ChristenUnie: de ongrijpbaren van het Binnenhof

Komende week wordt de formatie hervat. Of de laatste fase is aangebroken, hangt mede af van de ChristenUnie. Een partij die zich moeilijk laat vangen. 'God is geen dictator op een wolk.'

ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers en zijn secondant Carola Schouten verlaten het Johan de Witthuis na afloop van formatie-onderhandelingen, 11 juli. Beeld anp

Ze komt zelf met deze observatie, en niet zonder reden. De ChristenUnie is in de beeldvorming de partij die op de rem staat bij medisch-ethische onderwerpen, een conservatief christelijke factor aan de formatietafel. Maar, zegt Tineke Huizinga, kijk ook eens wie er straks weer in Stadhouderskamer of Johan de Witthuis verdwijnen, om een paar uur weer tevoorschijn te komen: zeven mannen, en één vrouw. Die ene vrouw, dat is Carola Schouten, van de ChristenUnie.

'Iedereen had een vrouw als nummer twee op de kieslijst', zegt Huizinga. 'Heel vervelend dat die nu bij de onderhandelingen niet aan tafel zitten. Dat steekt me, het was dus window dressing. Mijn partij geeft daarin het goede voorbeeld.'

Tineke Huizinga (57), voormalig staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en ook nog even minister, kwam in 2002 namens de ChristenUnie in de Tweede Kamer. De partij had een afspraak met de SGP: de fracties zouden elkaars woordvoering doen. Met de komst van Huizinga kwam daar een eind aan. De mannenbroeders van de SGP wilden niet dat namens hen een vrouw in de Kamer zou spreken. Een samenwerking waarbij vrouwen aan de kant moesten blijven, was voor de CU onbespreekbaar.

Van de vier partijen die wellicht het land gaan besturen is de ChristenUnie met afstand de meest ongrijpbare. Een partij van alleszins redelijke politici; geen scherpslijpers, maar pragmatici die in Balkenende IV regeringservaring opdeden en bij Rutte II als gedogers te hulp schoten. Met in de persoon van Gert-Jan Segers een markante partijleider die bij alle ernst om zichzelf durft te lachen ('Zoals u weet heb ik in een tijdje in Egypte gewoond').

Maar waar staan ze politiek? Met de linkerschouder leunen ze tegen GroenLinks aan: barmhartig voor vreemdelingen, het klimaat is topprioriteit, inkomensongelijkheid moet verkleind. De rechterschouder schurkt tegen SGP aan. De CU 'baseert haar politieke principes op de Bijbel', zo staat het in de partijgrondslag. Bij elke ingreep in de loop van het menselijk leven - embryoselectie, NIP-test om down te onderkennen, abortus, euthanasie, levenseinde - worden de wenkbrauwen gefronst.

Klein rechts. Zo stonden GPV en RPF, de twee partijen die in 2000 zouden fuseren in de ChristenUnie, bekend - ook de SGP werd daartoe gerekend. Toen er in de jaren tachtig sprake was van gedoogsteun door dit drietal, werd dat de Staphorster variant genoemd. Het zijn etiketten die je de CU van nu onmogelijk kunt opplakken.

Christenunie bestempeld

- Wel rechts, maar ook links
- Wel veel invloed, maar geen machtshonger
- Wel vol overtuiging, maar geen getuigenispartij
- Wel trots op traditie, maar niet conservatief
- Wel de Bijbel, maar niet als verkiezingsprogram

Vluchtheuvel

'Ongrijpbaar? Wij? Heerlijk', zegt Eimert van Middelkoop (68), in Balkenende IV (2007 -2010) minister van Defensie, en daarvoor een lange loopbaan als parlementariër. 'We ontsnappen aan het links-rechts-schema.' Van Middelkoop gruwelt van woorden als 'progressief' of 'links'. Tegelijkertijd zegt hij: 'De overtuiging dat de overheid sociaal beleid moet voeren, is tweeduizend jaar oud.' Zorg voor armen, weduwen, wezen en vreemdelingen wordt immers in de Bijbel vaak voorgeschreven. Verschillende CU'ers verwijzen daarnaar. Van Middelkoop komt ook met Constantijn de Grote, de Romeinse keizer die zich tot het christendom bekeerde en armenzorg instelde.

Bescheiden partij van bescheiden mensen, dat is een typering waarin Kars Veling (69), de eerste politiek leider van de CU, zich wel kan vinden. De honger naar macht is niet groot. Andere fusiepartijen in de Nederlandse politiek - CDA en GroenLinks - waren reacties op afkalvende invloed. Daarvan was bij GPV en RPF geen sprake. Samen doorgaans goed voor 5 zetels, daar veranderde door de fusie niks aan.

De GPV was de politieke schakel in het zuiltje van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt. De RPF begon in 1975 als vluchtheuvel voor wie niet kon leven met het opgaan van de ARP in het CDA. De partijen fuseerden, zeggen CU-politici van het eerste uur, omdat er geen reden was om dat niet te doen. 'Een fusie vanuit kracht', zegt Leen van Dijke (61), Kamerlid van 1994 tot 2003. Van Middelkoop: 'Een electorale concurrent die vrijwel hetzelfde wil als jij, dat vond ik ongezond.' De partijen gingen rimpelloos in elkaar op, van bloedgroepen is geen sprake meer.

Wil je CU-mensen op de kast krijgen, dan moet je over getuigenispartij beginnen: een politieke groepering die vooral het eigen geluid wil laten klinken - SGP en de Partij voor de Dieren zijn er voorbeelden van. 'Wij zijn naar Den Haag gekomen om dingen te bereiken', zegt Van Dijke. 'Wat Pechtold zei - kom ik niet in de regering, dan ben ik weg - dat zul je van iemand van de ChristenUnie nooit horen.' Van Middelkoop vindt getuigenispartij een kinderachtige typering. 'Er zit een sterk bestuurlijke traditie in de ChristenUnie. Wordt er een beroep op je gedaan, zeg je geen nee. Ook bij oppositiepartij voel ik me niet thuis. Wij zijn van het harmoniemodel. We zijn beschikbaar.' Een houding, waarschuwt hij, die ten koste kan gaan van het strategisch denken. Liever had hij dit keer GroenLinks in de regering gezien.

God en het goede

De ChristenUnie wil 'een samenleving die meer en meer functioneert naar Gods wil', zegt de missie-omschrijving. Brengt regeren met de rationalisten van D66 zo'n samenleving dichterbij? 'Mogelijk wel', zegt Veling. 'God wil dat wij het goede doen. Waarom kan dat geen steun van anderen krijgen? In de politiek gaat het om haalbaarheid. De Bijbel is geen verkiezingsprogramma en God is geen dictator op een wolk. Heb je niks met de herkomst van onze overtuigingen, dan kun je gewoon naar de uitkomsten kijken: waar staan we voor, wat willen we politiek bereiken?'

Van Dijke legt dat uit aan de hand van de winkelsluitingswet. Toen minister Wijers (D66) voorstelde winkels toe te staan elke zondag te openen, was de CU uiteraard tegen - de zondag is rustdag. Maar het amendement van de PvdA om daar twaalf zondagen per jaar van te maken, kreeg steun; de wenselijke situatie werd daarmee dichter benaderd. Terwijl de SGP ook dat amendement afwees.

Tineke Huizinga als staatssecretaris in 2009. Beeld anp

Over de afstand tussen SGP en CU lopen de meningen uiteen. Van Dijke ziet ruimte voor toenadering, omdat ook de SGP beweegt; denk aan passief vrouwenkiesrecht, geen nadruk op herinvoeren van de doodstraf. Huizinga en Van Middelkoop vinden de afstand onverminderd groot. Van Middelkoop: 'Ik zie in het beginselprogram van de SGP niks waar ik ja en amen tegen kan zeggen.' Veling maakt het concreet: 'Weet je waarom die gereformeerde megakerk van Yerseke in de polder wordt gebouwd? Dat is vanwege de vele parkeerplekken. CU'ers komen op de fiets.'

Minstens zo ingewikkeld is de relatie met het CDA, de grote christelijke broer. Twee partijen die zich beide beroepen op Gods woord, op rentmeesterschap en barmhartigheid. Toch is de politieke koers heel verschillend. Wonderlijk, vinden alle CU'ers. Van Dijke: 'Voor het CDA is de christelijke inspiratie een belangrijke bron. Voor ons is het geen inspiratie, maar de norm voor alles. Bij ons kunnen geen moslims op de lijst komen. Toen ik voorzitter van de selectiecommissie was, kwam die vraag altijd: wie is Jezus Christus voor jou?'

Voor Van Middelkoop is de afstand tot het CDA juist kleiner dan tot de SGP, omdat die een theocratisch model hanteert, waarbij de overheid zijn gezag ontleent aan God. Huizinga, in de jaren negentig werkzaam bij Vluchtelingenwerk, koos voor de CU omdat het asielbeleid van het CDA haar te streng was.

'Als Kamerlid ben je voortrekker, je moet de achterban meenemen', zegt Huizinga. 'Die spanning is er steeds.' Ze typeert de CU-aanhang als divers en veranderingsgezind. 'Mensen met een progressieve, activistische levenshouding. Een heel ander type dan de SGP-stemmer.' Een achterban die bereid is zelf de handen uit de mouwen te steken, voor asielzoekers of minderbedeelden.

De achterban

Die achterban omvat Gereformeerd vrijgemaakten, immigrantenkerken, baptistengemeenschappen en evangelische genootschappen op Amerikaanse leest. Men zingt op zondag psalmen, maar ook opwekkingsliederen met band. Veling: 'De kerk is versplinterd en tegelijkertijd is de wederzijdse acceptatie vergroot en is er volop beweging. Bij de vrijgemaakten kunnen vrouwen predikant worden, er zijn plannen voor een gedeelde universiteit met de hervormden.'

En er zijn ongelovigen die zich tot de ChristenUnie aangetrokken voelen. Van Dijke, die na de politiek in de bouwnijverheid actief werd, hoort het in de board room en bij vergaderingen. 'De sympathie is groot. Soms vergt het tijd om op een christelijke partij te kunnen stemmen.'

De achterban is een wereld in beweging, zegt ook Remco van Mulligen, die promoveerde op orthodox-christelijke stromingen en (met Ewout Klei) het boek Van God los schreef. 'De evangelische cultuur komt op, er ontstaan EO-achtige uitingen. Een baptistenpredikant als Orlando Bottenbley heeft veel aanhang.' 'Op drift geraakt', zo typeert hij de CU-kiezer. Zeker niet conservatief, maar ongrijpbaar. 'De partij gaat soepel om met homo's, katholieken en andersdenkenden en wordt daardoor acceptabeler voor niet-gelovigen, maar ook moeilijker te duiden.' Een nieuw zwaartepunt noemt hij de islamkritiek van Segers, die het christendom een superieure godsdienst durft te noemen. 'Rouvoet zou gezegd hebben: 'Die vraag heeft politiek geen betekenis.''

Eimert van Middelkoop als minister van Defensie in 2009. Beeld anp

Rutte III

Volgens Van Mulligen heeft de CU niks te winnen bij regeringsdeelname. 'Het CDA laat de CU de kastanjes uit het vuur halen. Het is en blijft een kleine partij die af en toe een zinvolle rol kan vervullen. Dat lijkt hier niet aan de orde.'

Bij de onderhandelingen over de mogelijk tweede regeringsdeelname van de CU liggen vanaf dag nul medisch-ethische onderwerpen op tafel, en daarmee de identiteit van de partij. CU'ers leggen de schuld daarvoor bij D66. 'Was dat voltooid leven niet zo zwaar aangezet, dan had het bij ons geen accent gekregen', zegt Van Dijke. 'Een politieke blunder van Pechtold', oordeelt Van Middelkoop. 'D66 loopt hier als een sekte ver voor de troepen uit, ook internationaal. En er is maatschappelijk verzet.' Veling is gematigder. 'Die nadruk op ethische kwesties kun je betreuren. Het zal ons altijd achtervolgen, omdat die standpunten ons onderscheiden van andere partijen.'

De partij is professioneler geworden, vinden de CU-oudgedienden. Er zijn lessen getrokken uit het verleden, de steun voor bewindspersonen zal onvoorwaardelijk zijn. Ze vinden ook dat Segers groeit in zijn rol. De eerste confrontatie met Pechtold was een leermoment. Dat D66 bij het goedmaakdiner in Indonesisch restaurant Garoeda de hele pers uitnodigde, was er ook een. 'Maar dit is vaarwater waarvoor de CU gebouwd is', vindt Veling. 'We willen iets met Nederland.'

Moet Segers vervolgens als politiek leider in de Kamer blijven, zoals dat intern is afgesproken? Van Dijke: 'De politiek leider moet het profiel van de partij uitdragen. Dat doe je vanuit de Kamer. Dat Rouvoet dat indertijd niet deed, verbaasde me.' Van Middelkoop is pragmatischer: 'Aan Asscher en Samsom zie je dat die constructie nadelen heeft. Een gezond principe, maar je moet flexibel zijn.'

De CU-oudgedienden verwachten dat deze vier partijen eruit komen. 'Het moet, een minderheidskabinet zou schaamteloos zijn', zegt Van Dijke. Huizinga: 'Ik denk het wel. Al was het niet prettig wat Pechtold deed.' Van Middelkoop aarzelt: 'In 2007 kon de partij een bemiddelende rol spelen tussen CDA en PvdA. De positie is nu vele malen minder aantrekkelijk. Er is veel wat voor een minderheidskabinet pleit.'

GristenUnie of KristenUnie

Beide uitspraken komen voor. Oud-minister Eimert van Middelkoop, wiens wortels in de GPV liggen, is een gristen-zegger. Met kerkgenootschappen heeft dat volgens hem niets van doen. Hij voert het verschil terug op Griekse (de g-klank) dan wel Latijnse (k) voorkeuren. De oorsprong schuilt in het Griekse woord Xristos, waarbij de x als zachte g dient te worden uitgesproken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden