CIA was steeds van alle markten thuis

De CIA was in de eerste decennia van zijn bestaan van alle markten thuis, of die markten nu binnen of buiten de Amerikaanse wet vielen....

Een ongewenste premier in Congo? Een opkomende dictator in Cuba? Weerstand tegen de Vietnam-oorlog? Lastige journalisten? De CIA zat er bovenop met stiekeme, dubieuze methoden om informatie te krijgen, mensen te intimideren en lastige leiders uit de weg te ruimen.

Dinsdag werden 702 pagina’s over geheime en gevoelige operaties openbaar gemaakt door Michael Hayden, de directeur van de Central Intelligence Agency (CIA). In de documenten ging vrijwel geen nieuws schuil; de beschreven operaties uit de jaren zestig en zeventig waren al openbaar gemaakt. Maar de memoranda leveren wel een nieuw, kleurrijk beeld van hoe het er in aan toe ging bij de CIA. Zij die ooit bij de in 1947 opgerichte, buitenlandse veiligheidsdienst hebben gewerkt, spreken overigens consequent over ‘CIA’, zonder lidwoord.

Er wordt een ‘project betreffende de uitschakeling van Patrice Lumumba’ genoemd. Vergiftiging was de gekozen methode. De leider in Congo kwam om 1961 inderdaad om het leven. Volgens een Belgische onderzoekscommissie waren lokale rivalen schuldig, niet de CIA.

Dan was er het plan om een maffiabaas op Fidel Castro af te sturen. Er was de Russische overloper Yuri Nosenko, die jarenlang illegaal werd opgesloten. De pogingen om ongezien te spioneren op journalisten leverden veel bruikbaar materiaal op, in de tijd dat president Richard – ‘Watergate’ – Nixon door reporters ten val zou worden gebracht. Ook succevol: Het in de gaten houden van anti-Vietnam-groepen.

Waarom zijn de details van deze operaties juist nu naar buiten gebracht?

In wezen was het een poging om het imago van de veiligheidsdienst op te poetsen. ‘We zullen sommige dingen tegenkomen die de CIA niet had moeten doen’, wilde directeur Hayden wel toegeven. Maar: ‘Ik geloof stellig dat het verbeterde systeem van inlichtingen dat de jaren zeventig hebben voortgebracht, de CIA een meer solide plek in ons democratische systeem geeft.’

De CIA omarmt de openbaarheid, suggereert Hayden. Dit is een reactie op de kritiek van de afgelopen jaren. De CIA is beschuldigd van illegaal optreden in de ‘oorlog tegen terreur’. Verdachten zouden zonder toezicht worden vastgehouden en gemarteld. Buitenlanders én Amerikanen worden afgeluisterd. Dat laatste is geen geheim, maar onderdeel van een programma dat de regering-Bush verdedigt.

Dit soort praktijken doen volgens critici denken aan de methoden uit de Koude Oorlog, die nu het licht zien. Destijds was het communisme de ongrijpbare vijand, tegenwoordig het terrorisme.

Maar er valt geen vergelijking te trekken, zei Hayden: ‘Wat we nu doen om Amerikanen te beschermen, doen we binnen een krachtige structuur van de wet en toezicht.’

De aanslagen van 2001 waren volgens de 11 september-commissie onder meer mogelijk door de gebrekkige samenwerking tussen de CIA en de FBI. Vervolgens berichtte de CIA in 2003 dat Saddam Hoessein massavernietigingswapens had, een stelling die niet bleek te kloppen.

Om de communicatie tussen de diensten en de effectiviteit van de CIA te vergroten, is de veiligheidswereld de afgelopen jaren hervormd. Het was een gebrek aan toezicht en de neiging om de grenzen van de wet op te zoeken, waar CIA-directeur James Schlesinger zich in 1973 zorgen over maakte. Hij vroeg zijn medewerkers om beschrijvingen van alles dat ‘mogelijk buiten het wettelijke handvest van dit agentschap’ zou kunnen vallen.

De imponerende hoeveelheid informatie die hier uit voortkwam, waren de familiejuwelen. Schlesinger werd opgevolgd door William Colby, die besloot om dit gevoelige dossier aan het Congres over te dragen nadat het land was gechoqueerd door het Watergate-schandaal, waarin de CIA een bijrol speelde. De overdracht is een daad die sommigen in de ‘CIA-familie’ tot op de dag van vandaag als verraad beschouwen.

In 1992 kwam er een formeel verzoek om de juwelen in te zien; vijftien jaar later is het gehonoreerd.

Wie wil weten hoe het er aan toe ging in de vroege CIA, kan terecht bij The Good Shepherd (2006), een film met Matt Damon en Robert DeNiro, die de eerste jaren van de dienst schitterend in beeld brengt. Hier in wordt verteld dat ‘the Agency’ niet alleen alomtegenwoordig was, maar ook almachtig: ‘Iemand vroeg waarom we ‘t over CIA hebben, niet “de CIA”. En ik vertelde hem: Je zegt niet “de” als je het over God hebt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden