Cholula

Een feestje bij de kerk op de top van de berg. Vuurpijlen en rotjes vliegen vrolijk in het rond, de kapel voor de deur blaast een opgewekt deuntje....

CEES ZOON

Alleen die berg, daar is iets mee. Ziet er te gepolijst uit, te weinig rots, te grassig. Als ik de tijd neem er omheen te wandelen, blijkt mijn vermoeden te kloppen: het is een nep-berg. Er onder gaat een culturele erfenis schuil, duizenden jaren van indiaanse devotie, die door de christenen even grondig als onbarmhartig zijn begraven. De berg is in werkelijkheid de grootste piramide die mensenhanden ooit gebouwd hebben. Cholula was de heiligste van alle heilige steden in Mexico en de enorme piramide de verzamelplaats van het uitgebreide godenlegioen.

'Cholula was het pantheon van alle goden van deze landstreken, die net als in Rome zonder onderscheid in de grote collectieve tempel der godheden werden opgenomen', schreef Carlos Fuentes. 'De Cholulteken hadden daartoe de grootste van alle piramiden opgericht, een honingraatstructuur van zeven in elkaar passende bouwwerken die onderling verbonden waren door diepe labyrintenstelsels vol rode en gele schitteringen.'

Hoewel sinds de jaren dertig wordt gewerkt aan het blootleggen van de oorspronkelijke structuur, is tot op heden slechts een deel van de voorkant van de piramide zichtbaar gemaakt. Net voldoende om de verschillende bouwstijlen van de volken die hier achtereenvolgens de dienst uitmaakten, te kunnen onderscheiden. De indianen bouwden gewoon over een bestaand bouwwerk heen, dat op die manier uitdijde tot een monument met zijden van een paar honderd meter.

Staande op de vlakte voor de piramide zie ik een horizon tjokvol kerken, het merendeel op de top van een heuvel, die in werkelijkheid telkens een begraven piramide is. Echte bergen zijn schaars hier, maar ze hebben een grote reputatie. De achtergrond van het landschap wordt gedomineerd door Popocatépetl en Iztaccíhuatl, de twee vorstelijke, met sneeuw bedekt vulkanen, die door de smog in Mexico-Stad bijna nooit meer te zien zijn, maar van deze kant al hun glorie tonen.

Cholula was een stad van bloed. De piramides in dit deel van de wereld werden niet gebouwd als graftombes, al zijn er enkele uitzonderingen. De bouwwerken stonden geheel in dienst van de verering van de goden en de heiligste plaatsen waren gereserveerd voor het brengen van mensenoffers. Cholula spande de kroon met dit ritueel; volgens de overlevering zouden hier zo'n zesduizend mensen per jaar hun leven aan de goden hebben 'geschonken'.

De komst van de christenen deed het bloed eveneens rijkelijk vloeien. Conquistador Hernán Cortés gebruikte Cholula als pleisterplaats op weg naar de Azteekse hoofdstad Tenochtitlán. Het vermoeden dat de inwoners hem en zijn Spaanse contingent in de nacht de keel wilden afsnijden, bracht Cortés tot een allesvernietigende aanval, waarin een hoofdrol was weggelegd voor de Tlaxcalteekse indianen die hem vergezelden.

'Die nacht, op het teken van een geweerschot, daalde het Spaanse bloedbad neer op de stad van de goden, en zij die niet door onze zwaarden werden doorboord of door onze haakbussen aan flarden geregen, werden levend verbrand, en de Tlaxcalteken trokken als een barbaarse pestilentie de stad binnen, plunderend en verkrachtend, zonder dat wij hen konden tegenhouden.'

De boodschap was duidelijk: 'De bestraffing van Cholula werd snel bekend in alle provincies van Mexico. In geval van twijfel zouden de Spanjaarden kiezen voor geweld.'

De actie maakte Cholula tegelijk tot de stad met de hoogste kerkdichtheid van de Nieuwe Wereld. Cortés gaf opdracht de piramides te verwoesten, wat in de haast van de praktijk vooral neerkwam op begraven. Op hun plaats moesten volgens de order van de conquistador 365 kerken verrijzen: één voor elke dag.

De inwoners van Cholula gaan nog altijd prat op dit aantal, dat echter niet meer dan een symbolische vertaling van het begrip 'heel veel' lijkt te zijn. De trots van de stad is de imposante Nuestra Señora de los Remedios.

Voor het boeiendste staaltje van kerkkunst ga ik naar Tonantzin, een gratig dorp net buiten Cholula. Hier staat een monument van het einde van de zeventiende eeuw, geheel opgetrokken volgens de normen van het diseño indígena, letterlijk inheems ontwerp. De kerk is van onder tot boven volgestuct met engeltjes in indiaans-primitieve stijl, baby-hoofdjes en Rubens-lijfjes. Elke open centimeter tussen de wezentjes is overdadig beplakt met veertienkaraats bladgoud. De super de super barok is zo overspannen doorgevoerd dat het weer charmant wordt.

De moderne tijden zijn aan Tonantzin niet voorbijgegaan. Christus ligt, zoals te doen gebruikelijk in Mexicaanse kerken, in een glazen kist onder een met goud bestikte deken. Boven zijn hoofd is een schetterend neon-aureool aangebracht, dat een luguber licht verspreidt. De Maagd Maria staat op het altaar, en ook zij is ingebed in een gloeiende blauwwitte neon-lijst.

Om wat vergelijkingsmateriaal voor deze extravagantie op te doen, bezoek ik het nabijgelegen Puebla, de meest Spaanse stad van Mexico. De belangrijkste attracties van Puebla zijn de fabriek van Volkswagen en, u vermoedde het al, de overdaad aan spectaculaire kerken.

De reiscolumns van Cees Zoon verschijnen iedere veertien dagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden