Chinezen weten niet wat de WTO voor hen in petto heeft

China treedt vandaag toe tot de Wereldhandelsorganisatie WTO. De planeconomie is daarmee verleden tijd. Voor de orthodoxe communisten is het een nederlaag: hun greep op de bevolking zal verslappen....

China ziet 2001 als een jaar van magnifieke successen: toewijzing van de Olympische Spelen van 2008, kwalificatie voor het WK voetbal en de officiële toetreding, vandaag, tot de Wereldhandelsorganisatie WTO. De sportsuccessen zijn vergankelijk, de WTO zal China onherkenbaar veranderen.

China neemt deel aan de wereldeconomie. Tariefmuren gaan omlaag, buitenlands kapitaal krijgt veel meer mogelijkheden, de handel wordt onderworpen aan internationale wetten. Het is het logische gevolg van de kapitalistische revolutie van 1978, toen de economische hervormingen van Deng Xiaoping braken met het isolement uit de Mao-jaren. Maar het is veel meer.

De bekroning van vijftien jaar onderhandelen is een nederlaag van de orthodoxe communisten. Als de markt wint, redeneren ze, verliest de planeconomie en dus de communistische partij. Ze hebben gelijk: als de economische beslissingen afhangen van de markt en niet meer van de politiek, zal de greep van de partij op de Chinezen aanzienlijk verslappen.

De partij heeft het volk slecht op de toetreding tot de WTO voorbereid. Het WTO-verdrag is nog niet eens gepubliceerd. Een nationaal debat over de voors en tegens is er niet geweest, laat staan dat er over gestemd is. Veel mensen hebben er geen idee van wat de WTO inhoudt, ook ondernemers niet. Het enige dat ze weten is wat de propaganda hun voorschotelt. En die zegt dat mondialisering goed is voor China.

Wie de winnaars zijn, is wel duidelijk. Partijleider Jiang Zemin, die nu de geschiedenis kan ingaan als de man die China als grote mogendheid op de wereldkaart heeft gezet. Premier Zhu Rongji en zijn team economische hervormers. De Chinese exportbedrijven en een leger van buitenlandse investeerders, die van China met zijn spotgoedkope arbeid de werkplaats van de wereld zullen maken.

Ook gewone mensen profiteren ervan. Beëindiging van staatsmonopolies betekent immers grotere keus en lagere prijzen. Een secretaresse zegt dat ze zich gaat verzekeren bij een westerse maatschappij en een creditcard neemt. Een winkelier wil dankzij verlaging van de tarieven een geïmporteerde auto kopen.

Maar wie zijn de verliezers? Het zijn de werknemers van bedrijven die de WTO-concurrentie niet zullen overleven. De verliesgevende staatsbedrijven bijvoorbeeld, overjarige restanten van de planeconomie. De beoogde sanering van die bedrijven heeft een beperkt resultaat gehad. Vele zijn verkocht of leeggestolen door de staatsmanagers, inmiddels omgeschoold tot succesvolle privéondernemers.

Door fusies wil de regering de belangrijkste staatsfirma's redden. Naast de al bestaande reuzen in sectoren als metaal en chemie moeten er vijftig andere megaconcerns komen: banken, financieringsmaatschappijen, luchtvaart-, transport- en nutsbedrijven en strategische industrieën. Het is de bedoeling dat deze giganten in staat zijn de internationale concurrentie te weerstaan.

Veel staatsbedrijven hadden allang gesloten moeten worden. Uit angst voor massawerkloosheid heeft men dat niet aangedurfd. Ze zijn op communistische wijze in leven gehouden: met de tegoeden van de vier grote staatsbanken, die technisch gesproken dan ook failliet zijn. Om te voorkomen dat de WTO het einde van de staatsbanken zal inhouden, legt de overheid voorlopig de activiteiten van buitenlandse banken aan banden.

Het staat vast dat veel staatsbedrijven het loodje zullen leggen. Volgens officiële cijfers zullen 52 miljoen arbeiders hun baan verliezen, en daarmee ook wat er nog restte van Mao's 'ijzeren rijstkom', het systeem waarin de staat zorgde voor eten en huisvesting, onderwijs, medische hulp en de oude dag. De meeste werklozen zijn ongeschoolde vrouwen. Ze zullen moeilijk een baan kunnen vinden bij de moderne bedrijven die in WTO-China zullen verrijzen.

Onder de boeren wordt de slachting nog groter. Tegenover een kleine groep winnaars, eigenaars van moderne agrarische bedrijven die voor de export werken, staan honderden miljoenen arme boeren. Tot nu toe verkochten ze het gros van hun productie voor een spotprijsje aan de staat. Maar aan hun tarwe, maïs en sojabonen is weinig behoefte meer, want de VS, Canada, Australië en de EU kunnen ze voor de helft van de prijs produceren.

De WTO zal in China de kloof tussen rijk en arm nog groter maken. Tientallen, zo niet honderden miljoenen werkloze arbeiders en boeren vormen een sociale tijdbom van ongekende kracht. Een niet gepubliceerd officieel document van deze zomer voorziet een scherpe toename van het aantal protestbewegingen.

Sommigen menen dat de toetreding tot de WTO het einde van het regime zal inluiden. De Amerikaanse Chinees Gordon Chang schrijft in zijn boek The Coming Collapse of China, dat de structurele hervormingen die de WTO noodzakelijk maakt, onverenigbaar zijn met een repressief, corrupt bewind dat iedere politieke hervorming weigert.

De partij is inderdaad niet van plan de economische liberalisering te laten volgen door een politieke, al weet niemand wat er gaat gebeuren onder de leiders die na het partijcongres van volgend jaar de macht overnemen.

De schokken van de overgang wil men opvangen door soepele interpretatie en trage toepassing van de WTO-regels, de bouw van duizenden steden voor werkloze boeren en het smoren van ieder protest. Als dan de overgang voorbij is, moet de WTO de Chinezen voorspoed brengen en de communistische partij het eeuwige leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden