Choreografen weten geen raad met scabreuze aftrap Japin

Een man mocht dan wel vrijdag de opening verrichten van De Nederlandse Dansdagen in Maastricht (staatssecretaris Cees van Leeuwen), de vrouwen domineerden de rest van de avond....

Hij schreef een nieuwe mythe rond deze wraakzuchtige dames die in vroeger tijden door dichter Apollonius van Rhodus al belast waren met de bloederige moord op al hun mannen: vaders, broers en zonen. Japin geeft de vrouwen in korte dialogen inzicht in hun eigen lot en de sturing daarvan.

Tegen de achtergrond van deze onvoorstelbare moordpartij is het geen wonder dat alle drie de choreografen kiezen voor een bloedrood decor. Itzik Galili laat zijn tien dansers een voor een het slagveld betreden: een tapijt van rode stoffen ballen.

Piet Rogie kiest voor een achterwand van karmijnrode vierkanten en een paneel waarin de paarsrode verf langzaam optrekt. Bij Het Internationaal Danstheater duurt het slachten nog geen halve minuut: schreeuwende vrouwen trekken vlammende doeken naar beneden die halverwege gebroken blijven hangen.

Verder is er weinig samenhang in deze drie danstukken, die in hun geheel De Danscombinatie 3 vormen, de derde co-productie tussen ieder jaar wisselende gezelschappen. Aan deze editie valt echter op hoe zeer de choreografen zich hebben laten belemmeren in hun artistieke eigenheid. Op papier klinkt het goed: een beroemd schrijver verzorgt een literair startpunt. Op toneel mondt dit uit in een artistiek compromis.

Vooral Galili heeft zich met zijn keuze voor tien solo's laten beknotten in zijn normaal zo dynamische danstaal. Ieder danser, met meel geschminkt tot een antropomorf oermens, doet op schoorvoetende snaarmuziek een solo in bijna dezelfde bewegingen: gekromde spasmen en gymnastische hinkstapsprongen. Het uiterlijk van de dansers schreeuwt om een evolutie -- van eenzaam wezen tot mens van vlees en bloed? - maar die blijft uit. Zelfs het flitscontact tussen een angstige vrouw en een grommende man krijgt geen vervolg. There, there is is niet meer dan een aanzet tot een voorstelling.

Ook de afsluiting van Het Internationaal Danstheater brengt niet de verwachte uitsmijter. De vier delen variëren van een schaduwspel en een krijgsdans in leren rokjes tot een Spaanse parendans met zwierige rokken en een militaristische vrouwenmars met oorlogskreten. Deze laatste overtuigt, maar is te kort voor het beoogde slotakkoord. Ook de ouderwetse kleding van in stroken geknipte rokjes en keurige gatentruitjes tilt deze Katharsis niet naar een hoger plan. De sfeervolle live begeleiding van het huisorkest is adequaat maar niet verrassend.

Gelukkig houdt Piet Rogie met Wo/Man deze samenwerking nog net overeind. Voor zijn doen gaat hij scherp, pittig, bij vlagen zelfs agressief te werk, met heuse gescratchte muziek van Speedy J. Drie vrouwen cirkelen ieder op hun manier om een man. De een (Kim Raasveld) is te trots voor werkelijk contact, de ander (Yanaika Holle) zoekt het gevecht en een derde (Wubkje Kuindersma) gedraagt zich als kameraad.

Toch delft de man (Reinier Schimmel) keer op keer het onderspit, ook al zet hij ter plekke een espresso voor zijn kenau. Als dank vernedert ze hem met een scheut koffie over zijn lichaam.

Maar alle drie kunnen ze ook niet zonder het andere geslacht, door Japin treffend in tekst gevat, door Holle en Schimmel mooi verbeeld in een roekeloos duet op de muziek van Nature is Perverse. Toch mis je in deze Danscombinatie de echte spanning van, inderdaad, die perverse natuur van de mens. Terwijl Japin in zijn novelle nog wel zo'n scarbeuze aftrap gaf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden