood was de helft van de scenaristen vrouw, maar die werden er allemaal uitgegooid toen het grote geld de filmindustrie overnam. Ik hoor jonge filmmaaksters weleens klagen dat ze geen rolmodellen hebben, maar er zijn er zat. Claire Denis (Beau Travail, 35 Rhums) is een van de meest bijzondere filmers van deze tijd. En je kunt de Iraanse cinema onmogelijk beschouwen zonder stil te staan bij Forough Farrokhzad.'

De jong gestorven Iraanse dichteres regisseerde tijdens haar leven slechts één korte documentaire, The House is Black (1963), over een leprakolonie, maar was daarmee van cruciale invloed op de Iraanse new wave, de stroming die door veel filmhistorici (en Cousins) wordt gezien als de belangrijkste van het huidige tijdsgewricht.

'Reaganeske tijdperk'

The Story of Film staat ook uitgebreid stil bij de latere hoogtepunten uit de Amerikaanse cinema, van Scorsese tot Spielberg, en Paul Verhoeven. 'Oja, Paul Verhoeven! Hij ving iets essentieels van het Reaganeske tijdperk, met sarcasme en ironie.'

Cousins nam fragmenten op uit Verhoevens 'sf-satires' Robocop (1987) en Starship Troopers (1997), waarin clean cut American hero's het opnemen tegen intergalactische insecten. 'Ik ken geen andere film uit de mainstream cinema die zo'n angel in z'n staart verbergt. Bioscoopbezoekers gingen heel ver mee in Starship Troopers, tot ze zich realiseerden dat ze in nazi-sferen waren beland. Zeer, zeer interessant. Critici hadden destijds niet altijd oog voor het vitriool, voor de dubbele betekenissen, maar wat Verhoeven in Hollywood uithaalde met genrefilms was zeer ongebruikelijk.'

Starship Troopers

'Ik ken geen andere film uit de mainstream cinema die zo'n angel in z'n staart verbergt. Bioscoopbezoekers gingen heel ver mee in Starship Troopers, tot ze zich realiseerden dat ze in nazi-sferen waren beland. Zeer, zeer interessant. Critici hadden destijds niet altijd oog voor het vitriool, voor de dubbele betekenissen, maar wat Verhoeven in Hollywood uithaalde met genrefilms was zeer ongebruikelijk', aldus Mark Cousins over Starship Troopers van Paul Verhoeven.

Het beste aan The Story of Film is dat de documentaire (vijftien afleveringen van een uur) niet enkel de chronologie volgt en 120 jaar filmcanon duidt, maar daarnaast op verkenning gaat naar minder bekend maar even belangwekkend werk , dat nodig toe is aan (her)ontdekking. De Ierse regisseur en filmkenner Mark Cousins (47) volgt zijn persoonlijke fascinatie voor innovatie - wie bedacht iets? wie kantelde? wie bouwde uit? - en weeft zo een kolossale lappendeken van films en filmers. Daarbij laat hij de lineaire opbouw van zijn verhaal steeds even los om vooruit en terug te springen in de tijd. Middels een reeks uitstekend gekozen filmfragmenten en interviews worden door tijd en afstand gescheiden cineasten met elkaar verbonden. Een unieke en uitzonderlijk rijk gevulde documentaireserie.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden