Chlamydia: de risicogroep laat zich echt niet screenen

Een unieke Nederlandse studie onder jongeren laat zien dat een landelijk bevolkingsonderzoek op chlamydia weinig zin heeft. Het voornaamste struikelblok is de mentaliteit van de doelgroep.

Ruim een miljoen uitnodigingen gingen op de bus, alle deelnemers kregen een inlogcode, honderdduizend testpakketten werden verzonden, waarna alle monsters in het lab werden geanalyseerd - maar na drie jaar onderzoek onder driehonderdduizend Nederlandse jongeren is de conclusie negatief: het heeft geen zin jaarlijks te screenen op chlamydia. Het aantal jongeren dat deelneemt valt tegen en het aantal besmettingen met deze seksueel overdraagbare aandoening daalt te weinig om de kosten te rechtvaardigen.


Epidemioloog Jan van Bergen, projectleider chlamydiascreening bij Soa Aids Nederland, is teleurgesteld. 'Het lijkt erop dat jongeren zichzelf minder kwetsbaar wanen en geneigd zijn te denken dat ze geen risico lopen', zegt hij. De onderzoeksresultaten zijn gepubliceerd in het British Medical Journal en ook in het buitenland heeft de scepsis nu toegeslagen. Want het unieke Nederlandse onderzoek moest richting geven aan toekomstig beleid. 'Screening is wellicht toch niet de beste stap', schrijven Deense deskundigen in een begeleidend commentaar in het vakblad.


Screenen op chlamydia klinkt logisch: de aandoening komt onder jongeren veel voor, is te genezen met antibiotica, maar geeft lange tijd geen klachten. Dat laatste is verraderlijk, want een infectie die voortduurt kan, vooral bij vrouwen, tot onvruchtbaarheid leiden. De opdracht is dus: zo veel mogelijk geïnfecteerde jongeren vinden en behandelen zodat de overdracht wordt ingedamd.


Artsen kunnen jongeren die bij een gezondheidscentrum komen een test aanbieden; maar zo'n eenmalige screening heeft weinig effect. In Nederland, bleek eerder, heeft 10 procent van de geïnfecteerde jongeren een jaar later de aandoening terug. Als de partner zich niet laat behandelen ontstaat een 'pingponginfectie' en als van partner wordt gewisseld ontstaat een nieuw risico.


Betere resultaten werden verwacht van herhaald screenen in geografische clusters. 'Jongeren bouwen hun seksuele netwerken vaak op in de buurt', verduidelijkt Van Bergen. 'Door de hele groep te screenen, ontstaat mogelijk een soort kudde-effect.' Nederland deed als eerste land zo'n gerandomiseerd screeningsonderzoek.


In Amsterdam, Rotterdam en Zuid-Limburg werden bij elkaar driehonderdduizend jongeren tussen 16 en 29 jaar uitgenodigd om via internet een testpakket aan te vragen. De jongens moesten urine opvangen, de meisjes zelf een uitstrijkje maken. De monsters konden worden opgestuurd, twee weken later werd de uitslag online meegedeeld. Wie geïnfecteerd was, kreeg antibiotica. De meeste jongeren werden drie jaar achtereen uitgenodigd, de anderen, de controlegroep, één keer.


Het aantal reacties bleek onverwacht laag en daalde tijdens het onderzoek nog. Op de eerste oproep reageerde 16 procent, op de derde nog ruim 9. Het aantal infecties was na drie ronden met 0,2 procent afgenomen (naar 4,1 procent). Een niet-significant verschil.


Dubbele boodschap

Navraag bij de jongeren die niet reageerden, leverde een dubbele boodschap op, zegt Van Bergen. 'Ze wisten van de ziekte maar kennelijk dachten ze: mij overkomt zo'n infectie niet.' Een deel van de groep beweerde geen risico te hebben gelopen, wat een plausibele reden is om van testen af te zien, zegt Van Bergen. Bij het screenen op chlamydia hoeven niet de opkomstpercentages te worden gehaald van bijvoorbeeld de borstkankerscreening, legt hij uit. 'Het gaat erom de jongeren met een hoog risico eruit te halen.' In Zuid-Limburg werd alleen die hoogrisicogroep getest. Het aantal infecties nam er meer af dan in de steden, maar het aantal deelnemers was ook daar te klein om de resultaten significant te maken.


Een lichtpuntje was er wel: bij de deelnemers die zich drie jaar achter elkaar lieten testen, nam het aantal infecties af van 5,9 naar 2,9 procent. Daarmee lijkt bewezen dat de het principe van screening werkt, zegt Van Bergen. Alleen was de betrokken groep veel te klein: nog geen 3 procent van de uitgenodigde jongeren reageerde drie keer achtereen.


Een landelijk bevolkingsonderzoek is nu van de baan. Onderzocht is of een andere aanpak het aantal deelnemers vergrootte, zegt Van Bergen. Maar of de brief nu van de huisarts kwam of van de GGD, of de boodschap harder of juist positiever was: het maakte niet uit.


Het programma lijkt gestruikeld over de instelling van de doelgroep, erkent Van Bergen. 'We weten welke groepen risico lopen maar die deden het minst vaak mee.' Toch zijn lessen geleerd, zegt hij. Het blijkt essentieel om praktijkonderzoek te doen voordat een preventieprogramma wordt ingevoerd. Eerdere studies, kortdurend en kleinschalig, waren veel positiever over de kosteneffectiviteit van screening. Ook is duidelijk dat er meer aandacht nodig is voor infecties onder jongeren die eerder besmet waren. Blijkbaar moeten zij beter worden voorgelicht, zegt hij. 'Ze moeten hun partner inlichten. En beseffen dat een gunstige testuitslag geen vrijbrief vormt voor onveilige seks.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden