Chloor

Door een gunstige samenloop van omstandigheden bracht ik het afgelopen weekend door in Miami Beach. Daar zat ik aan een bar bij een zeer blauw zwembad, dronk ijzige cocktails en voerde korte, maar boeiende conversaties met een papegaai op een stok....

Sylvia Witteman

Iedereen ouwehoerde onophoudelijk in mobieltjes en niemand ging het toch volop aanwezige water in. Sterker nog, de meeste bikini’s ter plaatse zagen eruit alsof ze beter niet nat konden worden, vervaardigd als ze waren van bijvoorbeeld leer, delicate borduursels of goudkleurig metaal. De aanwezige kinderen, waaronder de mijne, hadden het zwembad dus voor zichzelf en ze kwamen er tussen zonsopgang en zonsondergang alleen af en toe even uit om de papegaai te aaien of snel iets calorierijks te eten. Wat dat betreft kun je met je kinderen net zo goed naar Center Parcs op de Veluwe: als er maar een zwembad is, heb je er de hele dag geen omkijken naar.

Tenzij ze nog niet kunnen zwemmen natuurlijk, dan heb je geen rustig moment. Omdat ik de neiging heb zelfs de heerlijkste uitstapjes voor mezelf te verpesten, dacht ik nog eens grondig terug aan al die vreselijke zwemlessen waar ik mijn kinderen in de loop der jaren naartoe had moeten slepen, en vervolgens – het ging in één moeite door – ook aan de zwemlessen uit mijn eigen jeugd. Die vonden plaats in het Overveense Stoop’s Bad, een zweminrichting die bij de totstandkoming in 1925 stellig een toonbeeld van monumentale, hygiënische luxe was geweest. Maar die bijna vijftig jaar later, toen ik er leerde watertrappen van een schreeuwerig, sadistisch manwijf, nog het meest weg had van een galmende druipsteengrot, overdekt met algen, in een walm van disfunctionele riolering. ‘Baden en zwemmen naar waerheid, bewaert den mens voor naerheid’, stond er op de muur onder een fontein die nooit aan stond.

‘Den mens’ misschien wel, maar mij niet. De zwemlessen kwamen erop neer dat ik in het water werd geworpen, en als ik écht niet meer bovenkwam er met een haak weer werd uitgetild. Als dat procédé zich te vaak herhaalde naar de zin van die zwemjuf, liet zij zichzelf woedend te water, greep mij ruw bij de enkels en duwde mijn benen in de gewenste kikkerstand, waarbij mijn voeten telkens bekneld raakten tussen haar sponzig tietwerk. Al met al had ik ruimschoots gelegenheid onder de waterspiegel om me heen te kijken. Daar was het een pandemonium van losgeweekte pleisters, gebarsten tegeltjes, dode spinnen met deinende poten en benen van medeslachtoffertjes, bleek als lijken. In de kleedhokjes dreef meestal een kromgetrokken maandverband in hetzelfde plasje chloorwater waar ook mijn sokken in lagen. Soms mocht ik van mijn moeder na afloop een zakje friet, maar meestal niet.

Het duurde jaren voor ik mocht afzwemmen en toen nóg moest ik, als enige van een grote groep examinantjes, de volle twee minuten watertrappen óver doen, nadat ik bij de eerste poging op 1 minuut 55 was gezonken, waarschijnlijk omdat mijn moeder de opdracht ‘geheel gekleed te water’ wat erg letterlijk had genomen en mij een wollen parka, ijsmuts en kaplaarzen had aangetrokken.

Maar toen had ik hem ook, mijn A-diploma. Van mijn oma kreeg ik een rijksdaalder en van mijn moeder toestemming om voortaan in mijn eentje zo vaak naar het zwembad te gaan als ik maar wilde. En dat was vaak. Niet naar Stoop’s groezelig chloorpaleis natuurlijk, maar naar het ernaast gelegen zonnige buitenbad, waar het niet stonk of galmde en waar bovendien een snoepkraam stond die roze koeken en Bazooka Joe-kauwgum verkocht. Echt zwemmen deed ik er trouwens niet. Ik stond urenlang stil in het diepe en genoot met een mond vol snoep van die zwevende gewichtsloosheid. Een B-diploma is er nooit van gekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden