Chinese slager slaat toe in het Westen

Een Chinese ondernemer wil 3,6 miljard euro betalen voor een groot Amerikaans varkensbedrijf. Een record. Beginnen de Chinezen zich welkom te voelen in het Westen? Door

Gaat het er eindelijk van komen: de al jaren voorspelde golf van Chinese investeringen in westerse bedrijven? Afgelopen week waren er in ieder geval wel signalen in die richting. Veruit het opvallendst was de voorgenomen aankoop van het grootste varkensbedrijf ter wereld, het Amerikaanse Smithfield Foods, door het Chinese bedrijf Shuanghui International. Maar liefst 4,7 miljard dollar (3,6 miljard euro) betaalt de 'Grootste slager van China', zoals de 71-jarige oprichter Wan Long van Shuanghui wordt genoemd. Niet eerder gaf een private Chinese ondernemer zo veel uit voor een westers bedrijf.


Jarenlang moest voor dat record worden gerefereerd aan 2005, toen pc-fabrikant Lenovo de pc-divisie van IBM inlijfde voor 1,8 miljard dollar. Dat leidde tot speculaties over strooptochten van rijke Chinezen die in de VS en Europa zouden toeslaan.


Het Going Global-beleid dat het Chinese bedrijfsleven al in 2000 voorgeschreven had gekregen, zou eindelijk gestalte krijgen. In werkelijkheid duurde het tot 2012 voordat er zich weer een grote overname door een privaat Chinees bedrijf voordeed, toen de Noord-Chinese Dalian Wanda Groep de Amerikaanse bioscoopketen AMC voor 2,6 miljard dollar opkocht.


Nu is er dan de 4,7 miljard dollar van de 'Grootste slager van China'. Het bod haalt het niet bij de 15 miljard dollar die de staatsgigant CNOOC voor een Canadees oliebedrijf eerder dit jaar neertelde, maar vormt wel een onmiskenbaar bewijs dat ook niet-staatsbedrijven in het Westen durven toe te slaan.


De Amerikaanse autoriteiten toetsen het slagersbod nog wel aan niets minder dan de 'nationale veiligheid'. Maar moeilijk valt in te zien hoe de levering van varkensvlees aan de hongerige Chinese markt voor een inbreuk op de Amerikaanse veiligheid kan worden aangezien.


In Europa leeft de hoop dat de deal het begin vormt van de komst van nog veel meer Chinese investeerders. De economisch wankele landen staan in de rij om hen te verwelkomen - de Franse president Hollande benutte onlangs zijn bezoek aan Peking om uit te leggen dat zijn land alle mogelijke hinderpalen zal wegnemen.


Meest tastbare gevolg tot dusver: de volledige overname van Club Med door het Chinese conglomeraat Fosun en de Franse verzekeraar Axa. Beide investeerders zitten al in deze bekende exploitant van vakantieparken, maar willen het bedrijf nu geheel naar zich toetrekken.


Elders in Europa meldden Groot-Brittannië en Portugal successen. De burgemeester van Londen, Boris Johnson, toonde zich afgelopen week zeer verguld met de Chinese projectontwikkelaar ABP die 1,2 miljard euro uittrekt om een terrein van 14 hectare om te bouwen tot een overwegend Chinese zakenwijk.


Staatsreus

In Portugal sloeg eerder dit jaar het Chinese Power Grid toe met een belang in een elektriciteitsbedrijf. Deze Chinese staatsreus beschikt over een enorme overnamekas en slokte en passant ook enkele belangen in Australische energiebedrijven op.


Zo valt een beeld te schetsen van de Chinese draak die bezig is zijn klauwen in westerse bedrijven te zetten. Maar de werkelijkheid is toch genuanceerder. Voor de tweede economie ter wereld ligt het algehele investeringsniveau in Europa nog altijd laag, zeker in vergelijking met wat de eerste en derde economie, respectievelijk de VS en Japan, in ons werelddeel doen.


Onlangs becijferde het investeringsfonds A Capital dat de Chinese investeringen in Europa in 2012 op 9,6 miljard euro zouden zijn uitgekomen, een stijging van 21 procent ten opzichte van 2011. Maar de cijfers van Eurostat, het statistisch bureau van de EU, vallen beduidend lager uit.


Over 2011 werd volgens Eurostat voor niet meer dan 2,7 miljard door Chinese bedrijven in de EU aangekocht, een fractie van de 114 miljard aan Amerikaanse investeringen over die periode. Voor de eerste zes maanden van 2012 komt de teller niet verder dan 1,3 miljard. De verschillen houden vooral verband met het al dan niet meerekenen van geldstromen uit Hongkong, de Chinese stad die ook veel niet-Chinese investeerders als thuisbasis gebruiken.


Belangrijk voor de toekomst is of Chinese investeerders het gevoel hebben echt welkom in het Westen te zijn. Officieel is het antwoord in alle EU-landen een krachtig 'Ja!'. Maar in de praktijk ervaren de Chinezen niet alleen aanzienlijke cultuurverschillen, maar ook weerstand van autoriteiten.


Zo ligt de voornaamste Chinese investeerder in de EU, het telecombedrijf Huawei, overhoop met de Europese Commissie over vermeende dumpingpraktijken. Dat voedt twijfel bij Chinese investeerders over de mate waarin ze werkelijk welkom zijn. Die leeft ook in de VS, waar Huawei al geruime tijd problemen heeft met de Amerikaanse autoriteiten.


Het is dus nog wat vroeg om van een lente voor Chinese investeringen in westerse bedrijven te spreken. Wel is de Chinees-Amerikaanse varkensdeal een stap voorwaarts. Het zal de Amerikaanse president Barack Obama en zijn Chinese collega Xi Jinping niet zijn ontgaan. Komende vrijdag en zaterdag praten zij met opgestroopte mouwen in Californië met elkaar.


Aan de varkensdeal zullen zij met genoegen refereren. Want versterking van de onderlinge economische banden vergroot de verwevenheid van hun economieën en verkleint de kansen op het uit de hand lopen van de spanningen tussen de twee grootste economieën ter wereld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden