Chroniqueur van de aristocratie

Ze schreef met liefde, maar ook met zelfspot over haar adellijke milieu. Mede dankzij haar boeken werd de adel eind jaren negentig weer een voor-aanstaande subcultuur.

'De adel heeft geen enkel specifiek nut. Beschouw het maar als de franje van het tafelkleedje.' Maar het gaf ook geen pas die daarom maar neer te sabelen als een rijke feodale klasse zoals in de jaren zestig en zeventig geschiedde door provo's, kabouters, hippies en alles wat links was. 'Alles wat naar stand zweemde, lag toen uiterst gevoelig.'


Agnies Pauw van Wieldrecht vond het daarom noodzakelijk een herwaardering van de aristocratie in Nederland te bewerkstelligen, al was het alleen maar om het taalgebruik en de etiquette van de ongeveer 10 duizend adellijke Nederlanders uit driehonderd families veilig te stellen.


De chroniqueur van de Nederlandse adel is 7 mei op 85-jarige leeftijd overleden. Ze werd geboren als jonkvrouw Agnies Pauw van Wieldrecht, vrouwe van Darthuizen, in Den Haag. Een jaar na haar geboorte overleed haar moeder en tien jaar later ook haar vader, een kamerheer van koningin Wilhemina. In 1951 trouwde ze met de diplomaat jonkheer Johan Beelaerts van Blokland, die onder meer voor Nederland ambassadeur was bij de Heilige Stoel. Ze bewoonden huis De Kemenade in Wijnbergen en hadden drie kinderen.


In 1985 publiceerde Agnes Pauw van Wieldrecht haar boek Het dialect van de adel, waarin ze het taalgebruik van de adel beschreef. Die onderscheidde zich niet door de bekende aardappel in de keel, maar door de taalschat. De adellijke taal was het zogenoemde Hagois, een deftig Haags dialect met veel Franse woorden. Adellijke mensen konden iets appetijtelijk, flagrant amusant, of affreus vinden of konden er gehorripileerd of geambeteerd van raken.


Het boek liet ook zien dat juist wanneer men Franse woorden zou verwachten adellijke mensen Nederlandse kiezen. In plaats van colbert, dessert, fauteuil, pantalon en gebak zegt een baron of jonkvrouw liever jasje, toetje, stoel, broek en taartje. Op die manier wil de adel zich onderscheiden van het gewone volk. Dat ging om chiquer te lijken Franse woorden gebruiken, waarop de adel daar juist weer van afzag.


Agnies Pauw van Wieldrecht hoedde zich nadrukkelijk voor nostalgie of standsverheerlijking. Ze beschreef haar milieu met liefde, maar ook met zelfspot en ironie. Het boek werd een bestseller. Ze had ook de tijdgeest mee. Vanaf de jaren tachtig maakte de aristocratie in Nederland een comeback, aangemoedigd door het foute geld van de nouveaux riches uit het yuppie-tijdperk en programma's als Glamourland van Gert-Jan Dröge. De adel werd weer een toonbeeld van verfijning - liever een slecht verwarmd kasteel dan een protserig penthouse in Amsterdam-Zuid.


In 1992 verscheen Grootmama, mogen wij kluiven?, waarin Pauw van Wieldrecht herinneringen ophaalde aan haar jeugd in een adellijke familie aan het begin van de jaren dertig. Kluiven mocht alleen met toestemming van de tafelgenoten en met één hand. In 1993 schreef ze Vin-je dat we een hoed op moeten?, waarin ze de adellijke etiquette behandelde. In 1994 zag haar laatste publicatie het licht: Borduursels buiten het stramien. Mede dankzij haar publicaties kreeg de adel eind jaren negentig weer de rol van een vooraanstaande subcultuur in Nederland. De adel ging in zee met ecologische boeren, kreeg vooraanstaande posities in talrijke maatschappelijke organisaties. In 2003 werden haar boeken nog een keer gebundeld tot een groot werk.


WAT DE ADEL VAN HET GEPEUPEL ONDERSCHEIDT

Taalgebruik

'Zegt iemand biertje in plaats van pilsje, apenootje in plaats van pinda, chaufferen in plaats van autorijden en princessebonen in plaats van sperziebonen, dan weet u zeker dat u zich in voornaam gezelschap bevindt', aldus Agnes Pauw van Wieldrecht.


Omgang met personeel

De adel is heel beminnelijk in de omgang met het personeel. Zo wordt de deur opengehouden voor serveersters. 'Als je als kind bijvoorbeeld de deur niet openhield voor het personeel, kon je een flinke klabots voor je derrière krijgen', aldus Pauw.


Organiseren diner

Adellijke mensen openen niet zelf de deur bij bezoek voor een diner. 'Dan sta je er niet onbeholpen bij als de gasten hun haar kammen, hun neus poederen en nog even 'verdwijnen'. Bovendien laat je je andere gasten niet in de steek. Aan tafel zit de oudste of belangrijkste mannelijke gast rechts van de gastvrouw, tenzij het een familielid is dat u geregeld spreekt. Zet echtparen nooit naast elkaar, die hebben thuis alles al besproken. Tegenover elkaar kan desnoods.


Flirten

Een flirt is net te lang de hand van een meisje vasthouden bij het geven van een vuurtje, een te langdurige blik in de ogen, een net te intieme dans. Van de eerste zoen moet je een hele nacht kunnen wakker liggen. Pauw vond het vroeger heerlijk op straat te worden nagefloten. Ze kon op terrasjes in Rome gefascineerd kijken naar het rollenspel tussen mooie Italiaanse jongedames en -mannen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.