Choreograaf Krzysztof Pastor

Krzysztof Pastor kwam als danser naar Nederland en is nu choreograaf. Zijn Don Giovanni is behalve vrouwenversierder ook een vrije geest....

Op een vrijdag in 1985 is hij naar Amsterdam gereisd, op de bonnefooi. Nederland was 'the place to be' had de Poolse danser gehoord. En Het Nationale Ballet had hij in Lodz zien optreden toen hij daar als principal bij het Grand Théâtre danste. Zwaar onder de indruk was hij van Monument voor een Gestorven Jongen van Rudi van Dantzig, over de dilemma's rond ontluikende homoseksualteit. Hij had nog tegenover zijn collega's verdedigd dat dit sociaal realisme op het podium hem veel meer aanstond dan de in zijn ogen belachelijke theatraliteit van de propagandamachines en de vlaggenparades van het communisme.

Maar de balletmeesters in de Amsterdamse Stadsschouwburg hadden geen werk voor Krzysztof Pastor, met zijn 28 jaar rijkelijk oud voor een balletdanser. Er waren geen audities én geen lessen omdat die vrijdag net een feestdag was. Per toeval trof hij artistiek leider Van Dantzig in het kantoor.

'Ik was verlegen, sprak geen Engels, alleen Pools, Russisch en wat Frans en Duits. Hij legde contact met die beroemde hemelsblauwe ogen van hem. Vroeg waar ik vandaan kwam. Van Dantzig zei ik, Gdansk. Nee, ik ben Van Dantzig, antwoordde hij lachend. De volgende dag heeft zijn assistent Henny Jurriëns mij na een extra les aangenomen.'

Tien jaar lang danste Pastor bij Het Nationale Ballet. Met opvallende rollen in Van Dantzigs Vier Letzte Lieder en Romeo en Julia. Hij ontmoette er zijn Italiaanse vrouw, danseres Simonette Lysy. En vooral: hij ontdekte er via de workshop zijn talent voor choreograferen en zijn voorliefde voor dans die ergens over gaat en emoties uitdrukt maar wel abstract blijft in zijn vorm.

'Als mens ben ik geboren in Polen, als choreograaf in Nederland. Ik ben een product van de Hollandse school, een kind van het trio Hans van Manen, Toer van Schayk en Rudi van Dantzig. Mijn werk zit tussen de pure dans van Hans en de sociale docudrama's van Rudi in en is het meest verwant aan dat van Toer. Ik houd van die gebeeldhouwde lichaamstaal. Alleen zoek ik meer de harmonie, vanwege mijn door en door klassieke achtergrond. Ze zeggen vaak dat de Poolse expressie in dans overdramatisch zou zijn. Ik denk dat ik die drang tot het vertellen van verhalen over liefde, leven en dood in Amsterdam heb geleerd te abstraheren.'

Nu, weer tien jaar later, is de 48-jarige Pastor huischoreograaf van Het Nationale Ballet, aangesteld in 2003 door Ted Brandsen, opvolger van oud-artistiek leider Wayne Eagling. Dit weekend gaat van hem het grote avondvullende ballet Don Giovanni in première, naar Mozarts gelijknamige opera der opera's. Een verhaal over verleiding, liefde, overspel, teleurstelling, verraad en wraak. Maar ook over een libertijn die tot aan zijn dood op geen enkel terrein concessies doet. 'Don Giovanni is natuurlijk de beruchte vrouwenversierder die zijn weg plaveit met slachtoffers, maar ook iemand met durf en een vrije geest die nooit ergens spijt van heeft. Het wordt geen hommage aan hem, maar ik wil wel laten zien dat de vrouwen zelf ook niet onschuldig zijn.'

Ja, hij herkent zich wel in de hoofdrolspeler. 'Ik houd van vrouwen. Of beter: ik waardeer de schoonheid van vrouwen én van mannen. Bovendien: ook ik heb nooit in de mode willen zijn. Toen ik in 1992 mijn eerste werk voor het repertoire van Het Nationale Ballet maakte, Shostakovich Chamber Symphony, ging dat over mijn communistische jeugd, over de ingenieuze vallen die het systeem uitzet. Terwijl op dat moment iedereen in de ban was van de puur fysieke danstaal van William Forsythe, gebaseerd op een radicale deconstructie van het ballet. Forsythe is een genie maar ik heb nooit een kopie van hem willen worden. Toen reageerde men meewarig op mijn stijl. Nu worden mijn licht verhalende choreografieën veel beter ontvangen. Ik gebruik gerust in Don Giovanni de cirkelvorm, ook al wordt die geassocieerd met volksdans.'

Pastors zachte, harmonische Do not go gently (2000) op minder bekende muziek van Igor Stravinsky kreeg lyrische kritieken, op zijn Kurt Weill (2001) reageerde de Nederlandse pers iets voorzichtiger, maar de voorstelling werd in Rusland in drie categorieën genomineerd voor de prestigieuze Benois de la Danse. In korte tijd maakte hij een groot aantal balletten voor buitenlandse gezelschappen zoals het Washington Ballet, het West Australian Ballet, het Royal New Zealand Ballet, het Nationale Ballet van Letland, het Koninklijk Ballet van Vlaanderen en het Koninklijk Zweeds Ballet. Voor het Nationale Ballet van Litouwen maakte hij eigentijdse versies van Carmen en Midzomernachtsdroom.

Naast het meer publieksvriendelijke, amuserende werk van artistiek leider Brandsen zelf, vormen de krachtige, emotionele choreografieën van Pastor, gebaseerd op de spitzentechniek, op dit moment de artistieke kurk waar Het Nationale Ballet op drijft. Geflankeerd door het werk van de teruggekeerde grootmeester Hans van Manen en de jonge hond David Dawson, ook beiden huischoreograaf.

Ondanks zijn ervaring met avondvullende balletten wordt Don Giovanni een waagstuk voor Pastor. Niet in de laatste plaats omdat alle zangpartijen zijn geschrapt. 'Puriteinen zullen zich afvragen of het drama buffo, het ''vrolijk drama'', dat in Mozarts opera door menselijke stemmen wordt verteld, wel door alleen muziek en dans kan worden voortgestuwd. En ik wil pantomime ten stelligste vermijden. Maar volgens mij is Don Giovanni emotioneel ook zonder zang een goudmijntje. De muziek stuurt het gevoel.'

Op advies van dramaturg Carel Alphenaar vroeg Pastor componist Rob Zuidam de zang eruit te knippen en de losse delen met eigen, kleine composities te verbinden. De Brits-Deense decorontwerper Steven Scott, die in Het Muziektheater eerder de tongen losmaakte met zijn decor voor de opera Rosa, a horse drama van Louis Andriessen en Peter Greenaway, heeft voor Don Giovanni een computergestuurde enscenering bedacht van licht- en fotoprojecties op drie-dimensionaal opgehangen gaasdoeken. 'De beelden hebben we geschoten in Toscane. Voor mij is Don Giovanni meer Italiaans dan het Spaanse libretto suggereert. De namen van de personages zijn ook Italiaans. En ik hou van Italië, mijn vrouw komt er vandaan.'

En zo zullen de Commendatore en zijn dochter Donna Anna, Leporello en Donna Elvira en het verloofde stel Zerlina en Masetto de driftige rokkenjager ontmoeten in Romaanse paleizen, Toscaanse landschappen en donkere grafkelders. Als tenminste de computercrash die een week voor de première toesloeg, tijdig is hersteld.

De hoofdrollen heeft hij getypecast. 'Soliste Larissa Lezhnina komt uit de klassieke Russische school en danst de aristocratische Donna Anna. De meer eigentijds opgeleide Yumiko Takeshima is geknipt voor de jaloerse Elvira. En de Litouwse Rüta Jezerskyte heeft precies het noordelijke van Zerlina.' Volgens Pastor benadert eerste solist Altin Alexandros Kaftira de rol van Don Giovanni puur intuïtief terwijl tweede cast-danser Gaël Lambiotte juist veel onderzoek heeft gepleegd om zich in de rol in te leven. 'Aan zijn onderzoek heb zelfs ik veel gehad.'

Pastor hoopt dat de dansante opzet van Don Giovanni veel ruimte laat voor de verbeelding van de toeschouwer. In elk geval veel meer dan hij is gewend van zijn Poolse opleiding en beginjaren als danser. 'In mijn jeugd had alles een boodschap. Ik ben opgegroeid met het besef dat overal een slogan achter zit. Al is die periode voorbij, het uitdragen van een boodschap zit diep in elke Pool verborgen. Ook bij mij.'

Zijn vader was dokter, zijn moeder tandarts, beiden hadden de opleiding mede te danken aan het communistisch regime na de Tweede Oorlog. Hij verwijt zijn vader de steun aan De Partij ook niet. Integendeel. 'Je ziet nu dat hij in sommige opzichten met zijn weerstand tegen veranderingen gelijk had.' Toch heeft hij heftige discussies met hem gevoerd. Een sociaal bewustzijn en een carrière als balletdanser gingen bij Pastor al vroeg samen. Op zijn achttiende, als eerste solist verbonden aan Teatr Wielki w. Lodzi in Lodz, werd hij vice-voorzitter van de kunstenafdeling van de vakbond Solidarnosc, een theaterunie met al snel 1500 leden. 'Ik organiseerde bijeenkomsten waarin we meer artistieke vrijheid eisten en betere arbeidsvoorwaarden. Ik ben nooit voor het systeem geweest. Heb de vlaggenparades altijd een vulgaire en groteske vorm van theater gevonden.'

Pastor had pech. Toen hij na anderhalf jaar eindelijk via een vriend een contract had geregeld bij een Duits derderangs gezelschap - 'Voor mij het venster waardoor ik naar de wereld kon springen.' - brak op de dag van zijn vertrek de noodtoestand uit. Tanks en militairen reden de steden binnen. 'De voorzitter van de theaterunie werd gearresteerd. Weliswaar voor één nacht, maar toch. Communicatie was onmogelijk. Ik kon mijn ouders niet bereiken die toen in Nigeria werkten. Ik dacht: het is afgelopen.'

Twee maanden later kreeg hij alsnog toestemming van de politie te vertrekken. Eén jaar danste hij in Duitsland, twee jaar in Lyon en daarna tien jaar in Amsterdam. Heel even voelde hij zich alleen in de hoofdstad, maar al snel maakte een kosmopolitisch gevoel zich van hem meester. Inmiddels heeft hij een Nederlands paspoort. Wat niet wegneemt dat hij zich, zeker kort na de moord op Pim Fortuyn, nog af en toe een buitenlander voelt vanwege zijn matige beheersing van de Nederlandse taal. 'Ik stond in de zomer na de moord in de rij tijdens de Uitmarkt in Amsterdam. Ik was gehaast, wilde weten waar het podium was waar mijn dansers moesten dansen. Dus vroeg ik in het Engels of ik voor mocht. Ik werd afgesnauwd met ''Hier spreken wij Nederlands''. Maar ik ben heus een product van twintig jaar wonen in Nederland.'

Politiek en dans blijven voor Pastor nauw verweven. Niet voor niets werd hij in 1995 gevraagd de choreografie te maken voor het DonauBallett, een Midden-Europees gelegenheidsgezelschap van dansers uit verschillende landen van de Balkan. Met de bedoeling de onderlinge haat tussen de volkeren te overbruggen onder het motto: Make dance not war. Die illusie werd letterlijk aan flarden geschoten.

Na vier jaar rust in Zagreb viel tijdens de repetities in een zolderstudio een fragmentatiebom op het theater. Het glazen dak versplinterde, de vloer werd onherstelbaar beschadigd. Pastor werd geraakt door veertien kogeltjes, en heeft nog steeds littekens op rug en billen. Zijn assistente brak twee benen. Bloedend als een rund droeg hij haar naar de schuilkelder. Zeventien dansers raakten gewond. Een verloor een nier, van een ander werd een long geperforeerd.

'Daar ben ik voor eeuwig genezen van het idee dat je met kunst de vrede dichterbij kunt brengen. Je kunt hooguit mensen van de straat houden.' De première kwam er toch, maanden later in buurland Hongarije. Maar een oorlogsballet is Don't look back nooit geworden, wel een dansstuk vol agressie.

Die ervaring in Zagreb heeft hem niet politieker gemaakt. Integendeel. Hij voelt zich thuis bij Het Nationale Ballet, het enige klassieke gezelschap van Nederland. 'Dit gezelschap moet de basis van de danscultuur conserveren: het klassieke ballet. Hier ligt het fundament. Ik ben niet conservatief. Ik ben een democraat. Maar Het Nationale Ballet heeft een conservatieve opdracht in de positieve zin van het woord: dansstukken maken over de echte waarden in het leven: vriendschap, broederschap, liefde, familiegevoel. Daarbinnen zoek ik het avontuur.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden